Vissershulde
Joke Goovaerts
22 april 2026
Op zaterdag 25 april organiseert het Vrijzinnig Laïciserend Centrum Oostende vzw opnieuw de “Vissershulde, Dag der Zeelieden” in De Geuzetorre. Tijdens deze vrijzinnige plechtigheid worden niet alleen vissers, maar alle zeelieden herdacht die tijdens hun werk het leven lieten op zee.
Ondanks de modernste technieken en veiligheidsmaatregelen blijft werken op zee bijzonder gevaarlijk: wereldwijd keren jaarlijks naar schatting zo’n 2.000 zeelui: vissers, matrozen of militairen niet terug naar wal. Oostende telt een grote vrijzinnige gemeenschap, met onder haar inwoners heel wat families die generaties lang met de zee verbonden zijn. Daarom wordt elk jaar een eigen zeeliedenhulde georganiseerd, in samenwerking met de Stad Oostende en het Maritiem Instituut Mercator.
De plechtigheid staat open voor alle levensbeschouwingen en wil een moment van steun en troost bieden aan iedereen die rouwt om het verlies van een geliefde.
Zoals elk jaar komen families, nabestaanden en sympathisanten samen om de vissers te herdenken die op zee bleven. Maar achter elke naam die in de golven verdween, staat ook iemand aan wal: een vrouw, een moeder, een dochter, een gezin dat verder moet. Hun verhaal wordt zelden verteld, al dragen zij een even zware last. In de vissersgemeenschap gaat de aandacht traditioneel naar de mannen die op zee blijven, maar achter elke verdwijning staat ook een partner die verder moet. Hun verhaal blijft vaak onderbelicht.
Gastspreker dit jaar is Francine Lefèvre, gids bij het Visserijmuseum. Zij brengt hulde aan een groep die in de vissersgeschiedenis vaak onzichtbaar bleef: de vissersvrouwen. Hun leven speelde zich af aan wal, maar hun zorgen, angsten en verantwoordelijkheden waren minstens even groot als die van de mannen op zee.
Volgens Lefèvre wordt hun rol nog te vaak onderschat. “Zoals elk jaar komen we samen om de vissers te eren die op zee bleven,” zegt ze, “maar dit jaar wil ik ook hun vrouwen die achterbleven er speciaal bij betrekken. We zijn ze niet vergeten. We zeggen het niet genoeg.” Want wanneer een vissersschip vergaat, treft dat niet alleen de bemanning. “Niet alleen de vissers blijven op zee, ook hun vrouwen en kinderen blijven achter met zware trauma’s.”
Het leven van vissersvrouwen werd jarenlang bepaald door tradities en bijgeloof. “Er heerst veel bijgeloof in de visserswereld,” vertelt Lefèvre. “Een vrouw aan boord brengt ongeluk en mag nooit het aanmeertouw losgooien. Maar aan wal doen ze alles: de voorraden klaarzetten, de was en de plas, de paperassen, de opvoeding van de kinderen.” Terwijl de mannen wekenlang op zee zaten, hielden de vrouwen het gezin, het huishouden en vaak ook de financiële administratie draaiende.

Maar het zwaarst woog de angst. Lefèvre kent de verhalen uit haar eigen familie. “Ik kan mij de angst van de vissersvrouw indenken als ze geen bericht krijgt of geen contact kan maken met haar man… haar ventje. De angst grijpt hen vast op dat moment. Daar spreken ze niet graag over met vreemden.”
In visserscafés ging het over stormen, brandstofprijzen, quota’s en kabeljauwoorlogen. Over de vrouwen zwegen de mannen. “Ze hadden het over de vergane vissers, maar nooit over hun vrouwen of hun lieven,” zegt Lefèvre. “De laatsten die hen telkens kwamen opwachten aan de kade, die luisterden naar de maritieme radio en naar het loeien van de stormwinden.”
De angst was overal voelbaar. “Allemaal zijn ze zeer bang wanneer het stormt en hun man of zoon op zee is,” vertelt ze. “Allemaal liggen ze ’s nachts wakker en luisteren ze gespannen naar het huilen van de wind en het kraken rond het huis. Zelfs al zijn ze geen kerkgangers, ze lezen weesgegroetjes en branden kaarsjes.”
Wanneer een schip vergaat, wordt de rouw nog zwaarder door het ontbreken van zekerheid. “Mannen kunnen er niet over spreken, maar vrouwen onder elkaar krijgen het wel over hun lippen,” zegt Lefèvre. “Als ze de helikopter horen overvliegen, knijpt hun maag samen. Het is erger iemand op zee te verliezen, zo weg, dan iemand door ziekte.” Het ontbreken van een lichaam maakt afscheid nemen bijna onmogelijk.
Ondanks moderne communicatiemiddelen blijft het wachten slopend. “Ze zijn wel niet alleen, want de hele gemeenschap leeft mee,” zegt Lefèvre. “Maar zij zitten wel voor de rest van de tijd ‘alleine’. Het is anders dan gewoon wachten tot de mannen terugkomen van het vissen.”
En wanneer een visser lang weg blijft, valt de volledige last op de schouders van de vrouw. “Als hij er niet is, zet de vrouw het werk aan wal verder: ze beheert het geld, de verzekeringen, de huishuur, de kinderen. Als de man verdwijnt, dan zijn alle schulden, alle problemen, gezondheidsproblemen, kinderproblemen… alles wat er mis kan gaan, dat komt op de schouders van de vrouw die achterblijft. En niemand spreekt daarover. Iedereen vindt het normaal dat die vrouw dat allemaal op haar rug krijgt. Maar normaal is het niet. Het is een stille last, een onzichtbare strijd die generaties lang verzwegen werd.”
Met haar getuigenis wil Francine Lefèvre vooral erkenning geven. Aan de vrouwen die wachtten, vreesden en die verder moesten.
De Vissershulde vindt plaats op zaterdag 25 april in Oostende. Iedereen is welkom. Bekijk hier het programma

Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.