Interview

“Je voelt dat jongeren online voorbereid worden op een vijand die er niet is”

Mila De Baere

7 augustus 2026

Jens Ranson is historicus en geeft queer historische rondleidingen in Gent, Brugge en Antwerpen. Daarvoor was hij leerkracht geschiedenis. Jens verhuisde samen met zijn man zeven jaar geleden van Vancouver terug naar België. In Vancouver ontdekte Jens dat queer zijn meer is dan een seksuele oriëntatie, maar meer een identiteit en een gemeenschap die enorm veel kan betekenen. “Ik denk dat je pas beseft hoe belangrijk gemeenschap is wanneer je ervaart wat het betekent om die te hebben.”

Hoe kijk je vandaag naar de queer community in Gent?

Dat is een moeilijke vraag, omdat Gent tegelijk heel progressief én heel zoekend is.

Mensen die hier naartoe verhuizen, vertellen mij vaak dat ze niet goed weten waar ze moeten beginnen. Vroeger had je een aantal vaste queer cafés waar iedereen vanzelf terechtkwam. Vandaag zijn die bijna allemaal verdwenen. In plaats daarvan heb je heel veel collectieven die fantastische dingen organiseren, maar je moet ze wel kennen. Je moet de juiste Instagramaccounts volgen, de juiste mensen ontmoeten of toevallig in de juiste algoritmes terechtkomen. Daardoor voelen veel nieuwkomers zich soms verloren.

Is dat een typisch Gents verhaal?

Voor een stuk wel. Daarnaast speelt ook mee dat Gent, zeker in vergelijking met Brussel, nog altijd een vrij witte queer gemeenschap heeft.

Wij proberen daar met onze eigen initiatieven bewust rekening mee te houden. We werken samen met verschillende organisaties en proberen evenementen zo toegankelijk mogelijk te maken. Toch horen we nog vaak van queer personen van kleur dat ze zich niet altijd herkennen in het Gentse uitgaansleven.

Dat hoeft niet te betekenen dat mensen expliciet racistisch zijn. Vaak gaat het veel subtieler. Je komt ergens binnen en je merkt gewoon dat je bijna niemand ziet die op jou lijkt. Dat gevoel van representatie is ontzettend belangrijk.

Tegelijk zijn queer personen vandaag zichtbaarder dan ooit. Toch lijkt ook de haat groter te worden.

We zijn de voorbije decennia ongelooflijk zichtbaar geworden. We zijn aanwezig in de media. We spreken ons uit. We eisen onze plaats op. Ik denk dat de hevige backlash die we vandaag zien net een reactie is op de vooruitgang die er wél al geweest is. Sommige mensen konden jarenlang leven met queer personen zolang die onzichtbaar bleven. Nu we zichtbaar zijn, ontstaat weerstand. Dat zie je online, maar ook in het politieke debat.

Je hebt jarenlang voor de klas gestaan en geeft vandaag nog geregeld rondleidingen aan scholieren. Merk je dat jongeren anders omgaan met thema’s zoals gender en seksuele diversiteit dan pakweg tien jaar geleden?

Ja, en dat is misschien wel een van de meest zorgwekkende evoluties die ik de afgelopen jaren heb gezien. Toen ik in 2012 les gaf, herinner ik me nog heel goed dat leerlingen mij op een bepaald moment vroegen of het klopte dat ik homoseksueel was. Ik antwoordde toen met een tegenvraag: ‘Is dat relevant?’ Hun antwoord was eigenlijk heel mooi. Ze zeiden: ‘Nee, maar wel interessant’.

Dat vond ik een gezonde houding. Ze wilden gewoon iets weten over iemand die voor de klas stond. Daarna kwam dat onderwerp ook enkel nog naar boven in een relevante context. Ik liep niet met een regenboogvlag door de school, maar ik stak mijn geaardheid ook niet weg. Als mijn man ter sprake kwam, zei ik gewoon ‘mijn man’. Niet omdat ik daar een statement mee wilde maken, maar omdat dat nu eenmaal mijn leven is.

En eigenlijk werd dat steeds minder een thema. Op een bepaald moment was het echt een non-issue geworden. Leerlingen haalden er hun schouders over op. Dat vond ik een enorme maatschappelijke vooruitgang.

Toch heb je het gevoel dat die evolutie vandaag opnieuw kantelt.

Ja. Niet omdat jongeren plots massaal homofoob geworden zijn, maar omdat je merkt dat er iets veranderd is in de manier waarop ze naar die thema’s kijken. Wanneer je vandaag in een klas het woord ‘gender’ laat vallen, zie je soms letterlijk de lichaamstaal veranderen. Hun voelsprieten schieten letterlijk aan. Alsof ze denken: ‘Nu gaat het beginnen.’ Je voelt dat ze online al voorbereid zijn op een bepaald verhaal. Alsof iemand hen heeft verteld dat leerkrachten hen gaan proberen overtuigen of indoctrineren. Dat is bijzonder vreemd.

Waar komt dat volgens jou vandaan?

Voor een groot stuk van sociale media. Er circuleren ontzettend veel filmpjes waarin beweerd wordt dat scholen kinderen zouden willen ‘ombouwen’, dat leerkrachten een geheime agenda zouden hebben of dat jongeren aangemoedigd worden om van gender te veranderen. Dat soort verhalen komt grotendeels uit de Verenigde Staten overgewaaid, hoewel er hier ook gretige verspreiders zijn. Wie ooit voor een klas heeft gestaan, weet hoe absurd dat is.

Leerkrachten proberen jongeren kritisch te leren denken. Ze proberen correcte informatie te geven. Dat is iets helemaal anders dan mensen overtuigen om iets te worden.

Je stelt tijdens gastlessen ook een opvallende vraag aan leerlingen.

Ja. Ik vraag wie denkt dat homoseksualiteit aangeboren is en wie denkt dat ze aangeleerd wordt. En eerlijk gezegd schrok ik van de antwoorden. In sommige klassen denkt driekwart van de leerlingen dat homoseksualiteit wordt aangeleerd. Dat vond ik bijzonder confronterend.

Hoe reageer je daarop?

Ik begin niet te zeggen dat ze fout zijn. Ik stel gewoon vragen. ‘Hoe werkt dat dan precies?’ En plots merk je dat ze daar eigenlijk nooit echt over hebben nagedacht. Sommigen zeggen: via televisie. Anderen zeggen: via vrienden of familie. Dan stel ik een tweede vraag. ‘Hoe zag mijn jeugd eruit?’ Ik ben opgegroeid in de jaren negentig. Vrijwel alles wat ik zag, televisie, school, familie, vrienden, was heteronormatief. Als homoseksualiteit echt aangeleerd zou worden, waarom ben ik dan niet heteroseksueel geworden?

Op dat moment zie je soms letterlijk dat er iets begint te schuiven. Ik geloof veel meer in vragen stellen dan in mensen vertellen wat ze moeten denken. Hetzelfde geldt wanneer mensen zeggen dat meer representatie kinderen homoseksueel zou maken. Dan stel ik gewoon de omgekeerde vraag. ‘Wanneer heb jij eigenlijk beslist om heteroseksueel te worden?’ Daar komt meestal geen antwoord op.

En dat hoeft ook niet. Het doel is niet om iemand voor schut te zetten. Het doel is om mensen te laten beseffen dat sommige overtuigingen helemaal niet logisch zijn zodra je ze hardop uitspreekt.

De aanslag tijdens de Pride in Berlijn heeft veel mensen geschokt. Hoe kwam dat nieuws bij jou binnen?

Dat nieuws kwam bijzonder hard binnen. Tijdens de Gentse Feesten hadden we tien dagen lang met het Regenbooghuis bijna elke nacht te maken met homofobe incidenten. Niet allemaal even ernstig, maar wel voortdurend aanwezig. En dan word je op de tiende dag wakker met het nieuws over Berlijn. Dat voelde als een dieptepunt.

Voor mij is Berlijn bovendien veel meer dan zomaar een stad. Daar is meer dan honderd jaar geleden het idee ontstaan dat homoseksualiteit niet alleen iets is wat je doet, maar ook deel uitmaakt van wie je bent. Het moderne begrip van een queer identiteit heeft daar zijn oorsprong. Dat net die stad opnieuw het doelwit wordt van geweld tegen onze gemeenschap, voelt daarom bijzonder symbolisch.

Wat me daarnaast ook pijn deed, was hoe sommige extreemrechtse politici en opiniemakers de aanslag meteen gebruikten om verdeeldheid te zaaien. Terwijl de gemeenschap aan het rouwen was, werd het opnieuw een debat over migratie en de moslimgemeenschap. Dat voelde alsof er nog eens extra haat bovenop werd gegoten, op een moment waarop mensen gewoon ruimte nodig hadden om verdrietig te zijn.

Veel mensen vragen zich af of Pride vandaag nog altijd nodig is. Waarom blijft die volgens jou zo belangrijk?

Ik vind de vraag eigenlijk verkeerd gesteld. Niemand vraagt zich af of een nationale feestdag nog nodig is, of waarom we elk jaar opnieuw historische gebeurtenissen herdenken. Waarom zou Pride dan telkens opnieuw haar bestaansrecht moeten bewijzen?

De betere vraag is: waarom is Pride dit jaar nodig? En dan is het antwoord duidelijk. Pride is er om te herdenken waar we vandaan komen, om te vieren welke vooruitgang er is geboekt, maar ook om aandacht te vragen voor wat nog altijd niet goed loopt.

Er zijn nog steeds lange wachtlijsten voor transgenderzorg, intersekse personen zijn nog onvoldoende beschermd, online haat neemt toe en internationaal staan LGBTQIA+-rechten opnieuw onder druk. Pride is daarom niet alleen een feest, maar ook een protest. Zolang mensen nog moeten opkomen voor hun rechten en hun veiligheid, blijft Pride noodzakelijk.

Tot slot: jij organiseert zelf ook Queer March. Wat hoop je dat mensen daarvan meenemen?

Met Queer March willen we een beweging op gang brengen. Het is onze eigen Gentse invulling van Pride, met ruimte voor ontmoeting, gesprekken, cultuur, een mars en vooral solidariteit. We willen tonen dat queer geschiedenis niet alleen iets is van Stonewall of van Amerika, maar ook een heel sterke lokale geschiedenis heeft.

Mijn grootste hoop is dat niet alleen de queer gemeenschap komt opdagen, maar ook bondgenoten. We hebben mensen nodig die mee op straat komen, die zich uitspreken en die tonen dat gelijkheid een verantwoordelijkheid is van de hele samenleving. Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat de volgende generaties opgroeien in een samenleving waar ze zichzelf kunnen zijn, zonder angst.

Heb je interesse in een stadswandeling vol queer geschiedenis of benieuwd naar de Queer March? Neem dan zeker een kijkje op de website van Jens of volg de Queer March op Instagram.