Interview

Björn Soenens: “Journalisten moeten luizen in de pels blijven”

Joke Goovaerts en Dimitri De Smet

“Na 35 jaar in de journalistiek, voel en gedraag ik mij als een jong veulen in de wei, alsof ik iets voor het eerst ga vertellen,” zegt Björn Soenens (58) wanneer hij neerstrijkt in het gezellige café Goya in Gent. Hij wordt gedreven door een ongelooflijk drang om de wereld te begrijpen en om onrecht te benoemen: “Ik ben nog altijd een rebel. We hebben kanaries in de koolmijn nodig, en ik geloof dat journalisten die rol kunnen vervullen: zeggen hé, er gebeurt van alles, kijk, luister. Die waarschuwende of signalerende stem wil ik zijn.”

Björn Soenens is al decennia een vaste stem bij de openbare omroep. Hij groeide van een jaar bij Radio 2 naar het radionieuws, naar Het Journaal en Terzake, startte Koppen op en werd uiteindelijk eindredacteur, chef nieuws en chef buitenland. Later leidde hij Het Journaal als hoofdredacteur en trok daarna als correspondent naar de Verenigde Staten, waar hij acht jaar lang verslag uitbracht. Zijn podcast Björn in the USA werd bekroond met een Belgian Podcast Award.

Daarnaast schreef hij al 6 boeken over Amerika, van Amerika tussen droom en drama tot De lengte van een oceaan en De laatste walvis.

Vandaag werkt hij als buitenlandjournalist en geopolitiek analist voor VRT NWS, onder meer als podcastmaker van ‘De Verrekijkers’.

Wat is het nut van journalistiek in donkere tijden?

Journalistiek heeft altijd de opdracht om helderheid te brengen, maar in donkere tijden nog meer. “Democracy dies in darkness,” zegt The Washington Post. We hebben vandaag een kritische ingesteldheid nodig. Journalistiek zal de wereld niet redden, maar niets doen is geen optie. We moeten mensen bewust maken van hoe de wereld eraan toe is, zodat ze genoeg optimisme en kracht vinden om die wereld mee te veranderen. Mensen zeggen vaak: ik ben maar één stem. Maar al die stemmen samen vormen kracht. Soms denk ik zelf: wat heeft het allemaal uitgehaald? Maar als een paar mensen naar mij komen en zeggen: “doordoen!”, dan is dat voor mij voldoende.

Je spreekt soms over constructieve journalistiek. Wat bedoel je daarmee?

We zien vandaag veel mensen die zich afkeren van het nieuws of nieuws vermijden: “Het is te erg”, zeggen ze, “ik kan het niet meer horen”. Journalistiek mag niet alleen onheilstijdingen brengen. Ze moet ook tonen dat er misschien oplossingen bestaan. Voor mij is constructieve journalistiek eigenlijk simpel: context en geschiedenis schetsen. Hoe is iets ontstaan, hoe staat het er nu voor, en ook: wat kunnen we eraan doen? Niet blijven hangen in doemdenken: het klimaat is om zeep, goedenavond en tot ziens. Tonen welke stappen mogelijk zijn.

Journalistiek is ook goede verhalen vertellen. Hoe doe je dat?

Als je het heilig vuur wil overbrengen, moet je dat vuur zelf hebben. Ik voel me na 35 jaar nog altijd als een jong veulen in de wei, alsof ik het voor het eerst vertel. Mensen voelen dat. Als je halfslachtig en maar half enthousiast vertelt, waarom zouden zij dan luisteren? Je moet een verhaal zo brengen dat mensen denken: ik moet luisteren, ik kan niet anders.

De pers ligt vandaag onder vuur. Journalisten worden weggezet als deel van een complot. Hoe vecht je daartegen?

“We leven in een tijd waarin meningen feiten zijn geworden en feiten meningen.”

Dat is de grootste verandering in mijn carrière. We zijn van boodschappers verworden tot mensen die hun eigen hachje moeten verdedigen. We moeten bewijzen dat twee en twee vier is, en geen vijf. We leven in een tijd waarin meningen feiten zijn geworden en feiten meningen. Dat is fundamenteel veranderd in de laatste tien jaar. Het is lastig en soms ontmoedigend, maar je mag de strijd niet opgeven.

Daarom mijn groot pleidooi voor de Verlichting. We zijn de verlichtingsidealen vergeten en glijden af naar een irrationele maatschappij waarin feiten worden gezien als emoties: dat is jouw mening. Nee, als twee en twee vier is, moet je daar geen emotie rond verkopen. De waarnemingen van onze ogen en oren volgen.

De Trumps van deze wereld hebben politiek gemaakt tot een geloofssysteem. Als je mensen in een geloof krijgt waarin ratio wordt uitgeschakeld, kun je ze natuurlijk alles wijsmaken. Dat is precies het gevecht dat journalistiek moet leveren: factchecken, feiten vertellen, menselijke verhalen brengen waardoor mensen opnieuw geraakt worden, via ervaringen die mensen echt meemaken.

 

Journalisten zijn vervelende luizen in de pels. Die luis moeten we willen blijven. Als wij stoppen is het ‘foutu’. Dan is het afgelopen.

 

Hoe kunnen journalisten blijven vechten nu de democratie onder druk staat? Welke wapens hebben ze?

Ons belangrijkste wapen is: blijven doorgaan. Si les dégoûtés s’en vont, il ne reste que les dégoûtants. Dat is echt waar. We mogen de moed niet opgeven. Moed is vandaag cruciaal, want veel mensen haken af. Het is lastig om besmeurd te worden, maar precies dát is wat antidemocratische krachten willen. Zij zoeken de boodschappers van de democratie, en journalisten zijn vervelende luizen in de pels. Die luis moeten we willen blijven. Als wij stoppen is het ‘foutu’. Dan is het afgelopen.

Op sociale media kan iedereen zeggen wat men wil. Hoe kijk je naar vrije meningsuiting?

Ik ben een grote voorstander van vrije meningsuiting, maar niet van een absolute vrije meningsuiting. Je moet niet de vrijheid hebben om anderen uit te sluiten, te belagen, te bedreigen of kapot te schelden. Dat is geen vrije meningsuiting meer, dat is onbeschofte, onfatsoenlijke en soms gevaarlijke stemmingmakerij. Sociale media hebben veel goeds gebracht. De Tahrir-revolutie in 2011 in Caïro was zonder sociale media onmogelijk. Maar sociale media zijn ook verworden tot commerciële en manipulatieve instrumenten, tot verspreiders van fake news. En nog gevaarlijker dan sociale media is misschien artificiële intelligentie. Dat wordt de volgende vijand, een tsunami die moeilijk te controleren zal zijn. Moedig blijven in dit tijdperk is dus niet vanzelfsprekend.

Wat is vandaag de grootste bedreiging voor de persvrijheid?

Twee dingen. Ten eerste: rekrutering. Ik zie steeds meer mensen in de journalistiek die daar eigenlijk niet thuishoren, mensen die niet bekwaam zijn, of die liever aan zitten te schurken tegen de macht. Voor hen is het belangrijker om bekende, invloedrijke mensen te kennen dan om onafhankelijk te blijven. Graham Greene zei het al: he who forms a tie is lost, for the germ of corruption has entered the soul. Wie te nauwe banden onderhoudt met de mensen over wie hij moet berichten, kan niet meer onafhankelijk werken. Hij zal denken: ik ken die persoon te goed, ik zal maar zwijgen.

Ten tweede: intellectuele kracht. Journalistiek wordt niet altijd meer bevolkt door de grootste intellectuele geesten, terwijl we die net nodig hebben. Veel reizen en veel lezen zijn cruciaal. We hebben kritische, onafhankelijke koppen nodig om te weten wanneer we bedot worden, wanneer we bedrogen worden, wanneer we alarm moeten slaan. We moeten harde werkers hebben in dit vak, mensen die informatie controleren, manipulatie herkennen en durven zeggen: hier worden we misleid.

Sociale media tonen hoe krachtig woorden zijn: mensen worden er gevierendeeld met taal. Daarom is woordhygiëne essentieel ook in de woordenschat van politici.

Correct taalgebruik in journalistiek is ook heel belangrijk?

“Taal doet ertoe. Woorden zijn wapens, woorden zijn kogels.”

Taal doet ertoe. Woorden zijn wapens, woorden zijn kogels. Kijk naar Gaza: op een bepaald moment was dat geen oorlog meer, maar een strafexpeditie, genocidaal geweld. Als je dat niet benoemt, verdoezel je de werkelijkheid. Sociale media tonen hoe krachtig woorden zijn: mensen worden er gevierendeeld met taal. Daarom is woordhygiëne essentieel ook in de woordenschat van politici. We moeten ontmaskeren wat ze écht zeggen.

Wanneer men bijvoorbeeld spreekt over een ‘migratiehub’, bedoelt men vaak een plek waar migranten worden buitengesloten, weggeduwd, buiten de grens gehouden. Door het een ‘hub’ te noemen, klinkt het alsof het een investeringszone is. Dat moeten we helder maken. Je hoeft geen activist te zijn, maar je moet wel helder zijn.

Is het moeilijk om de waarheid juist weer te geven?

De waarheid bestaat niet als één vaststaand geheel. Carl Bernstein en Bob Woodward, twee jonge onderzoeksjournalisten van The Washington Post, 28 en 29 jaar oud toen in 1972, die met vasthoudend speurwerk het Watergate‑schandaal blootlegden en zo uiteindelijk Nixon, de zittende president ten val brachten, zeiden: journalistiek is zoeken naar de beste versie van de waarheid. Niet dé waarheid, alsof het een bijbels begrip is.

Waarheid hangt af van perspectief. Deze tafel ziet er langs de ene kant anders uit dan langs de andere. Misschien zit er achteraan een groot gat. Als ik dan zeg: de tafel is ongeschonden, vertel ik maar een deel van de waarheid. Het is ‘geframed’.

Journalisten moeten zich daarvan bewust zijn: elke foto, elk verhaal zit in een kader. Als ik een foto van uw gezicht neem, weet ik niets over uw benen of voeten. Het kader bepaalt wat zichtbaar is. Daarom moeten we dat kader zo breed mogelijk maken, zodat mensen een genuanceerd, 360‑gradenbeeld krijgen. Dat is de essentie van deze tijd: nuance zoeken.

Journalistiek is niet één aspect belichten. Dat is zoals een vergrootglas dat de zon op één punt laat vallen: je verbrandt het beeld en doet de waarheid geweld aan. Journalistiek is het verhaal van alle kanten vertellen, maar wel de feiten respecteren.

Over sommige zaken kan je niet meer zeggen: de ene zegt zus, de andere zegt zo. Soms zijn er onmiskenbare harde feiten. Neem roken bijvoorbeeld: we weten dat het dodelijk is. Je hoeft niet beide kanten evenveel gewicht te geven wanneer één kant onmiskenbaar fout is. Je mag de wetenschap niet verdonkeremanen.

Dus ja: aandacht voor verschillende perspectieven, maar met een focus op wat juist is, wat onwrikbaar waar is.

Hoe kijk je naar de toestand in de Verenigde Staten? Wat is het verschil tussen Trump I en Trump II?

De Amerikaanse democratie ligt op apegapen. Dat is onmiskenbaar. Westerse democratieën steunen op de trias politica: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht die elkaar in evenwicht houden. Maar in de VS zien we dat evenwicht afbrokkelen.

“Trump is in zijn tweede termijn veel driester en brutaler dan in zijn eerste. Hij wordt niet meer afgeremd.”

Een voorbeeld: het grondwettelijke recht dat wie in de VS geboren wordt automatisch Amerikaan is, werd door het Hooggerechtshof bevestigd nadat Trump het wilde veranderen. Nu kondigt hij opnieuw een presidentieel besluit aan om dat recht te ondermijnen. Dat is in feite zeggen: ik geloof niet meer in de scheiding der machten, ik doe mijn goesting. Als dat gebeurt, loert het einde van de democratie om de hoek.

Trump is in zijn tweede termijn veel driester en brutaler dan in zijn eerste. Hij wordt niet meer afgeremd. Hij zit in zijn laatste termijn, hoeft niet meer herkozen te worden, en omringt zich met jaknikkers. Hij voelt zich gesterkt door het feit dat hij na zijn eerste termijn, ondanks de vele juridische aanklachten, opnieuw met schwung verkozen raakte. In een tijdperk waarin ratio vaak zoek is, is hij beginnen geloven dat hij met alles wegkomt. Daarom is zijn beleid vandaag zowel de facto als mentaal beter voorbereid, beter uitgevoerd en veel agressiever dan tijdens Trump I.

Een ongeremde leider die zich als een wild dier in de hoek gedrumd voelt, kan van alles doen.

Hoe zie je de toekomst evolueren?

Trump is nu anderhalf jaar bezig. Niet eens halfweg. Dat betekent dat er nog tweeënhalf jaar te gaan zijn en a lot can happen. We hebben de nieuwe patatjes nog niet gezien. Hoe meer hij in het nauw wordt gedreven, door de oorlog met Iran, door dalende populariteit, door een sputterende economie, een mogelijke nederlaag in de midterms, hoe gevaarlijker hij kan worden. Een ongeremde leider die zich als een wild dier in de hoek gedrumd voelt, kan van alles doen. Hou u vast aan de takken van de bomen.

Is de onderzoeksjournalistiek die Woodward en Bernstein in All the President’s Men tonen vandaag nog mogelijk?

Ja, absoluut. Er zijn nog steeds media die aan echte onderzoeksjournalistiek doen. Neem het voorbeeld van een Trumpwet die belastingen voor rijke Amerikanen verlaagt, terwijl er bespaard wordt op voedselbonnen. Journalisten onderzochten in elke staat wat dat betekende. In Arizona bleken 450.000 mensen hun voedselbonnen te verliezen, sommigen gingen zelfs over tot diefstal om aan eten te geraken. Dat is goede journalistiek: niet alleen zeggen wat er in het parlement gebeurt, maar op het terrein gaan kijken wat de gevolgen voor de burgers zijn.

Of neem de onderzoeken naar de crypto‑deals van Trumps zonen, gelinkt aan Steve Witkoff, Trumps onderhandelaar in het Midden-Oosten. De kinderen Trump en Witkoff richtten crypto‑bedrijven op die 2 miljard winst maakten. Dat moet doorgelicht worden. Dat is de taak van journalistiek.

De journalistiek is niet dood. Ze wordt bedreigd, dat wel. Door politiek, door interne besparingen, door fusies en minder middelen. Maar de media die nog genoeg geld hebben om onderzoek te doen, moeten we aanmoedigen. Journalisten moeten blijven onderzoeken, blijven onthullen, ook al worden ze bedreigd.

Hoe beïnvloeden clickbaits, snelheid en algoritmes de kwaliteit van onderzoeksjournalistiek?

Het is een mes met twee kanten. In een commerciële structuur heb je soms clickbaits nodig om lezers aan te trekken en dus inkomsten te genereren. Journalistiek vraagt inspanning en investering.

Het is bedroevend om te zien hoe media zoals The Washington Post zwaar moesten besparen op journalistieke projecten. Tegelijk is het zo dat clickbait soms nodig is om geld op te brengen waarmee je andere, minder commerciële trage journalistiek kunt financieren. Een uitgever kan alleen obscure, moeilijk toegankelijke boeken uitgeven omdat een kookboek een miljoen exemplaren heeft verkocht. Zo werkt het ook in de niet openbare omroepjournalistiek: verschillende takken houden mekaar leefbaar.

Goede mediabazen moeten voor hun journalisten in de bres springen. Dat is essentieel voor een vrije pers.

In de film All the President’s Men zien we hoe Woodward en Bernstein met vasthoudende onderzoeksjournalistiek een president doen wankelen. Is die vorm van journalistiek vandaag nog even actueel?

All the President’s Men met Robert Redford (Bob Woodward) en Dustin Hoffman (Carl Bernstein)

Die film is nog altijd actueel, maar het lijkt bijna eenvoudig kinderspel vergeleken met wat er vandaag gebeurt. Wat ons in de jaren ’70 enorm schokte, lijkt nu bon ton. Er gebeuren zoveel corrupte dingen tegelijk in de VS, dat we ze amper kunnen volgen. Mensen zijn murw geslagen en zeggen: ach, het verwondert mij niet.

Onze fatsoensnormen zijn enorm opgeschoven. Tien jaar geleden verdedigden sommige partijen nog de komst van vluchtelingen op een menselijke manier. Vandaag roept iedereen om ter hardst dat ze buiten moeten blijven. De politieke woordenschat is veranderd, opgejaagd door intimidatie in het publieke domein, opiniepeilingen en sociale media.

Dat mechanisme zie je ook in de journalistiek: mensen die opgejaagd worden, beginnen te zwijgen of nemen de taal over van degenen die hen aanvallen, of ze doen aan zelfcensuur. Dat moeten we doorzien. Daarover moet ook journalistiek gemaakt worden: alert zijn voor de mechanismen die de beste versie van de waarheid dwarsbomen.

All the President’s Men is dus zeer actueel, maar het lijkt bijna naïef vergeleken met de schaal van wat er vandaag gebeurt. De film wijst ook naar een cruciale taak voor mediabazen. In All the President’s Men zit die beroemde scène waarin Ben Bradlee, de hoofdredacteur van The Post zegt: stick by the boys. Dat betekent: als onze mensen belaagd worden, moeten we hen niet laten vallen. Als we geloven in hun werk en in de juistheid ervan, moeten we als één blok achter hen staan.

Goede mediabazen moeten voor hun journalisten in de bres springen. Dat is essentieel voor een vrije pers.

Mijn bescheiden raad: Blijf wakker. Kijk en luister. Keer je niet af van de wereld.

“Ik wil een mooie toekomst voor mijn kleindochter Lila”

Wat is uw hoop voor de toekomst?

Ik ben tegen doemdenken. Elk tijdperk heeft zijn doemdenken en wanhoop. In de middeleeuwen stierven in sommige Europese landen 60% van de mensen door de zwarte pest, en toch kwam er daarna weer een nieuwe culturele bloei.

Na de Romeinen kwamen de Dark Ages. Ik hoop dat we niet opnieuw voor donkere tijden staan. Ik wil een mooie toekomst voor mijn kleindochter Lila. En ik hoop dat AI ons niet om zeep helpt. AI kan ons helpen, maar we moeten het leren beheersen. Het is zoals iets aan de kook brengen: je moet zorgen dat je deksel goed zit, zodat niet alles eruit vliegt en er totale chaos ontstaat.

Mijn bescheiden raad: Blijf wakker. Kijk en luister. Keer je niet af van de wereld. Probeer die wereld niet te klein te maken, en op jouw kleine manier beter te maken, op zijn minst door je te informeren en je niet te laten bedotten door desinformatie of propaganda. Ga in vrede! Wees aardig voor mekaar. Dat helpt ook altijd.

In 2026 zet het Willemsfonds mensenrechten centraal. Op donderdag 3 september om 20u ben je welkom in GC Felix Sohie (Hoeilaart) voor All the President’s Men (1976) van Alan J. Pakula. Meer info