Interview

"Mirakels komen van mensen" - Team Rudy

Joke Goovaerts

In Team Rudy volgt Nic Balthazar (61) acteur en schrijver Rudy Morren, die na zijn Parkinsondiagnose een opmerkelijk netwerk van mensen rond zich verzamelt. Balthazar toont niet alleen de grilligheid van Parkinson, maar vooral de schoonheid van verbondenheid en de mogelijkheid om zorg opnieuw collectief te denken. “Het is een docufilm over menselijkheid, over de kracht van een gemeenschap die zich rond één persoon plooit, en over hoe zorg opnieuw betekenis krijgt wanneer ze gedeeld wordt.”

Terwijl Rudy zich voorbereidt op een ingrijpende hersenoperatie, toont de film hoe een gemeenschap het verschil kan maken. Voor Balthazar is het bovendien een persoonlijk project: ook zijn vader leeft met Parkinson.

Wat trof jou het meest toen je dit verhaal voor het eerst hoorde?

Nic Balthazar: Dat solidariteit niet alleen een woord is, maar een praktijk.

Dat het eigenlijk gaat over een andere vorm van mantelzorg. We zien zorg vandaag nog te vaak als iets individueels: iemand is ziek, en een paar mensen, meestal familie, moeten dat maar dragen. Zeker bij chronische aandoeningen zoals Parkinson voelen mensen schuld of schaamte om hulp te vragen, omdat ze weten hoe ingrijpend die vraag kan zijn.

En precies daarom is dit verhaal zo bijzonder. Rudy spreekt niet één of twee mensen aan, maar een hele groep. Hij zegt: ik heb meer vrienden nodig, een support team. Dat is iets wat we in de zorg en in de samenleving missen: het besef dat zorg ook collectief kan zijn. Dat solidariteit niet alleen een woord is, maar een praktijk. En in dat opzicht is het een hoopvol verhaal: iemand met een zware, grillige vorm van Parkinson die gedragen wordt door bijna veertig mensen.

De film toont ook de medische kant: de ingrijpende ‘deep brain stimulation’ operatie

Je volgt ook daar een indrukwekkend team dat iets uitzonderlijks doet: elektroden in de hersenen plaatsen, waardoor tot 70% van de zwaarste symptomen vermindert. Als je de film van begin tot einde bekijkt, zie je hoe sterk die operatie hem vooruithelpt. Het zijn eigenlijk twee miraculeuze verhalen. Humanisten zeggen dan: mirakels komen van mensen, en dat klopt hier ook. Deep brain stimulation (DBS) stopt de ziekte niet, maar verzacht de symptomen. Net zoals die vriendengroep de Parkinson niet kan stoppen, maar het leven wel draaglijk, en soms zelfs feestelijk maakt.

Hoe ben je zelf in dit project gerold?

Ook uit vriendschap, grappig genoeg. Michael Pas, een van Rudy’s beste vrienden, is ook een van mijn beste vrienden. Hij vertelde me al jaren over Rudy. Toen Rudy zijn eerste autobiografische boek schreef, De man die niet alleen viel, dachten ze eraan om lezingen te geven, maar het was nooit zeker hoe Rudy er die dag aan toe zou zijn. Soms functioneerde hij redelijk goed dankzij medicatie, soms lag hij volledig plat.

Ik stelde voor om beelden te maken, zodat ze die tijdens lezingen konden gebruiken. Wat begon als een vriendendienst, groeide al snel uit tot het besef: dit is een straf verhaal. En dan komt de documentaire-reflex: als er niets van komt, hebben we mooie beelden voor de lezingen; als er wél iets ontstaat, misschien een documentaire.

En soms zijn de docu-goden je goedgezind: net toen kwam het groene licht voor de DBS-operatie. Toen wisten we: dit is niet alleen een medisch verhaal, maar vooral een verhaal over vriendschap, vóór, tijdens en na zo’n ingreep. Want elektroden in je hersenen laten plaatsen is geen evidentie. Zonder mensen rondom je is dat een eenzame tocht. De film gaat dus ook over het doorbreken van eenzaamheid, één van de grote epidemieën van de 20e en 21e eeuw.

De film lijkt ook een oproep: hoe kunnen we zorg opnieuw organiseren? Niet iedereen heeft zo’n netwerk.

Veel mensen uit zijn team zijn geen oude vrienden. Sommigen zijn voormalige collega’s, maar we weten allemaal dat collega’s niet per se vrienden blijven.

Dat klopt. Maar het mooie is: Rudy had dat eigenlijk ook niet. Veel mensen uit zijn team zijn geen oude vrienden. Sommigen zijn voormalige collega’s, maar we weten allemaal dat collega’s niet per se vrienden blijven. De slager van de hoek, de kok  … het zijn mensen die niet vanzelfsprekend tot zijn inner circle behoorden.

We zien vandaag dat vriendschappen vaak verwateren naarmate we ouder worden. Als je mensen vraagt hoeveel vrienden ze nog hebben die écht voor hen zouden zorgen, blijft het vaak stil.

Maar iedereen kent wel iemand die chronisch ziek is. En vaak denken we: als ik die ga bezoeken, vraagt die meteen wanneer ik terugkom, en dat voelt als een zware verantwoordelijkheid, en een stevige last. Ik hoop dat de film een nieuw licht werpt op hoe we dat misschien meer samen kunnen dragen. Dat het dan uiteindelijk zelfs feestelijk kan zijn.

Ik heb zelf een vriend met Huntington, en ik denk dat we stuk voor stuk worstelen met het schuldgevoel dat je hem niet vaak genoeg gaat opzoeken. Eén-op-één zijn die gesprekken soms zwaar, maar als we met z’n allen gaan, wordt het licht, warm, verbindend. Dan voelt het niet als een daad van barmhartigheid, maar als een manier om ons maatschappelijk weefsel opnieuw rond mensen te vlechten.

Rudy toont zich extreem kwetsbaar in de film. Dat doorbreekt toch een taboe?

Het is inderdaad opmerkelijk dat Rudy zo publiek toont hoe ziek hij is. Zeker als acteur, iemand die letterlijk uit beeld verdwijnt wanneer zijn lichaam hem in de steek laat. Het gaat zeer diep: we mochten letterlijk in zijn slaapkamer filmen, in zijn meest kwetsbare momenten.

Voor mij is dat bijna een heldenfilm. In fictie moet een held een berg over of een kloof oversteken. Voor veel mensen met Parkinson of vergelijkbare chronische ziektes is simpelweg uit je bed en tot aan de wc geraken van dezelfde orde.

Het is een documentaire, maar een aantal van Rudy’s vrienden is ook acteur. Daardoor ontstaat een interessante tussenvorm: niets is gespeeld, alles is echt, maar het heeft de intensiteit en ook wel de humor die je eerder verwacht in fictie. Ik wou ook weg van de conventionele documentaire, met interviews, een voice-over, talking head s… Dit is organisch gegroeid, maar wel met de blik van mensen die ook fictie maken. Iemand noemde het een docu-film. Dat vond ik leuk klinken.

Naast ziekte en zorg toont de film ook kunst en creativiteit. Waarom was dat belangrijk?

Het is prachtig dat een jonge theatermaakster, Aline Cornelissen, hem opnieuw vertrouwen geeft.

Het is prachtig dat een jonge theatermaakster, Aline Cornelissen, hem opnieuw vertrouwen geeft. Dat ze samen een theaterstuk maken. Kunst, vriendschap en zorg versterken elkaar daar. Als je een chronische ziekte hebt, lijkt het soms alsof je niets meer mag doen. De ziekte neemt niet alleen je gezondheid af, maar ook je identiteit.

Het verhaal raakt jou ook persoonlijk. Jouw vader heeft Parkinson. Hoe beïnvloedde dat jouw blik?

Toen mijn moeder ziek werd, was er een ongelooflijk support team. Mensen die er echt zijn voor elkaar wanneer het moeilijk gaat. Mijn vader woont naast een van zijn beste vrienden. Ze zijn er voor elkaar. Dat maakt een wereld van verschil, zeker tegen eenzaamheid. En dat persoonlijke element maakte het voor mij des te urgenter om dit verhaal te vertellen.

Wat wil je verder bereiken met je film?

Mijn droom is dat mensen die de film zien denken: dit moeten wij ook doen. Dat ze opnieuw contact opnemen met vrienden, zeker met mensen in hun omgeving die ziek zijn. Dat ze zich afvragen: wat is het eerste dat we kunnen doen? Misschien gewoon al samen de film bekijken. Hoe fijn zou het zijn als ‘Team Rudy’ overal andere teams laat ontstaan.

Team Rudy is geen klassiek ziekteverhaal. Het is een documentaire over menselijkheid, over de kracht van een gemeenschap die zich rond één persoon plooit, en over hoe zorg opnieuw betekenis krijgt wanneer ze gedeeld wordt.

De film ging in première op Docville en is vanaf 20 mei in de zalen te zien, en komt in 2027 op VRT.  Ondertussen kan iedereen zelf een vertoning organiseren: info daarover op www.teamrudy.be