Democratie

"Rehumaniseer de extreemrechtse kiezer, maar voer strijd tegen de architecten van de haat"

Bert Goossens en Dimitri De Smet

6 juni 2026

Dominique Willaert (57) schreef een essay over hoe we onze democratie opnieuw ‘groots’ kunnen maken. Door te luisteren naar extreemrechtse kiezers in Ninove, de Verenigde Staten en Frankrijk zoekt hij naar manieren om hen opnieuw voor de democratie te winnen. “Individueel sprankelen alleen volstaat niet. We hebben ook een collectieve tegenmacht nodig.”

We ontmoeten Dominique op het terras van De Geus in Gent. Hoewel hij intussen naar Lovendegem is verhuisd, blijft de Arteveldestad het decor van een groot deel van zijn sociale en professionele leven. In zijn nieuwste boek Make Democracy Great Again reikt hij bouwstenen aan voor een veerkrachtigere democratie. Om te begrijpen waar zijn engagement vandaan komt, keren we terug naar zijn West-Vlaamse roots: “Menen is een arbeidersstad, en ik kom zelf uit een arbeidersgezin. Dat heeft mij uiteraard getekend. Het heeft mijn bewustzijn gevormd: wat betekent het om op te groeien in een gezin met één inkomen en vijf gezinsleden? We waren afhankelijk van publieke diensten. De bibliotheek was bijvoorbeeld ontzettend belangrijk in mijn kindertijd en jeugd. Daar heb ik enorm veel kennis opgedaan.”

Waren je ouders politiek geëngageerd?

Ze hadden een moreel kompas dat gericht stond op de vraag: wat is een rechtvaardige samenleving? Vanuit hun positie in de arbeidersklasse hebben mijn vader en moeder ons uitgelegd wat rechtvaardig was en wat niet klopte. Mijn moeder was poetsvrouw, mijn vader arbeider. Op hen werd door bepaalde groepen in de samenleving vaak met misprijzen neergekeken. Tegelijk leerden ze ons: als je je slim organiseert via middenveldbewegingen, dan kun je een vuist maken. Dat is een democratische kunst. Dat heb ik van hen allebei meegekregen.

Je was twintig jaar artistiek leider van het Gentse cultuurhuis Victoria Deluxe, tot 2022. Hoe ben je daar terechtgekomen?

De kiem ligt in Menen. In de jaren 90 werkte ik als drugshulpverlener met een grote groep jongeren die verslaafd waren aan illegale drugs, vooral heroïne. Ik stelde vast dat iemand die verslaafd was, gereduceerd werd tot zijn of haar verslaving. Daarom wilde ik met hen op zoek gaan naar verhalen die een ander stuk van hun identiteit blootlegden. We maakten we een voorstelling waarin we die andere kant brachten. In de zaal zaten politieagenten, arbeidsbemiddelaars, leerkrachten en ouders. Zij waren ontroerd, omdat ze die mensen eindelijk niet meer alleen als drugsverslaafden zagen, maar als veel vollere mensen.
Ik had geen theateropleiding. Ik wilde gewoon een ander stuk van hun identiteit zichtbaar maken. Dat was het begin van een lang traject dat vandaag nog altijd voortduurt. Nu werk ik in de Gentse wijk Watersportbaan, een van de meest precaire wijken van de stad. Ook daar proberen we, los van de kommer en kwel, de krachten, talenten, kennis en kunde van bewoners zichtbaar te maken en te laten resoneren in de bredere samenleving.

Je legde de voorbije jaren je oor te luisteren bij de extreemrechtse kiezer. Wat heb je daaruit geleerd?

Dominique Willaert: “Laat het dus niet afhangen van figuren, maar van een beweging met inspirerende ideeën en een sterk programma.”

Wat ik al luisterend geleerd heb, is dat aan woede bijna altijd een verlies- en rouwervaring voorafgaat. Ann Vermorgen, voorzitter van het ACV, zegt het treffend: mensen worden dingen afgepakt. Door de economische globalisering vanaf de jaren 70 en 80 zijn veel mensen in de westerse wereld heel wat kwijtgeraakt: werk in de eigen streek, publieke dienstverlening, de lokale kleinhandel, cafés… Het zijn allemaal verlieservaringen. Mensen rouwen om wat ze verliezen en krijgen daar vaak weinig gehoor voor bij de traditionele partijen. Uit die rouw ontstaat boosheid.
Zelfs kinderen die hoger opgeleid zijn en naar de stad verhuizen, worden op het platteland vaak als een verlies ervaren. De sociale cohesie verandert. Ook wanneer nieuwe mensen zich in een streek vestigen zonder dat iemand uitlegt wie ze zijn of wat ze komen doen, ontstaat onzekerheid. Mensen willen de wereld rondom zich kunnen lezen. Als ze niet geholpen worden om die snelle veranderingen te begrijpen, groeien verlies, rouw en uiteindelijk boosheid. Extreemrechts slaagt er bijzonder goed in om die woede te capteren en om te smeden tot een vorm van populisme die het maatschappelijke debat steeds verder verhardt.

Een andere factor die je in je essay benoemt, is de verregaande digitalisering. Vandaag komen we met een hulpvraag sneller bij een AI-chatbot terecht dan bij een mens.

In mijn essay noem ik dat het belang van belichaamde relaties. Toen ik door de Denderstreek trok, bleek dat een van de meest voorkomende klachten. Aanvankelijk dacht ik dat migratie op één zou staan, maar dat klopte niet. Afbraak van publieke dienstverlening kwam bijna altijd terug. Mensen vertelden: ik ben werkloos en wil bij de vakbond terecht, maar ik moet eerst een digitaal account aanmaken. Zo kom je in een anonieme communicatie terecht, zonder belichaamde relatie. Er is een fundamenteel verschil tussen dienstverlening waarbij je iemand ontmoet en in de ogen kunt kijken. Je hebt een kernvraag, maar daarnaast ook veel nevenvragen. Een goede dienstverlener kan mensen geruststellen en bezorgdheden helpen plaatsen. Onze beleidsmakers hebben dat onderschat. Vanuit een efficiëntielogica, zeker sinds corona, kozen ze steeds meer voor digitalisering. Dat leek kostenbesparend en efficiënter, maar heeft ook nefaste democratische gevolgen.

We praten hier bij een vrijzinnige ontmoetingsplek. Moeten wij ook onze deuren breder openzetten zodat we niet enkel ‘de eigen kerk’ bereiken?

Die eigen kerk: op zich is daar niets mis mee. Wij zijn heel sterk in zelfkritiek en zeggen vaak dat we voor eigen kerk preken. Maar die eigen kerk is belangrijk. Extreemrechts creëert ook zo’n eigen kerk. Mensen zoeken nu eenmaal een plek waar ze zich thuis, welkom en veilig voelen. Wat wel belangrijk is, is dat die eigen kerk, zeker binnen het democratische kamp, voldoende open blijft om nieuwe mensen aan boord te krijgen en met hen in dialoog te gaan.
Een café waar drie generaties samenkomen, heeft bijvoorbeeld een belangrijke democratische functie. Mensen lachen, vloeken, maken ruzie, maar lossen ook conflicten op. Door dat proces gaan ze meestal met een beter gevoel naar huis dan ze zijn binnengekomen. Dat heb ik in Menen zelf meegemaakt. Na het werk kwamen veel arbeiders iets drinken. Eerst werd de stoom afgeblazen, daarna werd er gelachen. Humor is een belangrijk democratisch wapen. Het café is voor mij de metafoor voor elke ontmoetingsplek waar mensen op verhaal kunnen komen en weer kracht opdoen.
Technologische vernieuwingen hebben veel van die belichaamde relaties onder druk gezet. Politieke partijen dachten dat goede Facebookposts en Instagramfilmpjes volstonden om mensen te bereiken. Dat is maar een deel van het verhaal. Kijk naar Bernie Sanders en Zohran Mamdani. Zij gebruiken sociale media om een eerste, stevige prikkel te geven, maar bouwen daarop voort met vrijwilligers die van deur tot deur gaan of mensen opbellen. Zo creëren ze vanuit het digitale opnieuw een fysieke relatie. In New York slaagde men er zo in heel veel mensen opnieuw naar het stembureau te krijgen.

Extreemrechts zet sterk in op sociale media, maar ook op massabijeenkomsten, zoals de befaamde Trump-rally’s.

Extreemrechts beschikt over heel veel geld en infrastructuur. Het heeft een heel ecosysteem uitgebouwd van denktanks die strategie ontwikkelen en een sterke media-infrastructuur. In steeds meer landen zie je dat extreemrechtse influencers een grote impact hebben op het publieke domein. Jongeren onder de 35 halen een groot deel van hun mens- en wereldbeeld niet langer uit klassieke media, maar uit een gelaagd extreemrechts ecosysteem met figuren als Charlie Kirk, Jordan Peterson en Andrew Tate. Ze brengen bovendien heel veel uren achter een scherm door. Brits econome Noreena Hertz noemt dit ‘de eenzame eeuw’. Dat klopt ook. Het publieke domein van belichaamde relaties is sterk verschraald. Mensen halen hun wereldbeeld niet langer uit gemedieerde sociale relaties, het vakbondslokaal, het volkshuis of de kroeg. Veel van die plekken zijn verdwenen. Daarom moeten we opnieuw bouwen aan een eigen infrastructuur. Niet door het digitale af te wijzen, maar door digitale en belichaamde relaties met elkaar te verbinden. Het is een en-enverhaal.

In je essay beschrijf je hoe extreemrechts gebruik maakt van mythes om mensen te werven voor hun verhaal.

De Franse wetenschapper Gustave Le Bon schreef in 1895 ‘Psychologie des foules’ waar later ook Hitler en Mussolini gebruik van maakten. Daarin beschrijft hij hoe mensen zich in een massa anders gedragen dan als individu. Ze worden gevoeliger voor de retoriek van een sterke leider. Eigenlijk beschrijft hij het script dat vandaag ook Trump en andere autocratische leiders toepassen. In mijn essay beschrijf ik een vijftal mythes die daarbij altijd terugkomen, zoals de omvolkingsmythe: dat het ‘eigen volk’ bedreigd zóu worden door migranten.
Die mythes geven mensen het gevoel dat ze ergens thuishoren, maar zetten tegelijk het eigen kamp op tegen een ander kamp dat gekleineerd, gekwetst of zelfs vernietigd moet worden. Dat mechanisme zagen we bij het nazisme en het fascisme, en zien we vandaag opnieuw in de Verenigde Staten en andere landen. Het is bovendien een misvatting dat alleen kortopgeleide mensen daarvoor vatbaar zijn. We zijn daar allemaal kwetsbaar voor.

Je haalde de burgemeester van New York aan als inspirerend figuur. Zie je zulke politici ook bij ons opstaan?

Dominique Willaert: “Altijd weer uitpakken met ‘het strengste migratiebeleid’ is volgens mij het democratische failliet van de traditionele partijen.”

Ik heb zelf lang gedroomd van een figuur die alles zou oplossen, maar dat is geen verstandige hoop. We hebben sterke en democratische bewegingen nodig, met meerdere mensen die samen een tegenmacht vormen.
Ik heb veel vrienden in politieke partijen en hoor al dertig jaar hetzelfde verhaal: de ergste vijanden zitten meestal in de eigen partij. Daarom vind ik vandaag vooral hoop in het brede middenveld, waar mensen nog altijd proberen de handen in elkaar te slaan en een tegenmacht op te bouwen. Laat het dus niet afhangen van figuren, maar van een beweging met inspirerende ideeën en een sterk programma. Voor mij is een van de belangrijkste vragen hoe we de economische, maatschappelijke en politieke macht van de superrijken aan banden kunnen leggen. Zij ontwrichten de samenleving. Elon Musk is daar een exponent van, maar hij is zeker niet de enige.

Een aanbeveling uit je essay: de traditionele partijen moeten zorgen voor een wervend alternatief.

Traditionele partijen zouden moeten leren van wat Nederlands politicoloog Cas Mudde keer op keer zegt: als je de retoriek, de taal en het programma van extreemrechts overneemt, normaliseer je hen en maak je hen mainstream. De democratische opdracht van partijen als Vooruit en CD&V is om daar sterke counterframes tegenover te zetten. Maar dat gebeurt vandaag veel te weinig. Ze zijn verstrikt in een perceptiestrijd: hoe worden wij gepercipieerd? Dat is geen politiek bedrijven meer. Als je wilt weten wat mensen bezighoudt, moet je naar de fabriekspoorten, de vakbondslokalen en je achterban trekken. Je moet luisteren: waar liggen mensen wakker van? Dat zijn vaak heel andere thema’s dan degene die vandaag het politieke debat domineren. Altijd weer uitpakken met ‘het strengste migratiebeleid’ is volgens mij het democratische failliet van de traditionele partijen.

Je gaat in dialoog met mensen die anders denken, maar protesteert wel wanneer Filip Dewinter aan de universiteit komt spreken over zijn omvolkingstheorie. Hoe rijm je dat?

Ik probeer de extreemrechtse kiezer te rehumaniseren, met een heel duidelijk doel: veel van die mensen zijn misleid en ontheemd. We moeten een inspanning leveren om hen opnieuw uit te nodigen naar de democratische kant van het politieke spectrum. Bij heel veel mensen kan dat lukken. Niet bij de strak ideologische, xenofobe Vlaams Belang-kiezer, maar wel bij een grote groep daarbuiten. Ik kom hen tegen in de Denderstreek, in de VS en op het platteland in Frankrijk. Vaak zeggen ze: mijn ouders stemden socialistisch of communistisch, vandaag stemmen wij Vlaams Belang. Dat zijn mensen die we kunnen terugwinnen, als we slim zijn. De grens trek ik bij ‘de architecten van de haat’. Tegen de ideologen en mandatarissen van extreemrechts ben ik niet vriendelijk. Hun doel is de democratie te ontmantelen. Soms hoor je dat we hen gewoon moeten laten meebesturen, omdat ze dan vanzelf door de mand zullen vallen. Dat is een misvatting. Vanaf dag één dat ze aan de macht zijn, vallen ze rechters aan en breken ze sociale verworvenheden af. Ze maken de democratie stuk. Ik zeg: rehumaniseer de kiezer, maar voer strijd tegen de architecten van de haat.

Je geeft in je boek enkele bouwstenen voor een sterkere democratie. De eerste is bestaanszekerheid: investeer opnieuw in publieke voorzieningen. De kritiek daarop laat zich raden: door de vergrijzing en de stijgende uitgaven voor onder meer gezondheidszorg is er nauwelijks financiële ruimte. Moeten we dan niet net besparen in plaats van extra investeren?

Het is net omgekeerd. Er wordt vaak gezegd dat er geen geld is, maar dat klopt niet. Thomas Piketty en Gabriel Zucman tonen net aan hoeveel welvaart en rijkdom er is. De vraag is hoe we die rechtvaardiger verdelen. Dat betekent niet dat je kleine ondernemers viseert, maar dat je aan de sterkste schouders een grotere bijdrage vraagt.
Zo kunnen we opnieuw investeren in publieke dienstverlening. Dat zorgt voor meer rust in de samenleving, en die rust is ook democratisch belangrijk. Mensen willen genoeg overhouden om op vakantie te kunnen gaan, een woning te kunnen kopen en het gevoel te hebben dat hun kinderen het minstens even goed zullen hebben als zijzelf. Als dat perspectief verdwijnt, groeit ook de aantrekkingskracht van extreemrechts.
Bestaanszekerheid gaat bovendien over veel meer dan een loon. Ze gaat ook over degelijk openbaar vervoer, betaalbaar onderwijs en wonen. Ik volgde ooit een zwarte poetsvrouw in de Denderstreek die volledig afhankelijk was van de bus om op haar werk te raken. Door afgeschafte buslijnen leefde zij voortdurend met stress, ook omdat ze wist dat het cliché bestond dat zwarte mensen altijd te laat komen. Dat is ook bestaanszekerheid. Een dak boven je hoofd, degelijk openbaar vervoer en publieke dienstverlening zijn niet alleen materieel, maar ook psychologisch van groot belang.

Vertrekt jouw denken vanuit een marxistisch denkkader?

De fundamentele vraag is: wie beslist over de meerwaarde wanneer een bedrijf winst maakt? Alleen de directie en de aandeelhouders, of ook de werknemers? Ik ben ooit in het toenmalige Joegoslavië geweest, waar een farmaceutisch bedrijf in publieke handen de beste geneesmiddelen van het Oostblok produceerde. De winst werd opnieuw geïnvesteerd in de lokale gemeenschap: in jeugdinfrastructuur, speeltuinen, muziek- en kunstonderwijs. Dat is voor mij een marxistisch prototypevoorbeeld: arbeiders correct verlonen, hen erkenning geven voor wat ze produceren en een flink deel van de opbrengst opnieuw ten dienste stellen van de gemeenschap. Vandaag wordt bijna elke jongere gestimuleerd om ondernemer te worden en vooral voor zichzelf te zorgen. Ik vind dat we jongeren ook moeten leren nadenken over de vraag hoe we de opbrengsten van arbeid rechtvaardig verdelen.

Klassieke kritiek op het marxisme: het leidt tot een autoritaire samenleving.

Er bestaat een misvatting dat het marxisme automatisch gelijkstaat aan het stalinisme, de Sovjet-Unie of wat vandaag in China gebeurt. Het marxisme zoals Marx, Engels en latere denkers het hebben uitgewerkt, is volgens mij nooit echt gerealiseerd. Het leninisme en het stalinisme zijn daar geen verwezenlijking van. Die twee moet je dus los van elkaar zien. Ik verwerp ondubbelzinnig wat er in de Sovjet-Unie is gebeurd. Ik beschouw mezelf als een democratisch socialist. Niet alles moet genationaliseerd worden. Het marxisme is een veel breder denkkader dan wat er in de Sovjet-Unie of China van gemaakt is.

Vind je vanuit die overtuiging aansluiting bij een politieke partij?

Dominique Willaert: “Een gezonde democratie vraagt een evenwicht tussen ethos, pathos en logos. Dat evenwicht moeten we herstellen, zodat mensen opnieuw met redelijke argumenten het gesprek aangaan.”

Vandaag ben ik partijpolitiek dakloos. Ik voel mij in geen enkele partij echt thuis. Dat heeft ook te maken met hoe partijen vandaag georganiseerd zijn. Ze surfen van verkiezing naar verkiezing, waardoor het electoralisme overheerst. De vraag is telkens: hoe halen we meer stemmen? Terwijl de huidige situatie volgens mij vraagt om een veel fundamentelere ideeënstrijd: welke ideeën hebben we nodig om onze samenleving grondig te hervormen?
Mijn hoop ligt bij de basis. Daar probeer ik mee te bouwen aan een tegenmacht. Mijn ideeën zijn geen kant-en-klare oplossingen, maar bouwstenen om de maatschappelijke machtsverhoudingen opnieuw te doen kantelen. De geschiedenis toont dat progressieve en democratische ideeën ook ooit de bovenhand hadden. Dat is het engagement dat ik samen met vele anderen wil opnemen.

Een van die bouwstenen die je in je essay aanhaalt is een balans vinden tussen ethos, pathos en logos.

De wereld is vandaag danig ontwricht omdat de pathos overheerst. Bij extreemrechtse partijen zie je dat de logos en ook de ethos steeds meer worden uitgeschakeld. Wat Trump, Vance en Francken doen rond klimaat is voor mij daar een voorbeeld van. Ze weten wat er gebeurt en ontkennen het toch. Ik noem dat klimaatnegationisme, iets wat volgens mij juridisch strafbaar zou moeten zijn.
Als de logos en de ethos wegvallen, blijft alleen de pathos over. Mensen reageren dan steeds vaker vanuit de onderbuik, tegen hun eigen belangen in. Dat is gevaarlijk voor een democratie. Vroeger dacht ik dat links ook meer pathos nodig had. Vandaag ben ik daar veel genuanceerder in. Een gezonde democratie vraagt een evenwicht tussen ethos, pathos en logos. Dat evenwicht moeten we herstellen, zodat mensen opnieuw met redelijke argumenten het gesprek aangaan.

Nog een opmerkelijke bouwsteen uit je essay: we moeten meer sprankelen.

Het concept sprankelen is ontstaan tijdens een diepe crisis. Ik heb lang uitgekeken naar één grote maatschappelijke omwenteling. Tot ik besefte dat elke revolutie ook haar eigen kinderen opeet. Na vier decennia wachten vroeg ik me af: wat kan ik dan wél doen? Toen las ik Hannah Arendt, die schrijft over het nataliteitsprincipe: elke nieuwe dag biedt de kans om het goede te doen. Thuis, op het werk en in de publieke ruimte kunnen we elke dag op een hoffelijke en rechtvaardige manier met anderen omgaan. Vanuit dat denken is het concept van sprankelen ontstaan.
Ik wil mij niet laten ontmoedigen door al het geopolitieke geweld, de klimaatcrisis of het dagelijkse apocalyptische nieuws. We moeten blijven kijken en analyseren wat er gebeurt, maar tegelijk een tegenkracht ontwikkelen in ons eigen leven. Vriendelijk zijn, hoffelijk zijn, je uitspreken en humor gebruiken: ook dat is sprankelen.
Dat is individueel handelingsvermogen. Tegelijk moeten we dat opschalen naar een collectief verhaal. Daarom engageer ik mij in verschillende bewegingen en ben ik syndicalist. Individueel sprankelen alleen volstaat niet. We hebben ook een collectieve tegenmacht nodig.

Hoe kijk je naar de toekomst van onze democratie?

Ik ben heel bezorgd over de geopolitieke ontwikkelingen. Maar ik geloof niet dat het antwoord van een andere grootmacht of regime zal komen. Ik kijk ook met grote ogen naar mensen die het Chinese regime verdedigen. China is evengoed een geopolitieke macht die haar invloed uitbreidt. Ik geloof niet in grote regimes of regimewissels die alles zullen oplossen. Mijn hoop ligt veel meer bij een wereldwijd versterkt netwerk van sociale bewegingen die werken aan buen vivir: het goede leven en een rechtvaardige samenleving. We moeten die goede praktijken veel meer met elkaar verbinden.
Te vaak reageren progressieve mensen alleen op wat rechts en extreemrechts zeggen. Ik vind dat een vergissing. We moeten veel sterker onze eigen taal, verhalen en ideeën uitdragen, op sociale media én in het publieke domein. Natuurlijk moeten we kritisch blijven, maar we moeten ook onze positieve en inspirerende praktijken zichtbaar maken. Alleen zo kunnen we hoop geven aan de volgende generaties.

Make Democracy Great Again verscheen op 8 juni 2026 bij Houtekiet

 

“Het probleem is: de Spartanen zijn aan het winnen”

 

Nood aan een gesprek van mens tot mens? Kom langs bij het huisvandeMens