Onderwijs
Bert Goossens en Dimitri De Smet
29 juni 2026
Van lesgeven tussen toiletdeurtjes tot het ontwikkelen van lespakketten: Nancy Brouckmans (66) maakte de evolutie van de niet-confessionele zedenleer vanop de eerste rij mee. Vandaag treedt dochter Jetske Verbiest (40) in haar voetsporen. Een gesprek over een liefde die moest groeien, de verrassende link tussen zedenleer en Samson, en waarom levensbeschouwelijke vakken vandaag relevanter zijn dan ooit. “Wij kunnen kinderen sterker en weerbaarder maken voor de rest van hun leven.”
Aan de keukentafel bij Nancy staan de boterhammen al klaar. Nancy is intussen met pensioen, maar allerminst stilgevallen. Na een lange loopbaan als leerkracht niet-confessionele zedenleer in Dilbeek verhuisde ze voor de liefde naar het landelijke Londerzeel. Vandaag zet ze zich als vrijwilliger in voor verschillende lentefeesten en werkt ze aan een nieuw escaperoomspel. De vrijzinnige waarden kreeg ze van thuis mee, maar ze mocht daarin ook haar eigen weg zoeken: “De dialoog, het discussiëren, het nadenken over allerlei zaken: dat was thuis heel aanwezig. Dat hebben we zeker meegekregen. Mijn ouders hadden allebei een avontuur meegemaakt met de kerk. Ze hebben heel duidelijk gebroken met alles wat geloof was. In die tijd was dat toch wat uitzonderlijk. Als kind voelde ik mij dikwijls een buitenbeentje. Als mijn ouders het bijvoorbeeld niet goed vonden dat ik naar de Chiro ging, begreep ik dat eerst niet, later wel. Maar dat was wel iets wat bespreekbaar was. Ik heb bijvoorbeeld wel mijn eerste communie gedaan in de kerk van Laken. Mijn ouders zijn niet meegegaan, want zij zagen dat totaal niet zitten. Maar ik wilde als zesjarige met een mooi wit jurkje die trappen afkomen, en dat hebben ze mij laten doen (lacht). Zodra het kon, vanaf het vijfde leerjaar, ben ik wel zedenleer gaan volgen.”
Je bent daarna gaan studeren. Was het altijd al je plan om zedenleer te geven?
Nancy: Nee, integendeel. Ik studeerde af eind jaren zeventig. Je moest toen blij zijn als je een job had. Op een bepaald moment kreeg ik werk als leerkracht zedenleer in vijf scholen. Ik dacht: zodra ik hiervan af geraak, ben ik weer weg. Maar ik heb de smaak te pakken gekregen. Het was ook een periode waarin veel mensen het vak inspireerden. Er was zoveel creativiteit dat het vak bijna opnieuw werd uitgevonden. Toen ik begon met zedenleer geven, ging het nog over een appel schillen of je plaats afstaan op de tram. Heel brave lesjes. Maar wij gingen een andere richting uit: creativiteit, zelf nadenken, alle onderwerpen bespreekbaar maken. Het werd een heel ander en ontzettend boeiend vak. Ik was verkocht.
Jetske, jij hebt die microbe overgenomen van je mama?
Jetske: Ik heb eerst Taal- en Letterkunde gestudeerd aan de VUB. Daarna gaf ik even Nederlands in Anderlecht, maar dat was niet helemaal mijn ding. Toen mijn mama afwezig was, nam ik enkele van haar klassen over. Dat vond ik leuk. Via de inspectie zedenleer ben ik daarna vervangingen gaan doen. Uiteindelijk ben ik terechtgekomen op de school waar ik nu heel graag sta. Dus ja, ook gebeten en gebleven.
Nancy: De papa gaf zedenleer, haar tante gaf zedenleer en ook andere familieleden stonden voor de klas. Ik denk dat het wel iets familiaals is.
Jetskes papa was geen onbekende: Danny Verbiest was eerst leerkracht zedenleer, daarna een geliefd televisiegezicht om uiteindelijk de stem van Samson van te worden.
Nancy: Ik heb stage gegeven bij hem in de klas. Zo hebben we elkaar leren kennen. Later kreeg hij de kans om andere dingen te doen. Die kansen heeft hij gegrepen, en met succes. Maar hij is niet weggegaan uit zedenleer omdat hij het niet graag deed. Integendeel. Hij was er heel erg door gebeten en maakte deel uit van die creatieve beweging die het vak mee vorm gaf.

Jetske: Dat zoeken naar moraal, naar een les in een verhaal, is altijd in de Samson-soap blijven zitten. Dat vond hij enorm belangrijk. Dat mocht er voor hem nooit uit. In alles wat hij maakte, moest ergens een les zitten. Iets dat kinderen herkenden, maar waar ze ook iets uit konden meenemen om betere mensen te worden.
Nancy: Hij vond dat het altijd verantwoord moest zijn. Soms werd gezegd dat Samson platte commercie was, maar als je naar de scenario’s kijkt, zie je dat dat nooit zo geweest is. Er zat altijd een boodschap in over hoe mensen met elkaar omgaan. Over hoe je naar het leven kijkt. En dat was niet alleen de verdienste van Danny, maar ook van Gert Verhulst. Zij hebben dat er altijd ingestopt. Gert heeft trouwens ook altijd zedenleer gevolgd.
Wat was jouw rol in de begindagen van Samson?
Nancy: In het begin was ik degene die de optredens organiseerde. Vooral dat. Maar ook nog andere dingen.
Jetske: Zoals Samson zelf in elkaar steken.
Nancy: Ja, dat ook. Ik heb hem gemaakt en zijn naam bedacht. Dat heb ik wel gedaan. (lacht). Ik was er in het begin heel nauw bij betrokken.
Terug naar zedenleer. Het vak heeft dus een grote evolutie doorgemaakt?
Nancy: Dat zijn enorme stappen geweest. Om te beginnen waren die kinderen vroeger echt uitzonderingen. Klassen met één, twee of drie leerlingen waren heel gewoon. Bovendien werd je als leerkracht zedenleer niet altijd gewaardeerd. Eigenlijk wilde men je vaak liever niet op school hebben. Men zag het nut er niet van in. Mijn leerlingen werden soms meegestuurd naar de kerk voor de voorbereiding van de communie. Ze konden die kinderen toch niet alleen op school laten, vond men. Men vond het dan vreemd dat ik daar bezwaar tegen maakte. Uit die periode komen we.
Leerkrachten zedenleer kregen ook niet altijd een volwaardig klaslokaal.
Nancy: In de klaslokalen waar ik lesgaf hing vaak nog een groot Christusbeeld aan de muur. Er zijn er bij mij wel een paar achter een kast gevallen. Ik weet niet hoe dat kwam (lacht).
Ik werd ook op de zotste plekken gezet. Ik heb ooit lesgegeven in toiletten. Echt waar. Op de dag dat er zedenleer was, werden de meisjestoiletten vrijgemaakt. Tussen de toiletdeurtjes werd een tafel gezet met enkele stoelen en daar gaf ik les. De rest van de school moest dan maar de jongenstoiletten gebruiken. Dat is echt gebeurd.
Ik heb ook lesgegeven in gangen, bibliotheken, postkantoren, op zolders, in kelders en zelfs in het kabinet van een burgemeester. Alles wat over was, daar werd ik gezet. Natuurlijk kreeg ik ook de vreemdste lessenroosters. Vandaag is dat gelukkig helemaal anders. Er is veel meer respect voor het vak. Mensen weten ook veel beter wat zedenleer is.
Jetske: Hm. Ik heb nog altijd ouders die denken dat ik in het eerste leerjaar binnenkom en zeg: “Kindjes, er is geen God.” Soms vragen ze me zelfs wat zedenleer eigenlijk is. Je merkt hetzelfde in het debat over de levensbeschouwelijke vakken. Mensen lijken te denken dat het gewoon bijbel- of koranstudie is, terwijl het al lang gaat over levensbeschouwing: hoe die past in de maatschappij, in je leven en in wie je bent als persoon. Daar bestaan nog altijd heel wat misverstanden over.
Het was een turbulent jaar voor de leerkrachten levensbeschouwing, met de plannen van de regering om de vakken drastisch te hervormen. Hoe hebben jullie dat beleefd?
Jetske: In het begin dacht ik: dat komt er nooit door. Maar de laatste weken heb ik er echt van wakker gelegen. Toen dacht ik: o nee, dit is niet meer tegen te houden. Ze gaan ons vak uithollen. Ik heb al voor klassen van achtentwintig leerlingen gestaan. Ik zag het al voor mij: nog grotere groepen, nog minder tijd per kind. Sommige kinderen zijn enorm empathisch, maar niet luid. Die vallen eruit. Daar heb ik echt schrik voor gehad. Ik ben mee gaan betogen en heb mijn leerlingen live verslag gegeven. Die leefden enorm mee en hebben luid gejuicht toen de plannen uiteindelijk werden afgevoerd.
Nancy: Het is zo ontzettend belangrijk. Je hoort overal hoe belangrijk burgerschap, samenleven, nuanceren en tolerantie zijn. Maar het enige vak waar daar echt ruimte voor is, waar je mag nadenken, in dialoog gaan en moeilijke onderwerpen bespreken, zijn de levensbeschouwelijke vakken. Fanatisme ontstaat niet doordat je islam op school geeft, maar wanneer jongeren hun antwoorden alleen nog op internet zoeken. Net leerkrachten levensbeschouwing kunnen nuanceren en uitleggen hoe een levensbeschouwing er werkelijk uitziet. Als je dat afbouwt, heeft dat gevolgen voor de hele maatschappij.

Jetske: Eén van de grote uitdagingen voor de toekomst is volgens mij het versterken van de mentale weerbaarheid van jongeren. Burn-outs, depressies en andere mentale problemen komen steeds vaker voor. Er is veel druk. Er wordt voortdurend vergeleken via sociale media. Wij besteden veel aandacht aan identiteit en zelfbeeld. Als wij kinderen sterker en weerbaarder kunnen maken, nemen ze dat mee voor de rest van hun leven. Ik denk dat dat belangrijker is dan ooit. Daarom voelt het ook zo ironisch dat net deze vakken in vraag worden gesteld.
Nancy: En moeilijke dingen bespreekbaar maken in een veilige omgeving: daar betalen volwassenen later soms duizenden euro’s therapie voor. Wij kunnen daar al mee beginnen vóór er problemen zijn. Gewoon door kinderen te leren praten, luisteren en met elkaar om te gaan. Als kinderen dat leren, zullen ze dat als volwassenen ook beter kunnen. Maar je moet daar vroeg mee beginnen. Ik denk dat men de waarde van de levensbeschouwelijke vakken nog altijd onderschat. Men kijkt naar cijfers, naar budgetten en naar aantallen leerkrachten. Maar wat kost het achteraf als je die kansen laat liggen?
Jetske: Ik heb ooit een volledige les gewijd over het sturen van naaktfoto’s, iets waar een leerling spontaan over was begonnen. Uiteindelijk hebben we een volledig lesuur daarover gepraat. Dat was nodig: het leefde echt in die klas. Er moest iemand zijn die zei: dit is normaal, dit niet. Hier kan je terecht als je dit meemaakt. Dit zijn de risico’s. Toen de bel ging, zei één van de leerlingen: “Oei juf, nu hebben we geen zedenleer gehad.” (lacht) Ik antwoordde: “Dit was zedenleer. Dit is precies waar zedenleer over gaat.” Ik was blij dat we dat gesprek hadden gevoerd, want je voelde hoe belangrijk het voor die kinderen was. Ik denk niet dat daar veel ruimte voor is tijdens een rekenles. Mijn collega’s willen dat soort gesprekken vaak ook voeren, maar zij hebben daar de tijd niet voor. Ik wel.
Wat denken jullie over het idee om de levensbeschouwelijke vakken te vervangen door een vak burgerschap?
Nancy: (twijfelt) Wat doe je dan met kinderen die thuis een religie meekrijgen en daar geen correcte achtergrondinformatie over krijgen? Gaan zij dan naar een zaterdagschool om over hun religie te leren? Krijgen ze hun informatie via TikTok of YouTube? Hoe werkt dat dan? Ik denk dat scholen vandaag net een omgeving bieden waarin dat op een gecontroleerde en transparante manier kan gebeuren. Dat lijkt mij belangrijk. Bovendien komen die kinderen naar school met een levensbeschouwing die deel uitmaakt van hun identiteit. In een algemeen vak burgerschap is daar misschien minder ruimte voor.
Jetske: Ik denk dat leerlingen uit heel verschillende achtergronden komen en dat je in dat scenario met heel veel zaken rekening moet houden. Ik geef bijvoorbeeld les over transgender personen, over holebi’s en hun rechten. Als ik dat tegelijk moet doen voor leerlingen uit verschillende religieuze achtergronden, dan moet ik telkens eerst uitleggen vanuit welke levensbeschouwing we vertrekken. Wat zegt de Koran hierover? Wat zegt het christendom hierover? Welke gevoeligheden leven er? Ik zou voortdurend moeten schakelen tussen verschillende referentiekaders. Maar ik ben daar ook niet voor opgeleid. Ik weet te weinig over al die verschillende religies om telkens correct te kunnen inschatten waar mogelijke gevoeligheden liggen. Dan zou ik bijna theologie moeten studeren om iedereen op een correcte manier te kunnen begeleiden. Ik denk niet dat dat realistisch is.
De leerkracht die burgerschap kan geven bestaat volgens jullie niet?
Jetske: Ik denk dat dat een beetje te hoog gegrepen is. Ik zou het graag willen kunnen, maar ik denk ook dat er plaats moet blijven voor een eigen identiteit. Daarom staat die vrijheid ook in de Grondwet. Het gaat er niet om dat we allemaal hetzelfde worden. Het gaat erom dat we samen kunnen leven.
Nancy: In de levensbeschouwelijke vakken zit vandaag al heel veel dialoog. Denk maar aan de interlevensbeschouwelijke competenties, waarbij leerlingen uit verschillende vakken samen aan de slag gaan. Ik heb daar prachtige herinneringen aan. We werkten bijvoorbeeld rond homoseksualiteit met leerlingen uit protestantse godsdienst, katholieke godsdienst, islam en zedenleer. Eerst bekeken de leerlingen binnen hun eigen levensbeschouwing hoe daarover gedacht wordt. Daarna brachten we iedereen samen rond de tafel. Dan krijg je iets heel moois. Kinderen die weten waarover ze spreken en toch in dialoog gaan met elkaar. Zonder elkaar te veroordelen. Dat zijn echt bijzondere momenten.
Jetske: Die projecten zijn inderdaad heel waardevol. We kijken niet alleen naar elkaars levensbeschouwingen, maar behandelen ook maatschappelijke thema’s vanuit verschillende invalshoeken. En uiteindelijk focussen we vooral op de vraag: wat brengt ons samen? Meestal blijkt dat veel meer te zijn dan wat ons verdeelt.
Nancy: Ja, en ook moeilijke onderwerpen zoals euthanasie of de doodstraf komen dan aan bod. Dat zijn zware thema’s, maar ze worden op een heel respectvolle manier besproken. Dat is niet alleen leerrijk voor de leerlingen, maar ook voor de leerkrachten. Ook wij leren van elkaar.
Je zet je al jaren in voor het vak zedenleer, als leerkracht en als vrijwilliger. Vanwaar dat engagement?

Nancy: Ik ben altijd iemand geweest die zich volledig smijt als ze ergens in gelooft. Als ik enthousiast ben over iets, wil ik anderen daarin meenemen. Dat begon met het organiseren van lentefeesten. Soms waren die inspirerend, soms kreeg je er kromme tenen van. Dan wil je de goede ideeën doorgeven. Later werd ik gevraagd voor Samenspel. Toen ik stopte met werken, bleef ik bezig met de voorbereiding van lentefeesten en Feesten Vrijzinnige Jeugd. Zo zijn ook de boekjes Als ik groot ben en Onderweg ontstaan. Daar ben ik best trots op. Ze vulden een leegte: veel kinderen konden niet goed uitleggen wat ze eigenlijk vierden. Dat is iets wat in mij zit: ik wil dingen doorgeven aan de volgende generatie. Momenteel werken we aan een nieuw escaperoomspel voor het feest vrijzinnige jeugd en een nieuw spel voor het lentefeest.
We vieren als deMens.nu onze zestigste verjaardag. Hoe kijken jullie naar de toekomst vanuit het vrijzinnig humanisme?
Jetske: Ik weet dat dat niet echt in de mode is, maar ik vind dat er veel dingen ten goede veranderen. Er zijn op veel vlakken verbeteringen die vaak minder aandacht krijgen dan slecht nieuws. Dat betekent niet dat we achterover mogen leunen. We moeten waakzaam blijven, blijven opkomen voor wat belangrijk is en radicalisering tegengaan. Maar ik ben zeker niet pessimistisch over de toekomst.
Nancy: Ik ben eigenlijk ook positief, maar ik wil toch één kanttekening maken. Toen ik jong was en vaak de enige vrijzinnige leerling in de klas, dacht ik dat mensen automatisch ruimdenkender zouden worden zodra ze religie achter zich lieten. Maar dat blijkt niet altijd zo te zijn. Veel mensen laten religie los, maar omarmen vervolgens een andere vorm van geloof. De TikTok-religie. De YouTube-religie. Ze geloven de vreemdste dingen en dat verontrust mij soms. Als ik mensen hoor zeggen: “Ik heb mijn waarheid”, dan worstel ik daarmee. Of iets is waar, of het is niet waar. Er bestaan niet zomaar verschillende waarheden naast elkaar.
Maar ik wil niet negatief eindigen. Ik ben vooral blij dat vandaag veel meer bespreekbaar is dan vroeger. Toen ik kind was, kreeg je vaak te horen: “Sst, daar praten we niet over.” Er waren ontzettend veel taboes. Ik herinner mij nog hoe mensen spraken over personen met een handicap: hou die maar binnen. Of over homoseksualiteit: zolang ze er maar niet over praten. Dat waren niet noodzakelijk katholieke mensen. Dat was gewoon de tijdsgeest. We leefden in een samenleving vol taboes. Vandaag is dat, bij ons, grotendeels verdwenen. Bijna alles kan besproken worden. Dat vind ik een enorme vooruitgang.
Tot slot: hoe zouden jullie vrijzinnig humanisme omschrijven?
Nancy: Een open geest. Het besef dat wat je vandaag denkt, je morgen opnieuw mag onderzoeken. Dat je van mening mag veranderen. Dat je altijd mag blijven nadenken. Dat is voor mij de essentie van het vrijzinnig humanisme.
Jetske: Voor mijn leerlingen vat ik het meestal samen als: kritisch denken, vrij onderzoek, geloof in de gelijkwaardigheid van mensen en respect voor de mensenrechten. Dat zijn altijd mijn belangrijkste pijlers geweest. Ik denk dat er weinig fout kan lopen als je die principes voor ogen blijft houden.
Nancy: En proberen goed te doen. En als leerkracht blijven vlammekes aansteken.
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.