Collaboratie
Bert Goossens en Dimitri De Smet
27 april 2026
Op 12 mei delen Simon Gronowski (94) en Wim Claeys (54) hun persoonlijke verhalen over de Tweede Wereldoorlog met elkaar en met het publiek in hartje Brussel. De eerste is bekend als het jongetje dat de Holocaust overleefde, de tweede is zoon van een oostfronter. “Als er een oudercontact was, stak mijn vader demonstratief een speldje van het Vlaams Legioen op zodat de meester het goed zou zien.”
Wim Claeys is Gents volkszanger en cabaretier. Met zijn liedjes en voorstellingen treedt hij in de traditie van maatschappijkritische zangers zoals Karel Waeri en Walter De Buck. Hij staat bekend als een uitgesproken progressieve stem. Des te opvallender is zijn parcours; Claeys groeide op in een radicaal Vlaams-nationalistisch milieu: “Mijn grootvader kwam Vlaamsgezind uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, zoals zovelen. Die gasten werden daar in het Frans afgeblaft door hun eigen officieren, terwijl ze dat niet eens verstonden. Je zou voor minder Vlaamsgezind worden. Hij was lid van de Frontpartij, de eerste echte Vlaams-nationalistische partij in Vlaanderen. In 1933 overleed hij aan verwondingen die hij in de oorlog had opgelopen. Mijn oma bleef achter als weduwe met mijn vader, die toen tien jaar was.”
Bij je vader nam die Vlaamsgezindheid uiteindelijk de vorm aan van collaboratie?
De Frontpartij evolueerde naar het Vlaams Nationaal Verbond (VNV), dat al snel een fascistische beweging werd. Mijn vader werd zo meegezogen in de collaboratiemachine.
Toen hij achttien was heeft hij in mijn ogen de domste beslissing van zijn leven genomen: hij meldde zich aan bij het Vlaams Legioen, een onderdeel van de SS, en trok naar het Oostfront.
Hij heeft drie jaar aan het front in Rusland gezeten. Daar kreeg hij een granaatscherf in zijn schouder en werd hij door zijn been geschoten. Dat alles voor ‘de Vlaamse zaak’. Als je dat op een rijtje zet: hoe belachelijk is dat eigenlijk niet?
Hoe is het hem na de oorlog vergaan?
In november 1944 werd hij ter dood veroordeeld. Hij zat toen nog aan het front, dus ze konden hem niet executeren. Begin 1946 kwam hij uiteindelijk in handen van de Belgische justitie. Hij was eerst krijgsgevangen genomen door de Amerikanen en zat nog een half jaar in een kamp. Zijn doodstraf werd omgezet naar levenslang. Uiteindelijk kwam hij in 1948 al vrij, wel zonder burgerrechten.
Heeft hij ooit spijt betoond voor wat hij heeft gedaan?
Nee. Hij heeft daar nooit spijt van gehad. Voor hem stond wat hij heeft gedaan ook los van de Holocaust. Ik heb daar ooit één gesprek met hem over gehad. Dat was pure cognitieve dissonantie. Hij zei: ‘Ik ben daar ook tegen. Als ik dat geweten had, had ik mij bij de Engelsen gemeld.’
Ik moet eerlijk zeggen dat ik hem wel geloof: hij is vooral uit Vlaams-nationalistische overtuiging naar het Oostfront getrokken. Historici zoals Bruno De Wever en Koen Aerts wijzen er ook op dat veel mensen, zelfs binnen nazi-Duitsland, geen volledig beeld hadden van de vernietigingskampen. Maar dat ontslaat hem natuurlijk niet van verantwoordelijkheid. Hij zat bij de SS, en dat was de organisatie die de Holocaust uitvoerde.

Het heeft zijn hele leven bepaald. Hij bouwde zijn identiteit op rond dat verleden: hij bleef altijd ‘de oostfronter’. De auto hing vol stickers van het oostfront. En als er een oudercontact was, stak hij demonstratief een speldje op zodat de meester het goed zou zien.
In die kringen speelde het katholieke geloof ook vaak een rol. Hoe was dat bij jouw vader?
Een vriend van hem was door een priester-leraar naar het Oostfront gestuurd met de belofte dat hij bij terugkeer een diploma zou krijgen. Door zulke praktijken is mijn pa na de oorlog van zijn geloof afgestapt. Daardoor heeft hij nooit meer een voet in een kerk gezet, behalve voor een trouw of een begrafenis.
Mijn mama bleef nog een beetje katholiek om haar eigen moeder niet teleur te stellen. Maar de dag na mijn plechtige communie zei ze: ‘Kijk manneken, ik heb mijn plicht gedaan. Doe er nu mee wat je wilt.’ Zo was ik meteen atheïst en dat ben ik vandaag nog altijd.
Deelde jouw moeder zijn sympathieën?
Mijn moeder was twaalf jaar jonger dan mijn vader. Ze is geboren in 1935 en ging na de oorlog naar de Chiro. Daar is ze Vlaamsgezind geworden. Ze fietste naar de IJzerbedevaart en zong Vlaamse strijdliederen. In die kringen heeft ze in de jaren zestig mijn vader leren kennen. Mijn moeder zag mijn vader enorm graag en stelde zich eigenlijk weinig vragen. Bovendien kwam ze zelf ook uit de Vlaamse beweging, dus ze zaten allebei in dezelfde stroom.
Die ideeën kreeg je dus mee in jouw opvoeding?
Mijn ouders hebben mij naar het VNJ gestuurd, het Vlaams Nationaal Jeugdverbond. Dat is een extreemrechtse jeugdbeweging. Als je zwart-witfoto’s ziet van hun activiteiten, zie je nauwelijks verschil met de Hitlerjugend. Die beweging is daar echt op gestoeld. Tijdens het joelfeest maakten we runentekens, SS-tekens en hakenkruizen en hingen die in de joelboom. Ze hadden van mij een neonazi gemaakt. Ze bestaat vandaag nog altijd, dus ik waarschuw mensen daar graag voor: stuur je kinderen daar niet naartoe.
Hoe kwam bij jou de kentering?
Dat was een lang proces. In het zesde middelbaar hebben we eens een documentaire over de Holocaust gezien. Dat heeft mij enorm geraakt. Het was eigenlijk mijn eerste echte confrontatie met wat er toen gebeurd is. Ik was uiteraard geschokt, maar tegelijk kon ik het toen nog opsplitsen zoals mijn vader dat deed: je had zogezegd ‘goede’ en ‘slechte’ SS’ers. Vandaag klinkt dat absurd, maar toen werkte mijn hoofd nog zo. Dat was het eerste vijsje dat loskwam.
Wanneer kwam het volgende vijsje los?
Toen ik ging studeren sloot ik mij aan bij de Nationalistische Studentenvereniging (NSV). Daar zaten echt héél extreme figuren tussen zoals skinheads, waar ik niet mee geassocieerd wilde worden. Het echte breekpunt kwam toen het VNJ, waar ik zoveel jaren bij had gezeten, begon te vechten op de IJzerbedevaart. Toen dacht ik: waar zijn we hier eigenlijk mee bezig? Op de graven van soldaten van de Eerste Wereldoorlog beginnen vechten? Dat maakte mij kwaad. Toen begon ik te zien hoe absurd dat Vlaams-nationalisme eigenlijk was.
Hoe ben je uiteindelijk in een totaal ander milieu terechtgekomen?
In de vroege jaren negentig heb ik die deur definitief dichtgegooid. Rond die tijd werd ik muzikant en kwam ik terecht in de Gentse folkscène. Dat was een uitgesproken links milieu: anarchisten, punkers, mensen met lang haar … Eigenlijk alles wat in mijn oude wereld als ‘de vijand’ gold. Door mijn muziek was ik welkom, al was er aanvankelijk wat argwaan. Door veel gesprekken en discussies ben ik toen uiteindelijk vrij snel losgekomen uit dat extreemrechtse milieu.
Sommigen zien vandaag parallellen met de jaren ’30, de periode waarin jouw vader radicaliseerde. Zie jij die ook?
Ik probeer die vergelijking met de jaren dertig te vermijden, maar het wordt wel moeilijker. Als je kijkt naar hoe de nazi’s destijds de macht stap voor stap hebben overgenomen: democratisch verkozen worden, het parlement onder druk zetten, partijen uitschakelen, verkiezingen manipuleren … Vandaag zie je opnieuw gelijkaardige mechanismen opduiken.
In Rusland gebeurt het al openlijk. China is al langer een dictatuur. Ook in landen als India zie je die evolutie. En natuurlijk speelt dat nu ook in de Verenigde Staten. Bij de aankomende midterms zie ik Trump de noodtoestand uitroepen en de verkiezingen als ongeldig verklaren. Het is de volgende dominosteen die zou vallen op weg naar een dictatuur. Als je die parallellen niet wilt zien, dan ben je eigenlijk naïef.
Tegelijk kijk ik er ook met angst en een gevoel van machteloosheid naar. Je kan wel eens betogen met tweeduizend mensen door de stad, maar tegelijk voel je hoe klein je bent tegenover zulke ontwikkelingen. Dat maakt mij vooral bezorgd voor mijn kinderen.
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.