Interview
Thomas Detombe
7 juli 2026
Een gesprek van vijftien minuten zette het leven van Thomas Delanote (43) helemaal op zijn kop. Als geïnterneerde belandde hij in een systeem dat zorg belooft, maar voor velen neerkomt op uitzichtloze opsluiting. Met steun van huisvandeMens Brussel zet Thomas zijn ervaring in voor een humaner interneringssysteem. “Mensen worden voor kleine misdrijven jarenlang vastgehouden. Het is absurd.”
2018 was een slecht jaar voor Thomas. Een relatiebreuk, financiële zorgen, werkloosheid en alcoholmisbruik leidden tot drie gedwongen opnamen in de psychiatrie. “Hulpverleners luisterden, maar echt geholpen voelde ik me niet. Na elke opname belandde ik opnieuw in hetzelfde straatje. Ik miste structuur en sociale ondersteuning om mijn leven weer op de rails te krijgen.”
“Achteraf beschouwd waren die gedwongen opnamen vooral bezigheidstherapie. Vaak letterlijk. Ik herinner me knutselkasten vol glittermateriaal, knip- en plakwerk en veel lege tijd. Niets tegen creatief bezig zijn of tot rust komen, maar het gaf me geen handvatten om de draad weer op te pikken zodra ik thuis was.”
Kleine diefstallen
Na enkele kleine diefstallen en een verstoring van de openbare orde kwam Thomas in het vizier van justitie. “Aan het einde van mijn derde gedwongen opname kreeg ik bezoek van een psychiater. Een gerechtspsychiater, zo bleek achteraf. Ik stond klaar met mijn koffer en dacht dat het om een uitleidend gesprek ging. Het liep mis: na een kwartier was het gesprek al voorbij. De psychiater maakte een vreemde opmerking over mijn geaardheid. Daarna hoefde het voor mij niet meer. Ik zette mijn stekels op. Wist ik veel wat hij precies kwam doen of waarom dat gesprek belangrijk kon zijn.”
“Een dovemansgesprek van vijftien minuten bleek voldoende om me ontoerekeningsvatbaar en gevaarlijk te verklaren. Volgens de psychiater had ik ‘trekken’ van een narcistische persoonlijkheidsstoornis en borderline, in combinatie met alcoholverslaving. Een paar weken later besliste een rechter om me te interneren.”

Vier jaar gevangenis
Hoewel internering – in theorie – een beschermings- én zorgmaatregel is, belandde Thomas niet in een zorginstelling, maar in de gevangenis van Merksplas. Hij zou er uiteindelijk vier jaar en drie maanden vastzitten. “Het heeft me getekend”, vertelt hij. “Zelfs nu ik definitief vrij ben en verlost van mijn statuut, vrees ik soms dat ze me opnieuw zullen opsluiten. Onlangs rustte ik even uit op bed. Mijn kamer lag er rommelig bij. Toen ik een van mijn huisgenoten in de tuin hoorde, sloeg de schrik me om het hart. ‘Straks kijken ze door het raam, zien ze dat ik mijn zaakjes niet op orde heb en komen ze me opnieuw halen!’ Compleet irrationele gedachten, maar ze zijn er wel. Het bewijst dat dit nog lang niet verwerkt is.”
“Ik vind het nog steeds moeilijk te begrijpen dat justitie je voor onbepaalde duur uit de maatschappij kan ‘wegnemen’ in geval van kleine vergrijpen. En dat met een stempel van gevaarlijk en ontoerekeningsvatbaar op je hoofd. Zo heb ik me nooit gevoeld. Zo hebben anderen me ook nooit ervaren, denk ik. Ja, ik dronk veel en dat leidde tot problemen. Maar ik wist wat ik deed en wilde er gerust verantwoordelijkheid voor nemen. Als ik een gewone gevangenisstraf had gekregen, was ik na enkele maanden vermoedelijk alweer vrij geweest.”
Wurgende autoriteit
De realiteit in Merksplas is er een van napoleontische muren, continu lawaai en een wurgende autoriteit. Thomas: “Voor alles heb je toestemming nodig. Bij elke verplaatsing moesten er deuren geopend en opnieuw gesloten worden. Je spreek de hele tijd in termen van ‘Ja, chef’ en ‘Nee, chef’. We werden soms echt als kinderen behandeld.”
Thomas beschrijft een regime waar veiligheid en regels primeren op herstel. De beloofde ‘zorg’ bleek in de gevangenis een hol begrip. Hij sliep met vier mensen op een cel, soms met personen in een acute psychiatrische crisis. Men gaf psychofarmaca, maar lang niet iedereen nam die in. Het gebrek aan toezicht op medicatiegebruik zorgde voor een constant onveiligheidsgevoel. “Ik ben geregeld bang geweest”, blikt hij terug.
Thomas: “Soms stond een celgenoot ’s nachts rechtop midden in onze cel. Je wil graag slapen, maar je weet niet hoelang hij daar nog zou staan of wat zijn plan was. Zoiets creëert uiteraard onrust. Echte therapie was er nauwelijks, gesprekken met het zorgteam waren schaars. Veiligheid, ja. Zorg, nee.”
Onmenselijke vergeetput
“Alles wat je als geïnterneerde zegt of doet, interpreteert de Psychosociale Dienst (PSD) van de gevangenis in het licht van je diagnose. Boosheid over een traag evoluerend dossier leest men als een gebrek aan impulscontrole. Verdriet ziet men al snel als een symptoom van je stoornis. Dat creëert een sfeer van wantrouwen waarbij je de regie over je eigen leven en toekomst verliest. De Kamer voor de Bescherming van de Maatschappij (KBM) steunt immers sterk op wat de PSD rapporteert. En finaal is het de KBM die je internering verlengt of stopzet.”
Tegelijk relativeert Thomas zijn eigen traject. “Het klinkt absurd, maar achteraf bekeken hoor ik misschien nog bij de gelukkigen. De periode in Merksplas en de nasleep waren erg zwaar, maar ik raakte finaal wel vrij. Ik zocht bewust afleiding. Tijdens mijn gevangenschap ging ik kunstgeschiedenis studeren en nam ik alle werk aan dat ik kon. Merksplas had ook een tekenatelier waar ik mijn gedachten kon verzetten. Met de tekenleraar had ik een hechte band. Die kleine lichtpuntjes hielpen me door moeilijke periodes.”
“Helaas verblijven in Merksplas ook mensen die psychisch zo zwaar ziek zijn dat ze letterlijk hele dagen op cel blijven”, vervolgt hij. “Het ontbreekt hen aan initiatief en de psychologische ondersteuning is totaal ontoereikend. Zij verdienen echt beter. Voor hen is Merksplas een onmenselijke vergeetput.”

Zestien keer nee
Tijdens zijn opsluiting meldde Thomas zich zestien keer aan bij een psychiatrische zorginstelling. Hij werd telkens geweigerd, vaak vanwege een ‘gebrek aan motivatie’. “Die afwijzingen hingen samen – denk ik – met mijn twijfels over de oorspronkelijke diagnose. Zoals ik al zei: ik voelde me niet psychisch ziek of gevaarlijk. Als je dat niet erkent en een lowsecurityvoorziening verkiest, blijf je gewoon zitten. Ofwel buig je mee met het systeem, ofwel laat dat systeem je in de steek.”
Internering afschaffen
Thomas’ verhaal wijst op enkele fundamentele problemen binnen het Belgische interneringssysteem. Zo is er het gebrek aan doorstroommogelijkheden. Door een tekort aan bedden in de reguliere psychiatrie en forensische centra verblijven vandaag meer dan duizend geïnterneerden in de cel. Bovendien is extra capaciteit geen wondermiddel. Dat vertelde gerechtspsychiater en jurist Rudy Verelst begin 2026 aan Sociaal.Net. In hetzelfde artikel pleitte hij er zelfs voor om de interneringsmaatregel in zijn huidige vorm af te schaffen.
Verelst: “De laatste jaren investeerde men in betere opvang en begeleiding van mensen die geïnterneerd worden. In Antwerpen en Gent werden twee Forensische Psychiatrische Centra (FPC’s) gebouwd. Ook psychiatrische ziekenhuizen verruimden hun aanbod voor geïnterneerden. Helaas lost dat het probleem niet op. Rechters maken meteen gebruik van deze extra capaciteit. Er is meer zorg, maar er worden ook meer mensen geïnterneerd. Zo blijft de kern van het probleem overeind.” Hij besluit: “Ik mis een onderliggende visie over hoe we als samenleving met geïnterneerden omgaan. Ik mis een overkoepelend plan dat focust op zowel de instroom, doorstroom als uitstroom van geïnterneerden.”
Thomas beaamt dat. Net als Verelst vraagt hij zich luidop af of een langdurige interneringsmaatregel in verhouding tot het gepleegde vergrijp staat. “Mensen worden voor kleine misdrijven jarenlang vastgehouden zonder enig perspectief op een einddatum. Je zou dan verwachten dat de (on)toerekeningsvatbaarheid en het gevaar van de persoon in kwestie goed onderzocht werden. Het psychiatrische deskundigenverslag vormt immers de basis van een interneringsmaatregel. Bij mij is dat alleszins niet grondig uitgevoerd. En naar wat ik in Merksplas hoorde, ben ik lang niet de enige.”
“Veel mensen bleken tijdens hun gesprek onder invloed van medicatie of drugs”, herinnert Thomas zich. “Er is ook weinig controle op het proces. Iemand vertelde bijvoorbeeld hoe hij de psychologische vragenlijst die hij meekreeg, door een celgenoot liet invullen. Een gevangeniscontext is geen goede plek om zo’n beoordeling te organiseren. Alle regels, routines en dode tijd maken mensen apathisch en suf. Hoe kan je dan pakweg een betrouwbare IQ-test uitvoeren?”
Willekeur
Onderzoek en experten treden hem bij. Diagnoses en beslissingen ontstaan te vaak vanuit zeer korte gesprekken, zonder voldoende inzicht in het medische dossier, de levensgeschiedenis of de sociale context van de betrokkene. Verslagen bevatten geregeld feitelijke onjuistheden en tonen onvoldoende aan hoe een geestesstoornis verband houdt met de gepleegde feiten en de ontoerekeningsvatbaarheid.
Of je geïnterneerd wordt, lijkt ook deels af te hangen van waar je woont. In het verleden bleek al dat het Gentse arrondissement veel vaker interneert dan het Antwerpse, ook al zijn beide arrondissementen ongeveer even groot. Die cijfers wijzen op willekeur of op zijn minst op een ongelijke behandeling van vaak kwetsbare mensen. Hoewel een tegenexpertise mogelijk is, is de kostprijs vaak een drempel. Rechters zijn bovendien niet verplicht om de conclusies ervan te volgen.
Thomas pleit vanuit zijn eigen ervaring voor een grondige hervorming van het interneringsbeleid. “Langere observatieperiodes zijn nodig om tot betrouwbare diagnosen en deskundigenverslagen te komen. Daarnaast moet elke geïnterneerde recht hebben op een gratis tegenexpertise en moeten zorg en bestraffing duidelijker van elkaar losgekoppeld worden.” Samen met talloze betrokkenen vraagt hij ook meer middelen voor ambulante begeleiding. “De overgang van detentie naar samenleving verloopt vandaag veel te brutaal.”
Klasbezoeken en praatgroep bij huisvandeMens
Na zijn vrijlating engageerde Thomas zich als vrijwilliger bij het huisvandeMens Brussel. Hij werkt er aan klasbezoeken op secundaire scholen rond internering, (on)toerekeningsvatbaarheid en detentie. Daarnaast plant hij een praatgroep voor mensen met een detentieverleden. Die gaat in 2027 van start. “Ik ervoer hoe weinig er was toen ik vrijkwam. Zelf voelde ik de behoefte om contact te leggen met mensen die iets vergelijkbaars meemaakten. Ik vermoed dat ook anderen die nood voelen.”
“Onze praatgroep zal zes tot acht keer per jaar plaatsvinden, vermoedelijk in het Leuvense. Bij het huisvandeMens willen we een veilige ruimte bieden waar mensen ervaringen kunnen uitwisselen. Zo laagdrempelig mogelijk, dus zonder therapeutische of sociale agenda. Het doel is mensen samenbrengen, verbinden en erkennen in de mijlpalen die ze nemen.”
Daarnaast zet hij zijn ervaringen om in kunst. Met regisseur Thomas Bellinck bereidt hij een musical-theaterproductie voor rond de onzichtbare en vaak absurde realiteit van internering en de DSM. (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, handboek voor de classificatie van psychische stoornissen, red.) Het huisvandeMens Brussel ondersteunt de productie Slangen en Ladders inhoudelijk en logistiek, onder meer door een repetitieruimte aan te bieden. Als alles goed gaat, volgen er vanaf 2028 voorstellingen.
Met het kunstproject Paviljoen C, een reeks portretten op oude celgordijnen, brengt Thomas tot slot een eerbetoon aan de veerkracht van mensen achter de gevangenismuren. “Paviljoen C zoekt nog een geschikte expositieplek”, vertelt hij. “Het Antwerpse justitiepaleis zou een betekenisvolle plek kunnen zijn. Bij dit project krijg ik hulp van Serge Rooman, de directeur van Merksplas. Bijzonder hoe onze wegen opnieuw kruisen, zij het in een totaal andere context.”
Met zijn engagement en artistieke werk hoopt Thomas bij te dragen aan een menselijker interneringsbeleid. Daarin staan zorg en menselijke waardigheid centraal. “Het is niet goed om bitter rond te lopen, maar we mogen ook niet zwijgen over wat er misgaat”, besluit hij.
Heb je nood aan een ondersteunend gesprek? In het huisvandeMens kan je op verhaal komen. Vind hier een huisvandeMens in je buurt. Maak hier een afspraak voor een gesprek.
Zit je in detentie en heb je behoefte aan een gesprek? Je kan terecht bij de moreel consulenten van SMBG, de Stichting voor Morele Bijstand aan Gevangenen.
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.