Interview
Bert Goossens en Dimitri De Smet
23 september 2026
Jef Willem (34) zet zich al jaren in om taboes rond mentaal welzijn te doorprikken. Met het platform Onbespreekbaar, een populair Instagram-account, podcasts, gesprekken en ondertussen ook al drie boeken, bereikt hij een breed publiek. “Alles mag bespreekbaar zijn, maar niets moet.”
Lang voor Onbespreekbaar was Willem vooral bekend als dj Jef Eagl. Hij stond op grote festivals en speelde voor duizenden mensen, maar achter die succesvolle carrière ging een zware depressie schuil, waar hij online openlijk over getuigde: “Het eerste gesprek daarover heb ik met mijn psycholoog gevoerd. Ik zat toen in een acute crisis en stond heel dicht bij het einde van het leven. Zij heeft mij uit die diepe crisis en tunnelvisie getrokken. Pas toen het iets beter met mij ging – ik zeg niet goed, maar beter – lukte het mij om erover te spreken op sociale media. De reden waarom ik dat wilde doen, was eigenlijk ook de oorzaak van waarom ik mij zo slecht voelde. Voor iedereen was ik de goedlachse, positieve dj, met veel zelfrelativering. Maar dat was te veel een masker geworden. Ik dacht: zolang ik anderen kan laten geloven dat ik gelukkig ben, ga ik het zelf ook geloven. Ik was eigenlijk een soort merk aan het creëren onder de naam Jef Eagl: een dj die altijd positief ingesteld was. Mijn feesten heetten Trillers, van thrill en to be true and real. Maar eigenlijk was ik net niet true and real. Ik projecteerde voortdurend dat je positief en authentiek moest zijn, terwijl ik dat zelf niet was. Die kloof werd het grootst toen ik succesvol begon te worden als dj, op grote festivals stond en voor duizenden mensen speelde. Op een bepaald moment bestond Jef Willem bijna niet meer en was er alleen nog het product Jef Eagl. Daar is een heel zware depressie uit ontstaan, omdat ik niet meer wist wie ik werkelijk was. Ik stelde mezelf de vraag: ben ik hier geraakt door altijd fake te zijn?”
Zie je ook bij anderen dat ze zichzelf kunnen verliezen in een bepaalde rol?
Ik denk dat velen van ons in bepaalde verwachtingen worden geduwd. We nemen die zo sterk op dat we op een bepaald moment bijna niets anders meer zijn dan die rol. Zelfstandigen en creatieve mensen ervaren dat, publieke figuren ook, maar volgens mij kan het iedereen overkomen.
Mijn moeder is bijvoorbeeld leerkracht. Als je veertig uur per week die rol vervult en voortdurend het gevoel hebt dat je een voorbeeld moet zijn, kun je je daar zo mee vereenzelvigen dat je jezelf afvraagt: ben ik nu de leerkracht of ben ik de persoon achter de leerkracht? In welke mate beginnen we onszelf te identificeren met de verwachtingen die ons worden opgelegd? Ik denk dat dat iets heel menselijks is.
Wat was de aanleiding voor Onbespreekbaar?

Toen corona uitbrak kreeg ik heel veel berichten van mensen die vertelden over hun mentale gezondheid. Ze spraken over donkere gedachten, eenzaamheid, twijfel, verdriet en tegenslag. Dat waren allemaal zaken die mij niet vreemd waren. Maar never waste a good crisis. In 2020 is daar Onbespreekbaar uit ontstaan, samen met mijn beste vriend Nicolas Overmeire. Zes jaar later proberen we mentale gezondheid nog altijd bespreekbaar te maken, met podcasts, boeken, workshops, gespreksavonden en verschillende mediasamenwerkingen.
Met Onbespreekbaar kaart je zware thema’s aan, zoals suïcide. Waarom blijft dat zo’n moeilijk onderwerp om over te praten?
Ik denk dat een van de belangrijkste redenen is dat we niet leren hoe we erover kunnen spreken. Naar aanleiding van Wereld Suïcide Preventie Dag postte ik iets over suïcide. De allereerste reactie was dat ik het woord ‘zelfdoding’ of ‘suïcide’ niet mocht gebruiken omdat dat triggerend zou kunnen werken. Dat wordt met de beste intenties gezegd, maar zo ontstaat een vreemde tegenstelling: we vinden dat het bespreekbaar moet zijn, maar durven de taal niet te gebruiken die nodig is om erover te spreken.
Een van de belangrijkste dingen die ik door ons werk met Onbespreekbaar en het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie heb geleerd, is net dat je rechtstreeks mag vragen naar suïcide. Als iemand heel donkere gedachten uitspreekt, kun je bijvoorbeeld zeggen: ‘Ik hoor heel veel zwaarte in wat je zegt. Denk je aan zelfmoord?’
Voor iemand die met zulke gedachten zit, kan het net een opluchting zijn dat iemand anders ze durft te benoemen. Het is niet vanzelfsprekend om zelf te zeggen: ‘Ik denk aan zelfmoord.’ We moeten ons altijd bewust zijn van de ernst van het onderwerp, maar we moeten het wel kunnen benoemen.
Ook euthanasie bij psychisch lijden raakt aan die moeilijke grens. Hoe kijk je daarnaar?
Daar kan veel over gezegd worden, maar ik denk altijd: wie ben ik om daar een oordeel over te vellen? Ik ken mensen die uit het leven zijn gestapt bij psychisch lijden. Mensen van wie ik het gevoel had dat ze er alles aan hadden gedaan en oprecht tot het besluit kwamen: ik wil dit niet meer. Wie ben ik dan om te zeggen of dat juist of fout is?
Wat voor mij belangrijk is, is dat we er eerlijk over kunnen spreken. Ik heb het moeilijk met de reflex om bepaalde dingen niet te benoemen omdat we bang zijn ze daarmee erger te maken. Als we iets stigmatiseren, bestaat het risico dat mensen die aan euthanasie of suïcide denken er ook niet over durven te spreken.
Misschien kan er net meer ruimte ontstaan wanneer iemand zulke gedachten in een vroeg stadium kan uitspreken. Niet om meteen in termen van wel of niet doen te denken, maar om de tunnel daarrond breder te maken. Ik zeg dat heel bewust vanuit mijn beperkte kennis over euthanasie.

Moet alles dan bespreekbaar zijn?
Ik denk dat in een ideale wereld alles bespreekbaar kan en mag zijn. Maar zodra we zeggen dat alles bespreekbaar móét zijn, komen we in een paradox terecht.
Ik zie bijvoorbeeld regelmatig BV’s in de media over hun seksleven vertellen. Dan denk ik: I really don’t want to know. (lacht) Maar het mag. Het moet alleen niet.
Dat onderscheid vind ik belangrijk: alles mag bespreekbaar zijn, maar niets moet.
Mensen gebruiken vandaag ook AI om over hun mentaal welzijn te praten. Hoe kijk jij daarnaar?
Ik vind dat we voor dat gesprek moeten openstaan. Ik heb het dan heel breed over mentale gezondheid, niet over acute crisissituaties. Als we het gebruik van ChatGPT voor psychisch welzijn bij voorbaat afwijzen, dreigen we het net te stigmatiseren.
We zijn met Onbespreekbaar al zes jaar bezig met de vraag: hoe kunnen we mentale gezondheid bespreekbaar maken en waar kunnen mensen dat doen? Nu ontstaat er spontaan een plek waar mensen erover praten. Dan moeten we ons afvragen waarom mensen ChatGPT daarvoor gebruiken. Wat vinden ze daar dat ze blijkbaar ergens anders missen? En wat kunnen we daarvan leren?
Ik gebruik het zelf ook. Ik praat met ChatGPT en bespreek dat vervolgens met mijn psycholoog. Een psycholoog kan vragen: ‘Gebruik je ChatGPT voor je mentaal welzijn? Wat haal je daaruit?’ Vervolgens kan die doorvragen, context toevoegen of nuance aanbrengen.
Sociale media worden vaak in verband gebracht met mentale problemen, zeker bij jongeren. Hoe kijk jij daarnaar?
Sociale media worden vandaag soms als zondebok gebruikt voor onze mentale problemen. Dat vind ik te gemakkelijk. Het is niet alsof iedereen vóór de komst van sociale media happy deppy door het leven ging. Vroeger was niet alles beter. Ik moet altijd denken aan zo’n klassiek schilderij waarop iedereen elkaar aan het afmaken is, met daarbij de meme: Not a cell phone in sight … just people living in the moment. (lacht)
Natuurlijk zijn er gevaren. Sociale media doen er alles aan om onze aandacht vast te houden. Tegelijk zijn ze voor veel mensen een vast onderdeel van het leven geworden. Er groeien nu generaties op die nooit een wereld zonder sociale media hebben gekend. Als ik workshops geef aan ouders en kinderen, zeg ik dat ook: jij hebt nog een jeugd zonder sociale media gehad, maar je voedt iemand op die in een totaal andere situatie opgroeit.
We moeten onszelf de kans geven om te leren hoe we op een gezonde manier met sociale media kunnen omgaan. Daarbij vind ik het interessant om niet alleen te vragen of iets goed of slecht is, maar ook welke functie het vervult. Zijn sociale media alleen verdovend en brainrot? Of kunnen ze ook iets positiefs betekenen? Dat vind ik een interessantere vraag dan ze simpelweg als goed of slecht te bestempelen.
Sociale media kunnen mensen verbinden, maar ook tegenstellingen versterken. Hoe zorgen we ervoor dat mensen elkaar blijven vinden?
Vooral door ervoor te zorgen dat een gesprek niet als een bedreiging voelt. Als we willen dat iemand openstaat voor een andere gedachte, moeten we die persoon de ruimte geven om zichzelf vragen te stellen zonder zich aangevallen te voelen.
Daarom vind ik de socratische reflex zo belangrijk. We denken vaak dat we iemand kunnen overtuigen door iets heel slims te zeggen of onze mening harder te verkondigen. Maar mensen laten hun kettingen niet los door harder aan hun polsen te trekken. Je moet hen de ruimte geven om zelf te bewegen.
We kunnen mensen niet zomaar overtuigen met onze woorden. We kunnen wel vragen stellen waardoor ze zelf kunnen onderzoeken waar hun overtuigingen vandaan komen en waar het misschien scheefloopt. Dat vraagt veel meer kwetsbaarheid.

Jongeren groeien vandaag op in een wereld vol uitdagingen. Tegelijk liggen de verwachtingen hoog. Hoe kijk jij daarnaar?
Daar zitten heel wat paradoxen in. We zeggen tegen jongeren dat ze hun grenzen moeten aangeven, maar creëren tegelijk een wereld die voortdurend over hun grenzen gaat. We zeggen dat ze voldoende moeten rusten, terwijl volwassenen dat zelf nauwelijks doen. We zeggen dat ze minder op hun smartphone moeten zitten, terwijl volwassenen er evengoed aan vastgekluisterd zijn.
Dat merk ik ook wanneer ik in middelbare scholen ga spreken. Ik krijg daar van veertien- of zestienjarigen soms de vraag: ‘Waarom zou ik nog moeite doen om iets te bereiken als de wereld binnen twintig jaar toch kapot is?’
Je kunt discussiëren over de vraag of dat beeld klopt, maar zij ervaren het wel zo. Jongeren groeien op met oorlogen, klimaatproblemen en andere crisissen, en krijgen tegelijk het gevoel dat zij daar later oplossingen voor moeten vinden. Ik denk dat we te weinig rekening houden met de wereld waarin zij vandaag opgroeien en tegelijk heel veel van hen verwachten.
We hebben het veel gehad over wat het leven moeilijk kan maken. Waar haal jij zelf betekenis uit?
Er zijn twee dingen waar ik veel energie uit haal. In de kern ben ik een maker. Ik maak graag dingen en zet graag dingen in de wereld. Dat heb ik altijd gedaan: dj-sets, feesten, festivals, Onbespreekbaar… Wat het precies is, maakt eigenlijk niet zoveel uit. Ik krijg energie van iets creëren.
Daarnaast denk ik ontzettend graag existentieel na over het leven. De vraag achter de vraag stellen. Waarom gebeurt iets? En wat zegt dat over ons als mens? Dat vind ik bijzonder interessant. Al moet ik opletten voor het tweesnijdende zwaard van het existentialisme: de existentiële eenzaamheid. Van Kierkegaard tot Camus: er is weinig eenzamer dan existentieel zijn.
Denk je aan zelfmoord en heb je nood aan een gesprek, dan kan je terecht bij de Zelfmoordlijn op het nummer 1813 of via zelfmoord1813.be
Heb je nood aan een gesprek over zelfbeschikking, eenzaamheid, afscheid, verslaving, levenseinde, … In onze huizenvandeMens en bij onze lidverenigingen ben je altijd welkom, van mens tot mens. Meer info en een afspraak maken
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.