Willemsfonds
Joke Goovaerts
Het Willemsfonds, in 1851 in Gent opgericht als eerbetoon aan Jan Frans Willems, is vandaag de oudste socio‑culturele organisatie van het land. Wat begon als een beweging voor de versterking van de Nederlandse taal en cultuur, groeide uit tot een levendig netwerk dat in heel Vlaanderen en Brussel mensen samenbrengt rond kunst, literatuur en debat. Voorzitter Sylvain Peeters (78), die het vernieuwde bestuur begeleidt, blikt vooruit op wat het 175‑jarig jubileum kan betekenen.
Sinds de oprichting op 23 februari 1851 speelde het Willemsfonds een cruciale rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en culturele emancipatie. Wat begon als een genootschap van intellectuelen dat streed voor de gelijkberechtiging van het Nederlands, groeide uit tot een moderne sociaal-culturele vrijwilligersorganisatie. Met meer dan 500 vrijwilligers en ongeveer 1.500 activiteiten per jaar blijft het Willemsfonds een ontmoetingsplaats waar cultuur in de breedste zin van het woord centraal staat. Sylvain Peeters is een vertrouwd gezicht binnen de vereniging. Hij was al voorzitter tijdens het 160-jarige jubileum en werd door het huidige, jongere bestuur gevraagd om opnieuw de fakkel op te nemen en hen te begeleiden in een periode van vernieuwing.
175 jaar is een indrukwekkende mijlpaal. Hoe kijk je naar dit jubileum?
Natuurlijk is 175 jaar een mijlpaal. Elk jubileum is een kans om te vieren, maar idealiter koppel je zo’n moment aan iets blijvends. Voor de 175ste verjaardag hebben we onze leden bevraagd. Hoe willen jullie dit vieren? Wat moet er gebeuren? Tot mijn verbazing kwam daar vooral één antwoord uit: organiseer een feest. En ja, een feest is leuk, maar de dag nadien is het voorbij.
Daarom kijk ik graag terug naar de 160ste verjaardag. Toen hebben we iets opgericht dat vandaag nog altijd bestaat: Het Betere Boek en de Bronzen Uil. Die Uil is bijna een totem voor het Willemsfonds geworden, een symbool van wijsheid, kracht en schoonheid.
De Bronzen Uil was oorspronkelijk ook letterlijk van brons, omdat er toen nog de Gouden Uil bestond. Ik moet die link nog altijd uitleggen aan juryleden. De gedachte was eenvoudig: in een competitie heb je brons, zilver en goud. Wij wilden debutanten bekronen waarvan we dachten dat ze ooit kans zouden maken op de Gouden Uil. Vandaar de naam.
Wat zijn die kernwaarden van het Willemsfonds voor jou?
Voor mij is dat een combinatie van vrij, vrijzinnig en volks. Onlangs namen we afscheid van Margriet Hermans, die ook bestuurslid was bij het Willemsfonds. Zij belichaamde dat eigenlijk perfect: een vrije, vrijzinnige en volkse Vlaming.
Dat vrijzinnige zit van bij het begin in onze geschiedenis: het pleidooi voor zelfbeschikking, voor zelfstandig denken en voor de vrijheid om eigen keuzes te maken.
Vrij in de betekenis van liberaal, maar niet partijpolitiek. Vrijzinnig omdat het Willemsfonds historisch ontstond uit het verzet tegen de dominante positie van de katholieke kerk. Dat vrijzinnige zit van bij het begin in onze geschiedenis: het pleidooi voor zelfbeschikking, voor zelfstandig denken en voor de vrijheid om eigen keuzes te maken.
En dan is er het volkse. Vlamingen zijn Bourgondiërs. Vraag hen hoe ze een jubileum willen vieren en ze antwoorden spontaan: met eten en drinken. Maar dat volkse gaat voor mij ook over taal. Jan Frans Willems zag taal als een instrument van emancipatie. Die gedachte blijft vandaag relevant.
In de tweedelige podcastreeks van Margriet Hermans naar aanleiding van 175 jaar Willemsfonds doken drie thema’s op: eenzaamheid, verbinding en kritisch burgerschap.

Omdat onze manier van communiceren fundamenteel veranderd is. Communicatie is bijna een individueel instrument geworden. Zelfs binnen een gezin kijkt iedereen naar hetzelfde scherm zonder nog met elkaar te praten. Juridisch ben je nog een gezin, maar in de praktijk leef je op eilanden. En van eilanden is het maar één stap naar eenzaamheid.
Als je die trend vaststelt, moet je ingrijpen. Eerst erkennen dat eenzaamheid groeit, en dan zoeken naar manieren om mensen opnieuw te verbinden. Soms moet je daarbij tegen de stroom in durven gaan. Het verbod op smartphones op school vind ik daar een goed voorbeeld van. Het klinkt betuttelend, maar het effect is duidelijk: zodra de gsm’s weg zijn, veranderen pauzes en speeltijden volledig. Verbondenheid ontstaat bijna vanzelf opnieuw. Dat soort mechanismen moeten we zoeken. En je moet activiteiten ontwikkelen die mensen samenbrengen. De klassieke recepten werken niet meer altijd en daarom moeten we nadenken over nieuwe vormen.
En dat kritische denken, hoe zie je dat vandaag?
Wie zich aangetrokken voelt tot het Willemsfonds, is bijna per definitie kritisch ingesteld. Dat merk je meteen in gesprekken: mensen hebben hun eigen mening, zeggen waar ze het niet mee eens zijn, en dan begint het. Dat is waardevol. Dat moet je cultiveren. En dan komt het vrijzinnige automatisch mee: mensen willen geen dictaat opgelegd krijgen, ze willen hun eigen mening vormen én ernaar leven.
Het debat over voltooid leven leeft sterk, maar de wetgever loopt achter. Dat is een strijdpunt waar wij een rol kunnen spelen.
Bij ouderen gaat dat vaak over thema’s als euthanasie. Ze weten wat ze willen, maar beseffen niet altijd dat wat ze willen wettelijk niet kan. Daar moeten we als Willemsfonds meer inspanningen leveren: helder uitleggen wat de wet wél en niet toelaat. Het debat over voltooid leven leeft sterk, maar de wetgever loopt achter. Dat is een strijdpunt waar wij een rol kunnen spelen.
Zijn er nog van die strijdpunten?
Zeker. De scheiding van kerk en staat blijft een klassiek vrijzinnig thema. Ik was verbaasd over de recente poging om de levensbeschouwelijke vakken in het officieel onderwijs te hervormen. Ik wist meteen dat dat grondwettelijk geen stand zou houden.
En dan zijn er de symbolische zaken: waarom spreken we nog altijd over paasvakantie en kerstvakantie? Dat zijn verwijzingen naar één specifieke levensbeschouwing. Ik heb ooit voorgesteld om dat te veranderen, maar dat ligt gevoelig. Nochtans zou ‘lentevakantie’ veel logischer zijn.
Geld verdienen is op zich niet fout, maar het mag nooit ten koste gaan van vrijheid en waardigheid.
Welke evolutie baart u vandaag de meeste zorgen? En welke rol ziet u voor het Willemsfonds?
Artificiële intelligentie. Ik noem het zelf ‘de slimme’, omdat AI zo’n on-Nederlands woord is en artificiële intelligentie te lang. Het probleem is dat de regelgeving veel te traag komt. De negatieve effecten zijn al zichtbaar voor er regels zijn. AI wordt gebruikt in contexten waar dat niet wenselijk is, en dan zie je dat waarden en normen verschuiven. Eigenbelang primeert op het algemeen belang, terwijl men het omgekeerde beweert. Geld verdienen is op zich niet fout, maar het mag nooit ten koste gaan van vrijheid en waardigheid. Daar ligt een belangrijke opdracht: blijven hameren op ethiek.
Wat is de toekomst van het Willemsfonds? Waar wil je op inzetten?
De toekomst van het Willemsfonds ligt voor mij in een evenwicht tussen continuïteit en vernieuwing. Veel verenigingen kampen met vergrijzing: de leden zijn trouw, maar worden ouder en er komt weinig nieuw bloed bij. Daarom ben ik blij dat het nieuwe bestuur dat dit jaar is aangetreden duidelijk jonger is.
Ik was zelf 35 toen ik actief werd binnen het Willemsfonds. Dat is een mooie leeftijd om verantwoordelijkheid op te nemen en tegelijk nog lang mee te bouwen aan een organisatie. Het nieuwe bestuur heeft me gevraagd om nog even voorzitter te blijven, omdat het zich nog niet klaar voelde om de fakkel volledig over te nemen. Ik zie mijn rol daarom vooral als die van een gids.
Lees hier meer over het Willemsfonds
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.