Interview
Mila De Baere
17 juli 2026
Toen in 2019 duizenden jongeren de straat op trokken voor het klimaat, was Tom Seerden (29) een van de vele studenten die zich aansloot bij de beweging. Wat begon als engagement voor het klimaat, groeide uit tot een bredere visie op hoe maatschappelijke verandering ontstaat. Vandaag is hij coördinator van de Peperfabriek, een ontmoetingsplek waar sociale organisaties, burgerinitiatieven en activisten samenwerken. “Je kunt de klimaatcrisis niet los zien van sociale ongelijkheid, eenzaamheid of democratie. Mensen organiseren zich pas wanneer ze zich gedragen voelen door een gemeenschap.”
De Peperfabriek biedt onderdak aan tientallen organisaties die werken rond klimaat, armoede, diversiteit en mensenrechten. Sommige organisaties huren er een kantoor, anderen gebruiken de locatie als vergaderplek, opslagruimte of uitvalsbasis voor acties. Zo ontstaat een kruispunt waar verschillende sociale bewegingen elkaar versterken.
Je bent vandaag coördinator van de Peperfabriek. Wat maakt die plek zo bijzonder?
De Peperfabriek is veel meer dan een gebouw. Het is een kruispunt waar heel verschillende sociale bewegingen elkaar ontmoeten. Klimaatorganisaties, buurtinitiatieven, vrijwilligersgroepen en sociale organisaties delen dezelfde ruimte. Daardoor ontstaan voortdurend nieuwe samenwerkingen. Mensen komen hier niet alleen werken, maar ook ideeën uitwisselen en elkaar versterken.
Je omschrijft de Peperfabriek ook als een gemeenschap. Waarom is dat zo belangrijk?
Er bestaat een mooi gezegde: ‘It takes a village to raise a child.’ Eigenlijk geldt dat niet alleen voor kinderen. Ook volwassenen hebben nood aan een gemeenschap die af en toe vraagt hoe het met hen gaat, die hen opvangt wanneer het moeilijk loopt en die mensen met elkaar verbindt. Ik zeg soms dat de Peperfabriek een beetje een jeugdhuis voor volwassenen is. Iedereen heeft nood aan zo’n plek.
Je engagement begon bij de klimaatjongeren. Hoe ben je daarin terechtgekomen?
Ik was altijd al bezig met klimaat en milieu. Toen de scholieren begonnen te staken, voelde dat heel vanzelfsprekend. De sfeer tijdens die eerste marsen was ongelooflijk. Duizenden jongeren beseften tegelijk dat de oplossingen eigenlijk al bestaan, maar dat de politiek ze onvoldoende uitvoert.
Waar ben je het meest trots op als je terugkijkt op die periode?
Niet zozeer op de betogingen zelf, maar op wat daarna is gebleven. We hebben geleerd hoe je een beweging organiseert, hoe je met politici praat, hoe je een persbericht schrijft en mensen mobiliseert. Toen de Klimaatjongeren stopten, hebben we bewust gezegd dat we de organisatie gingen ‘composteren’. Iedereen nam die ervaring mee naar andere organisaties. Daardoor moesten nieuwe bewegingen niet telkens opnieuw van nul beginnen.
Volgens Tom leeft die erfenis vandaag verder in tal van andere burgerbewegingen. De netwerken, vaardigheden en contacten die tijdens de klimaatmarsen ontstonden, worden nog altijd gebruikt in nieuwe maatschappelijke initiatieven zoals de Palestijnse bewegingen.
Je bezocht ook verschillende COP-klimaattoppen. Hoe kijk je daarop terug?
De COP is een vreemde ervaring. Enerzijds is het frustrerend. Veel mensen spreken na de COP over een soort ‘COP-depressie’. Je ziet hoeveel mensen zich inzetten, maar ook hoe traag alles vooruitgaat. Er lopen soms zelfs meer lobbyisten van de fossiele industrie rond dan vertegenwoordigers van sommige landen. Dat is confronterend. Tegelijk besef je ook dat de COP precies het resultaat is van de politieke structuren die we vandaag hebben. Het systeem werkt zoals het ontworpen is, alleen niet snel genoeg voor de klimaatcrisis.
Tijdens de COP ontmoette je ook activisten uit Brazilië. Dat heeft een diepe indruk nagelaten.
Absoluut. In West-Europa spreken we vaak over acties waarbij mensen zich vastketenen aan gebouwen of een weg blokkeren. Dat is onze context. Maar Braziliaanse klimaatactivisten vertelden dat vrienden van hen vermoord worden omdat ze stukken Amazonewoud beschermen. Sommige mensen riskeren letterlijk hun leven. Dat maakt duidelijk hoe verschillend klimaatactivisme eruitziet afhankelijk van waar je woont.
Heeft dat je kijk op activisme veranderd?
Ja. Je beseft plots hoe verweven klimaat, economie en macht zijn. Je kunt dossiers lezen en rapporten bestuderen, maar pas wanneer je mensen ontmoet die dagelijks de gevolgen dragen, begrijp je echt hoe groot het systeem is waartegen je strijdt.
Blijf je ondanks alles hoopvol?
Ja. Niet omdat ik denk dat alles vanzelf goed komt, maar omdat ik zie dat mensen zich blijven organiseren. Dat is uiteindelijk de basis van elke maatschappelijke verandering. Of het nu gaat over de klimaatbeweging, de Peperfabriek of een buur die tijdens een hittegolf iemand uitnodigt om binnen af te koelen: verandering begint wanneer mensen voor elkaar zorgen
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.