Geert Dewaele en Dimitri De Smet
16 juli 2026
Jan Puype (55) uit Pittem werd als kind drie jaar lang seksueel misbruikt door een priester op het internaat in Waregem. De dader kreeg nooit een straf omdat de feiten verjaard zijn, bood nooit zijn excuses aan en krijgt tot op de dag een overheidspensioen. Jan zweeg decennialang, tot de documentaire Godvergeten zijn verhaal weer naar boven bracht. Sindsdien strijdt hij, samen met andere slachtoffers, voor gerechtigheid: “De kerk is nog altijd niet bereid om verantwoordelijkheid op te nemen.”
Jan Puype ontvangt ons hartelijk bij hem thuis in Pittem, een kleine, typisch West-Vlaamse gemeente rond de kerktoren. Een streek waar in de jaren tachtig nog veel kinderen in een strenge katholieke omgeving opgroeiden, en dat was ook zeker bij Jan het geval: “Toen ik kind was, werd alles beslist door de geestelijke in onze familie: ‘tante nonneke’. Zij bepaalde wat er gebeurde: het doopfeest, de eerste communie, de school waar we naartoe gingen. Uiteraard was dat allemaal katholiek, en dan nog het strengste van het strengste. Alles werd herleid naar God. Het goede kwam van God, de rest was duivels, en daar hoorde de hel bij. Op de kleuterklas werd je daar al helemaal in ondergedompeld. Pas op het einde van de lagere school begon het bij mij een beetje te wringen. Over seksuele voorlichting werd met geen woord gerept. Die bestond gewoon niet.”
Op je elfde werd je naar het internaat van het Heilig Hart-college in Waregem gestuurd. Hoe was die overgang?
Verschrikkelijk. Ik kwam uit een dorp met misschien tweehonderd kinderen op de hele school, en plots zat ik tussen honderden vreemden, in een ander dialect dat ik amper verstond. Voor het eerst in mijn leven moest ik mijn ouders en mijn zus vijf dagen per week missen. Ik was enorm eenzaam, ik heb daar veel geweend. Ik denk dat die priester daar een neus voor had: wie geïsoleerd is, wie weinig vrienden heeft, is een makkelijkere prooi dan een kind dat sterk in zijn schoenen staat.

Wanneer besefte je dat er iets niet klopte?
Het heeft toch wel acht à tien weken geduurd voor de eerste aanraking begon. Op dat moment stel je jezelf wel vragen, maar je durft er niks tegen te zeggen. Je kent nog niemand goed genoeg om het te vragen, en je weet niet of het juist is of verkeerd. Zeker niet in de jaren tachtig, toen seksuele voorlichting nog nauwelijks bestond. Ik heb het één keer aan mijn moeder verteld. Zij heeft dat waarschijnlijk in een lichtere versie doorverteld aan mijn vader, maar het antwoord was: dat kan niet waar zijn, meneer pastoor doet dat niet. Dus dan zwijg je. ’s Avonds na tien uur hoorde je zijn voetstappen tot aan je kamer komen, en dan wist je hoe laat het was.
Hoe lang heeft het misbruik geduurd?
Drie jaar, tijdens mijn eerste, tweede en derde middelbaar, hij was als directeur verantwoordelijk voor die eerste jaren. Vanaf het vierde jaar liep ik letterlijk aan de overkant van de straat om hem te vermijden. Die man heeft daar zo’n dertig jaar gewerkt, en ik weet van mensen die er vijftien jaar vroeger al zaten dat zij hetzelfde hebben moeten ondergaan. Uiteindelijk bleek uit het onderzoek van het parket van Kortrijk dat er 123 klachten tegen hem waren, waarvan een negentigtal ontvankelijk verklaard en effectief bewezen.
Je hield het lange tijd stil, zelfs voor je eigen ouders.
Absoluut. Ik voelde me schuldig, naïef zelfs, alsof ik het had laten gebeuren. De dader was een meester in manipulatie: de dag na een misbruik kon hij vrolijk over mijn hoofd wrijven terwijl ik hem het liefst had weggeduwd. Maar je was bang, en zolang je deed wat hij vroeg, kwam je van de ergste represailles af. Ik denk dat dat zijn sterkste wapen was: die machtsverhouding. Op den duur onderga je het gewoon, omdat je denkt: hoe vlugger hij zijn zin krijgt, hoe vlugger de pijn voorbij is. Dat is het treurigste van heel het verhaal.
Ik heb ook nog een medische ingreep moeten ondergaan door het misbruik, en dat vind ik eigenlijk een van de meest veelzeggende dingen uit heel dat verhaal. Zelfs in het ziekenhuis werd er niet naar gevraagd. Er werd zelfs bewust een ander ziekenhuis gekozen, verder van huis, net om te vermijden dat het zou opvallen. Iedereen kon dus wel vermoeden dat er iets grondig mis was, maar niemand stelde de vraag. Dat toont voor mij hoeveel macht dat instituut had: liever de schijn ophouden dan een kind helpen.
Wat heeft dat op langere termijn met je gedaan?
Mijn hele kijk op relaties en intimiteit is erdoor verstoord. Voor mij stond seksualiteit lange tijd gelijk aan pijn ondergaan, dus ik hield afstand. Ik gooide mezelf volledig op voetbal, alles om mijn lichaam af te matten en om mensen op afstand te houden. Ik koos er bewust voor om relaties weg te houden, uit angst om iemand anders pijn te doen. Dat heeft jaren geduurd voor dat wat losser kwam.
Je bent uiteindelijk getrouwd, kreeg kinderen. Wist je gezin ervan?
Niemand wist het. Er was een moment op restaurant, mijn dochter was toen vier, waarbij een priester binnenkwam en over haar hoofd streek. Ik ontplofte en begon te schreeuwen. Mijn toenmalige vrouw vroeg zich af waarom ik zo fel reageerde tegen mensen die onze dochter niets hadden misdaan. Toen heb ik het haar verteld. Ik heb toen ook klacht ingediend, rond 2005, maar helemaal anoniem. Helaas waren de feiten verjaard, waardoor het gerecht niets meer kon doen.
Ik had alles destijds gedetailleerd opgeschreven, en via via kwam mijn verhaal terecht bij Ingrid Schildermans en Ibbe Daniëls, de makers van ‘Godvergeten’. Ondanks het feit dat de zaak al verjaard was, wilde ik toch mijn verhaal doen. De dader was toen nog actief als priester, al hadden ze hem intussen wel op non-actief gezet op school. Hij bleef wel gewoon priester en werd gewoon doorbetaald.
Heeft hij ooit zijn excuses aangeboden?
Nooit. Een narcistische dader zoals hij leeft volledig in de ontkenning. Hij leeft nog, krijgt nog altijd zijn pensioen uitbetaald. Hij mag alleen niet meer voorgaan in de eucharistie, niet meer in de pastorie wonen (waar hij wel nog woont) en moet in ‘intieme kring’ begraven worden. Verder niets.
Niettemin ben je zelf ook blijven vechten en heb je de kerk zelf ook ter verantwoording geroepen.
Ja, en dat is een heel moeizaam verhaal. Ik moest een document ondertekenen waarin stond dat ik voor de rest van mijn leven zou zwijgen, in ruil voor een vergoeding. Nadien ben ik daarmee toch naar buiten gekomen, want ik vind dat je zo’n spreekverbod niet mag opleggen aan een slachtoffer. De bedragen die uiteindelijk zijn uitgekeerd, staan totaal niet in verhouding tot wat mensen nodig hebben aan psychologische begeleiding. Zelf heb ik 25.000 euro ‘schadevergoeding’ gekregen van de kerk, maar heb ik al meer dan 100.000 euro uitgegeven aan psychologen en therapie.

Je hebt in je strijd voor rechtvaardigheid zelfs de paus ontmoet.
Twee keer, ja, de huidige en zijn voorganger. De eerste keer kregen we amper een paar minuten om te spreken. Ik heb toen zelf ook gevraagd om het financiële herstelplan te steunen en om priesters te ontslaan waarvan bewijzen van misbruik bestaan. Hij antwoordde dat hij dat zelf had geprobeerd binnen de curie, maar dat hij daar weerstand op botste. Uiteindelijk is de dader wel “ontslagen”, met beperkende voorwaarden, maar hij leeft dus nog altijd in een pastorij.
Waarom blijf je, ondanks alles, dit gevecht voortzetten?
Uit respect voor de andere slachtoffers, en omdat er nog steeds nieuwe verhalen naar buiten komen. De stilte rond misbruik is nog altijd oorverdovend. We onderhandelen al jaren met de bisschoppenconferentie, via bemiddelaars, maar het schiet niet op. Het voelt vaak als bezigheidstherapie: veel vergaderen, weinig actie. Toch blijf ik gaan naar die vergaderingen, want als slachtoffers zoals ik ermee stoppen, is dat precies wat de kerk wil.
Geloof je zelf nog in God?
Nee. Sinds de dood van mijn moeder ben ik geen kerk meer binnengegaan. Dat betekent niet dat ik vind dat iedereen dat ook zou moeten doen, dat is ieder zijn vrije keuze. Maar het systeem waarin een instituut als de kerk zoveel slachtoffers heeft kunnen maken, dat kan ik niet meer los zien van dat geloof.
Wat zeg je tegen slachtoffers die nog niet naar buiten zijn gekomen?
Doe het, en neem contact op als dat helpt, met mij, met andere slachtoffers. Hoe meer mensen we samenbrengen, hoe sterker onze stem. Het is niet altijd makkelijk, en soms is het net de groep van lotgenoten die je overeind houdt, meer nog dan wat er politiek of financieel uit de bus komt. Begrepen worden door mensen die weten hoe het voelt, dat is voor een slachtoffer ontzettend belangrijk.
Jan Puype schreef zijn verhaal in ‘Het verjaart niet in je hoofd’, uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts 
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.