Interview
Mila De Baere en Dimitri de Smet
18 september 2026
Hind Eljadid is woordkunstenaar, schrijver en projectcoördinator bij het Vermeylenfonds. Samen met haar zus Zarah schreef ze recent een nieuwe graphic novel: Het meisje dat te snel groot werd. Hind won de 32ste Prijs voor de Mensenrechten en gebruikt haar woordkunst om onrecht aan te klagen. Op 24 oktober komt Hind ook naar het Vurig Verbonden Lichtfestival, waar ze zal spreken over vrijheid en mensenrechten.
Hind Eljadid heeft als vrouw van kleur, met een Marokkaanse achtergrond en queer identiteit, zelf ervaring met racisme en discriminatie. Haar zus, die een hoofddoek draagt, krijgt daar nog vaker mee te maken. Die verschillen tussen de zussen vormen tegelijk geen afstand. Integendeel: ze zijn bijzonder hecht en werken vaak samen.
In een samenleving waarin discussies over religie, neutraliteit en identiteit steeds scherper worden gevoerd, pleit Hind voor zelfbeschikkingsrecht en ruimte voor verschil. Ze ziet kunst en verhalen als een manier om opnieuw verbinding te zoeken. Tegelijk maakt ze zich zorgen over de druk op mensenrechten en de toekomst waarin haar kinderen zullen opgroeien.
Je schrijft vaak over maatschappelijke thema’s. Waar komt die betrokkenheid vandaan?
Wij zijn opgegroeid op den Dam in Antwerpen, in een stevige wijk. We leefden in moeilijke omstandigheden en kwamen daardoor van jongs af aan in aanraking met veel van de thema’s waarover we schrijven. Onze buren, vrienden en andere jongeren in de wijk ook. Er was dus helaas genoeg inspiratie voor heel veel boeken. Ik ben zelf ook vaak geconfronteerd geweest met discriminatie en racisme.
Welke vormen van discriminatie worden volgens jou vandaag nog onderschat?
We weten dat het gebeurt: bij het zoeken naar een huurwoning of werk, maar ook in de vorm van verbaal en non-verbaal geweld op straat. Als ik zelf op zoek ben naar een huurhuis, gebruik ik bijvoorbeeld niet altijd mijn eigen naam. Ik gebruik de naam van mijn partner, die een witte naam heeft. Dat is heel confronterend en pijnlijk, maar wel de realiteit waar veel mensen dagelijks mee te maken krijgen.
Ook mijn zus ervaart dat. Zij is kunstschilder en draagt een hoofddoek. Daardoor krijgt zij nog vaker te maken met discriminatie en vooroordelen. Het is pijnlijk om te zien wat dat emotioneel met haar doet. Mensen van kleur en mensen die zich op zo’n intersectie bevinden, moeten zich vaak twee, drie of vier keer zo hard bewijzen om te tonen dat ze bepaalde capaciteiten hebben. En fouten worden sneller aan de hele groep toegeschreven.
Jij en je zus verschillen op het eerste gezicht behoorlijk van elkaar. Jij draagt bijvoorbeeld geen hoofddoek, zij wel. Hoe gaan jullie om met die verschillen?
Eigenlijk gaan we daar helemaal niet mee om. Voor ons is dat gewoon de norm. Ik snap dat buitenstaanders denken: ‘Er zijn zoveel verschillen, daar moet toch wrijving zijn?’ Maar dat is mijn zus. Ik heb onvoorwaardelijke liefde voor haar en zij voor mij. We verschillen uiterlijk, maar lijken veel harder op elkaar dan mensen denken. Zij heeft geen tatoeages of piercings, ik wel. We kleden ons anders, zij draagt een hoofddoek en we hebben een andere seksualiteit. Maar we hebben dezelfde humor, bijna dezelfde stem en dezelfde manier van denken. Ik ben vooral heel dankbaar voor de liefde die mijn zus en ik delen. Zij is echt mijn rots in deze wereld.
De discussie over de hoofddoek en neutraliteit laait regelmatig op. Hoe kijk jij naar neutraliteit?
Ik kan alleen spreken vanuit mijn eigen kader en ervaringen. Mijn zus studeerde af met grote onderscheiding en ging daarna op zoek naar werk. Ze werd met haar ervaring nergens aangenomen omwille van haar hoofddoek. Dat had niets te maken met haar capaciteiten of wie zij als persoon is. Uiteindelijk is ze voor zichzelf begonnen. Je moet soms je eigen tafel bouwen om daar vervolgens een plek op te eisen. Ook in heel alledaagse situaties zie ik hoe mijn zus onzichtbaar wordt gemaakt. Als we samen naar de winkel gaan, gebeurt het regelmatig dat de persoon aan de kassa tegen mij praat en mijn zus negeert.

Je koppelt dat aan zelfbeschikkingsrecht. Wat bedoel je daarmee?
Als we zeggen dat vrouwen in de islam onderdrukt worden en hen vervolgens willen ‘redden’ door hen te verbieden een hoofddoek te dragen, nemen we hun zelfbeschikkingsrecht af. Het recht om je religie te beoefenen is een grondrecht. Als een vrouw ervoor kiest om een hoofddoek te dragen, waarom zouden wij haar die keuze afnemen?
Ook binnen de vrijzinnige gemeenschap bestaat een sterke traditie van neutraliteit en het scheiden van kerk en staat. Hoe verhoudt jouw visie zich daartoe?
Ik vind het fantastisch dat de vrijzinnige gemeenschap zich heeft losgemaakt van de katholieke kerk. Als onze gemeenschap op dat moment heeft gezegd: ‘Wij komen los van de kerk’, dan is dat goed. Maar kunnen we diezelfde zelfbeschikking dan ook aan andere mensen gunnen? Kunnen we alsjeblieft stoppen met ons idee van het goede op andere mensen te projecteren? En absolute neutraliteit bestaat volgens mij niet. Het gaat bovendien niet alleen over religieuze neutraliteit, maar ook over politieke neutraliteit. Mogen mensen bijvoorbeeld voor de klas uitkomen voor hun seksualiteit? Beïnvloeden ze leerlingen dan ook? Ik zou juist willen dat jongeren vragen kunnen stellen en dat we van elkaar kunnen leren. Of iemand nu uit de vrijzinnige gemeenschap komt, moslim, katholiek, joods of boeddhist is.
Tot waar mag vrijheid dan gaan volgens jou?
Ik denk niet dat er zoiets bestaat als volledige vrijheid. We worden voortdurend gevormd door onze omgeving: het gezin waarin we opgroeien, het onderwijs dat we volgen, onze vrienden, ons werk. We nemen bepaalde dingen mee in onze ontwikkeling en laten andere dingen achter. Ik word nooit wakker als exact dezelfde persoon als gisteren. Ik verander elke dag, ook al is het maar een klein beetje. Binnen dat kader creëren we onze vrijheid. Soms breken we daaruit omdat we voelen dat iets niet strookt met wie we zijn. Dan creëren we een nieuw stukje vrijheid, maar nog altijd binnen een kader. Ik ben zeker geen anarchist. Er zijn regels en grenzen nodig. Ook om andere mensen niet te kwetsen en om een samenleving te creëren die goed kan functioneren.
Heb je het gevoel dat die vrijheid vandaag onder druk staat?
Ja. Ik denk dat vrijheid voor verschillende gemeenschappen meer onder druk staat dan voor andere. We moeten zeker opletten voor de extreemrechtse tendens die door Europa en de wereld trekt. Als je kijkt naar Hongarije, zie je hoe rechten die niet grondwettelijk verankerd zijn opnieuw kunnen worden teruggeschroefd. Dat vind ik eng.
Daarom pleit ik er ook voor om rechten van de LGBTQ+-gemeenschap in België sterker te verankeren in de Grondwet, zoals het meemoederschap en het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht. Als de politiek op een bepaald moment beslist dat zulke rechten moeten worden teruggeschroefd omdat we opnieuw naar het ‘traditionele gezin’ moeten, dan kan dat heel gemakkelijk gebeuren als die rechten onvoldoende beschermd zijn.
Heb je het gevoel dat mensenrechten daardoor ook onder druk komen te staan?
Ja, het recht op protest is bijvoorbeeld een van onze belangrijkste rechten. Op het moment dat we niet meer op straat kunnen komen en onze vrijheid van meningsuiting en ons recht op protest niet meer kunnen uitoefenen, beperk je een hele bevolking om voor haar rechten op te komen. We beseffen misschien onvoldoende dat veel van de rechten die we vandaag vanzelfsprekend vinden, er zijn gekomen dankzij mensen die staakten, op straat kwamen en protesteerden, soms met gevaar voor hun eigen leven. Kijk naar de LGBTQ+-gemeenschap. De eerste Pride was een protest. Maar ook vrouwenrechten en onze werkweek zijn er gekomen dankzij mensen die op straat zijn gekomen.
Hoe kijk je naar de toekomst van je kinderen?
Ik ben van nature heel optimistisch, maar ik ben ook realistisch. Ik ben bang dat het eerst nog een pak slechter gaat worden voordat het beter wordt. Dat is eng, want ik ben mama en ik kijk naar mijn kinderen en ben bang voor hun toekomst. Mijn kinderen zijn ook van kleur. Hoe donkerder je bent, hoe meer je volgens onderzoek in aanraking komt met racisme en discriminatie. Ze krijgen op school nog veel te maken met casual racisme.
Mijn kinderen hebben wel veel meer taal om dat te herkennen dan ik vroeger had. Ik wist als kind dat ik soms anders behandeld werd, maar ik had de woorden niet om dat racisme of discriminatie te noemen.
Wat zou je zeggen tegen jongeren die het gevoel hebben dat de problemen in de wereld zo groot zijn dat ze zelf niets kunnen veranderen?
Ik voel mij soms ook machteloos. Ik raak soms stukjes hoop kwijt. Maar ik denk dat we moeten beseffen dat we sterker zijn dan we denken. Je ziet dat wanneer mensen de handen in elkaar slaan, samen acties opzetten, verhalen vertellen en delen. Ik geloof dat verandering mogelijk is, maar ik wil daar ook niet over liegen: ik geloof dat het misschien nog veel erger gaat worden voordat het beter wordt.
Veel mensen die in het verleden voor vrouwenrechten en mensenrechten hebben gevochten, hebben de rechten waar ze voor vochten zelf nooit gerealiseerd zien worden. Verandering gaat traag. Misschien vechten wij vandaag dus niet eens voor de rechten van onze kinderen, maar voor die van hun kinderen. Er gaan veel dingen veranderen die wij in ons eigen leven waarschijnlijk niet meer zullen zien. Maar dat betekent niet dat die verandering niet bezig is. We zijn onderweg.
Hind komt spreken op het Vurig Verbonden lichtfestival op 24 oktober. Reserveer je tickets hier.
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.