Interview

An Miller brengt Caroline Pauwels opnieuw tot leven: "Verwondering kan de wereld veranderen"

Joke Goovaerts en Dimitri De Smet

Actrice en theatermaker An Miller (52) brengt dit najaar opnieuw haar solovoorstelling Ode aan de verwondering gebaseerd op het gelijknamige boek van wijlen VUB-rector Caroline Pauwels. Het stuk is een speelse, beeldrijke uitnodiging om opnieuw te kijken, doordrongen van het optimisme en de nieuwsgierigheid die Caroline Pauwels zo kenmerkten. 

Op een warme herfstdag ontmoeten we An Miller op de Sint-Paulusplaats in Antwerpen. Ze praat met een aanstekelijke openheid over verwondering, over theater en over de invloed die Caroline Pauwels nog steeds op haar heeft. Wanneer ze vertelt over hoe de voorstelling tot stand is gekomen, verschijnt er een glimlach. Bij iedereen bij wie ze aanklopten, gingen deuren open en ontstonden nieuwe ideeën. “Het voelde bijna alsof er een soort gouden sprankeltjes rond het project hingen,” zegt ze.

Caroline Pauwels werd in 2016 rector van de VUB en stond bekend om haar vrije, optimistische blik op de wereld. In Ode aan de verwondering, het boekje dat ze in 2021 schreef als curator van Theater Aan Zee, riep ze op om de wereld te blijven benaderen met een open, nieuwsgierige blik, met kinderlijke verwondering voor wetenschap, kunst en het alledaagse. Haar overlijden in 2022 raakte velen diep, maar haar gedachtegoed blijft inspireren. An Miller voelt dat sterk. “Ik hoop dat mensen na de voorstelling opnieuw iets meer verwonderd door het leven gaan,” zegt ze. “Als iedereen dat een beetje doet, verandert de wereld volgens mij echt in positieve zin. En ik ben blij dat ik haar woorden daarvoor krijg, omdat ik het nooit zo mooi zou kunnen zeggen als zij.”

Hoe is deze productie tot stand gekomen?

An Miller: “Als kind zijn we vanzelf nieuwsgierig, kijk naar een driejarige die de hele dag vragen stelt. Maar ergens onderweg naar volwassenheid raken we dat kwijt.”

Dimitri Leue had Ode aan de verwondering van Caroline Pauwels gelezen en moest daarbij aan mij denken. Hij belde me, en ik was meteen enthousiast. Ik had al een grote bewondering voor Caroline, voor haar gedachtegoed, haar manier van kijken, haar possibilisme. Het idee dat verwondering de wereld in positieve zin kan veranderen, raakte me diep. Toen ik het boekje zelf las, werd ik alleen maar enthousiaster. Ik vond het inhoudelijk bijzonder mooi.

Dimitri en ik zijn vervolgens met de kinderen van Caroline gaan praten. We wilden hun toestemming en vooral weten of zij zich in het project konden vinden. Dat werd een heel mooi gesprek en ze stonden er meteen voor open. We zijn daarna een aantal keer met hen gaan wandelen en gaandeweg groeide het idee om hen ook echt bij de voorstelling te betrekken. Zo ontwierp de dochter van Caroline, Anna Violette, het decor. Ze studeert architectuur, dus dat voelde als een heel natuurlijke samenwerking.

We wisten ook dat Caroline eerder samen met kunstenaar Koen Vanmechelen had gewerkt. We dachten: laten we hem gewoon vragen. Eigenlijk gingen we ervan uit dat hij geen tijd zou hebben en dat we hem nooit zouden kunnen betalen (lacht). Maar hij reageerde meteen enthousiast. Dat had ongetwijfeld veel met Caroline zelf te maken. Ze sprak vaak over het belang van je eigen flow te vinden. Op een bepaalde manier is deze voorstelling precies zo ontstaan: door te vertrouwen op wat zich onderweg aandiende en door mensen de ruimte te geven om hun verbeelding toe te voegen.

Wat is de boodschap van Ode aan de Verwondering?

Het stuk is in de eerste plaats letterlijk ook een ode aan de verwondering. Een uitnodiging om het innerlijke kind opnieuw ruimte te geven. Als kind zijn we vanzelf nieuwsgierig, kijk naar een driejarige die de hele dag vragen stelt. Maar ergens onderweg naar volwassenheid raken we dat kwijt: door drukte, door tijdsgebrek, door de gedachte dat we “later wel eens tijd zullen maken”, misschien tijdens de vakantie. Terwijl net in ons dagelijkse leven ruimte maken voor verwondering ons gelukkiger kan maken en voorkomt dat alles grijs en vanzelfsprekend wordt.

Tegelijk is het geen vrijblijvende of zweverige boodschap. In Ode aan de verwondering wordt verwondering verbonden met inzichten van filosofen, wetenschappers en kunstenaars. Daardoor krijgt het een stevige inhoudelijke basis. Verwondering wordt niet gepresenteerd als een ‘geitenwollensokkenidee’, maar als een onderbouwde manier van kijken, gedragen door kennis, literatuur en wetenschap. Het maakt de oproep niet zweverig, maar precies een manier om de wereld opnieuw, en misschien zelfs in positieve zin, te veranderen.

Wat raakt je het meest in Caroline Pauwels?

Wat ik zelf heel interessant vind, is hoe Caroline vertrekt vanuit de geschiedenis. Ze vertelt bijvoorbeeld over Leonardo da Vinci, die nauwelijks naar school is geweest, maar door zijn enorme nieuwsgierigheid uitgroeide tot een van de grootste wetenschappers van zijn tijd. Of over Einstein, die zei dat hij geen bijzonder talent had, maar vooral nieuwsgierig was. Van daaruit gaat ze nog verder. Ze stelt bijvoorbeeld de vraag of dieren nieuwsgierig kunnen zijn of zich kunnen verwonderen. Via de biologie probeert ze daar voorzichtig antwoorden op te vinden. En vervolgens komt ze bij kunstenaars die haar eigen blik op de wereld hebben veranderd, zoals Mark Rothko en William Turner.

Het verhaal over Turner vind ik bijvoorbeeld heel mooi. Mensen waren in zijn tijd gewend dat een schilderij de werkelijkheid herkenbaar weergaf. Turner wilde iets anders laten zien. Tijdens een storm liet hij zich aan de mast van een schip vastbinden omdat hij de kracht van de elementen zelf wilde ervaren. Toen zijn werk later werd tentoongesteld, begrepen mensen het nauwelijks. Ze vonden dat zijn schilderijen op zeepsop leken. Maar Turner wilde de storm niet gewoon afbeelden. Hij wilde laten voelen hoe zo’n ervaring was. Dat vind ik een heel mooi idee: kunstenaars, maar ook wetenschappers, proberen de wereld om ons heen te ontraadselen. Ze proberen de raadsels eruit te halen, maar hoe meer raadsels je oplost, hoe meer nieuwe vragen er ontstaan. En net daarin zit voor mij de schoonheid. De wereld blijft altijd voor een deel raadselachtig. Je kunt haar steeds beter begrijpen, maar je verliest nooit helemaal dat gevoel van verwondering en ontzag.

Er zijn wel wat gelijkenissen tussen jou en Caroline. Zo heb je bijvoorbeeld ook twee kinderen. Hoe is die balans? Is ze voor jou een alter ego?

Voor mij was dat vanaf het begin een heel belangrijk punt. Mijn eerste gedachte was: ik wil absoluut niet Caroline spelen. Dat zou een te grote eer zijn tegenover mezelf. Ik onderschrijf haar gedachtegoed volledig, maar ik heb het niet zelf bedacht zoals zij dat deed. Daarom wilde ik ook nooit zeggen: “Kijk, ik bén Caroline.” Zij valt niet te spelen. Toch is er natuurlijk wel een gelijkenis. Ik herken veel van haar manier van kijken naar de wereld en ben ook moeder. En precies dat dubbele heb ik willen gebruiken. Ik vertel het persoonlijk, vanuit mijn eigen stem. Daardoor ontstaat er een soort middenweg: wie spreekt hier nu eigenlijk? Ik sta achter elk woord, ik draag het, maar het blijft haar gedachtegoed. Zonder het letterlijk te benoemen balanceert de voorstelling voortdurend tussen die twee: is het Caroline, is het de actrice, of is het een mengvorm? Dat spanningsveld vind ik juist heel mooi.

Het is een solovoorstelling. Hoe voelt dat om alleen op de scène te staan?

Aanvankelijk was ik helemaal niet happig op het idee van een solovoorstelling. Ik heb al een paar keer de vraag gekregen om een monoloog te spelen, maar dat hield ik altijd af. Voor mij is het samenspelen met collega’s een van de leukste aspecten van theater. Misschien vind ik het repeteren zelfs nog leuker dan het spelen: samen zoeken, oplossingen bedenken, met je verbeelding aan de slag gaan en elkaar voortdurend inspireren. Op scène kijk je elkaar in de ogen en kun je elkaar telkens opnieuw prikkelen. Uit wat de één doet, ontstaat weer iets nieuws.

Ik hou er ook niet van om stil te staan en elke avond exact hetzelfde te doen. Met medespelers voelt dat natuurlijker, omdat je elkaar voortdurend beïnvloedt. Toch vond ik dit project een reden om het wél te doen. Ik vind de tekst van Caroline zo mooi en het is een bijzondere kans om haar woorden en ideeën verder te laten klinken, nu zij dat zelf niet meer kan.

De eerste repetities vond ik eerlijk gezegd verschrikkelijk. Als ik zenuwachtig ben, helpt het mij normaal om in de ogen van een medespeler te kijken. Je trekt elkaar er als het ware doorheen. Maar nu stond ik daar alleen. Gaandeweg ontdekte ik dat het publiek mijn tegenspeler kan zijn. Elke avond gebeurt er iets anders in de zaal. De ene keer wordt er op een bepaald moment hard gelachen, de andere keer reageert het publiek juist ergens anders op. Dat beïnvloedt mij en verandert ook wat er op scène gebeurt. Zo ontdekte ik een andere manier van samenspelen: ik sta alleen op scène, maar speel nooit helemaal alleen.

Je had Caroline Pauwels’ tekst als een klassieke lezing kunnen brengen. Waarom kozen jullie voor een meer speelse, theatrale vorm?

An Miller: “Elk hoofdstuk krijgt een eigen vorm: het ene speel ik als een telefoongesprek, in een ander zit ik op een fiets zoals op de foto van Theater aan Zee.”

Het blijft natuurlijk een soort lezing, maar we wilden vermijden dat het publiek een uur of langer naar een klassieke uiteenzetting zit te luisteren. Daarom hebben we er bewust meer speelsheid ingebracht. De beelden van Koen Vanmechelen en het decor van Anna Violette, eenvoudig maar van een ongelooflijke schoonheid, openen meteen een wereld van verbeelding.
Elk hoofdstuk krijgt een eigen vorm: het ene speel ik als een telefoongesprek, in een ander zit ik op een fiets zoals op de foto van Theater aan Zee, en soms voelt het meer als een les. Die afwisseling houdt het levendig. Sommige keuzes komen rechtstreeks uit gesprekken met Caroline’s kinderen, familie en vrienden. Het telefoongesprek zit erin omdat Caroline zelf vaak zo stond te bellen. Het blijft de tekst van Caroline, haar boodschap staat centraal, maar die wordt verweven met spel, beelden en verbeelding. Zo wordt het niet alleen inhoudelijk rijk, maar ook theatraal aantrekkelijk. Het decor biedt bovendien veel ruimte voor fantasie, en daar spelen we volop mee.

Je hebt eerder ook zware stukken gespeeld. Hoe bepaal je welke voorstelling je wilt maken?

Voor mij gaat het niet over zwaar of licht. Het gaat erom of een stuk een reden van bestaan heeft. Dat kan iets heel lichts zijn, of iets dat een taboe doorbreekt. Als ik voel: dit moet verteld worden, dan wil ik het spelen. En dat moet ik dan ook honderd keer kunnen spelen zonder te denken: waarom sta ik hier dit te vertellen? Het onderwerp moet belangrijk genoeg zijn om er avond na avond vol in te gaan.

Wat heb jij persoonlijk aan dit project overgehouden? Heeft het je eigen kijk op het leven veranderd?

Ik merk dat ik soms anders kijk, anders probeer te denken. Het lukt niet altijd, maar het helpt wel.
Wat me het meest raakt, is de warmte die Caroline uitstraalde. Die voel je nog steeds in hoe mensen op de voorstelling reageren. Dat neem ik mee: het besef dat verbinding essentieel is. Je omringen met mensen, warmte geven en liefde delen. Het klinkt misschien zacht, maar als je vraagt wat ik persoonlijk uit dit project heb meegenomen, dan is het precies dat: verwondering, een mildere manier van kijken en het belang van warmte.

Wat hoop je dat het publiek na de voorstelling meeneemt?
Verwondering. Niet zozeer verwondering over mij of over de voorstelling, maar over de wereld. Ik hoop dat mensen na afloop even anders om zich heen kijken, zoals Caroline het zelf beschreef: met wat meer nieuwsgierigheid en openheid. Dat ze opnieuw oog krijgen voor dingen die ze anders misschien gewoon voorbijlopen.

An Miller speelt ‘Ode aan de verwondering’ van oktober tot december in heel Vlaanderen. Via deze link vind je de speellijst en waar je tickets kan reserveren.

Bekijk ook De inzichten van Caroline Pauwels op VRT MAX