Interview
Timothy De Thaey
19 oktober 2026
In haar boek Goddeloos. Waarom we atheïsme nodig hebben pleit de Nederlandse filosoof Stine Jensen voor een herwaardering van het atheïsme. Maar ongeloof hoeft volgens haar niet te betekenen dat er geen plaats is voor spiritualiteit, rituelen en zingeving. Integendeel. Hoe kunnen atheïsme en humanisme vandaag een antwoord bieden op de zoektocht naar houvast en verbondenheid?
Jensen is bijzonder hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, programmamaker bij Omroep HUMAN en auteur van talrijke boeken voor volwassenen, kinderen en jongeren. Naar aanleiding van de Nacht van de Vrijdenker ging het Geuzenhuis met haar in gesprek over geloof, ongeloof en zingeving.
Je begint Goddeloos met een onderwijsdebat waarin je in 2023 verzeild raakte. Vertel.
Dat was een pittig debat. Een aantal moslimleerlingen in een openbare school wilde een eigen lokaal om tijdens de pauzes te bidden. Ik vond dit problematisch. Het zou het sociale contact tussen de diverse leerlingen in de weg staan én het zou een specifieke groep verbijzonderen. Ook hoorde ik geen alternatief voor de eventuele groepsdruk op moslimleerlingen die daar anders in staan.
“Als atheïst klink je als een ontkenner, maar voor mijn gevoel ontken ik helemaal niks”
We moeten opletten dat we het wezen van de openbare school niet verliezen. Ik weet niet precies hoe het zit in België, maar in Nederland is het openbaar onderwijs opgericht om vrij te zijn van religie. Het heeft een signatuur, net zoals een religieuze school die heeft. Zodra je aan geloofsbeoefening gaat doen, raak je een balans kwijt.
Je verandert daarmee het karakter van de openbare school?
Dat vind ik wel. Ik kreeg weleens voor de voeten geworpen dat ik een soort staatsatheïsme zou bepleiten. Dat is niet zo. Ik vind het juist goed dat leerlingen les krijgen over de verschillende levensbeschouwingen. Mijn ideaal is wel dat je kennismaakt met elkaar – vandaar het belang van die pauzes zonder druk van bovenaf. Het lijkt me ook wel prachtig als er een vak zou zijn waar je kennismaakt met alle levensbeschouwingen en waar de leerlingen samenzitten.
Je schrijft dat gelovigen zelden geïnteresseerd lijken in de atheïst. Wat kunnen gelovigen leren van de atheïst volgens jou?
Atheïsten zijn natuurlijk een heel diffuse groep. Momenteel onderzoek ik de representatie van atheïsten in verhalen en in onze beeldcultuur. Het valt me op dat atheïsten in films vaak verbeeld worden als leraren. Neem nu de leraar in The Teacher Who Promised the Sea. De centrale waarden die hij meegeeft, zijn nieuwsgierigheid, leergierigheid en openheid.
Bij gelovigen is er vaak een kader van leefregels waardoor die nieuwsgierigheid en openheid een beetje naar de achtergrond verdwijnen. Die regels geven misschien houvast, maar kunnen ook benauwend zijn. Als je dat kader even loslaat, dan ben jij er nog steeds. Dat is waardevol en dat kan men leren van de atheïst.
“Het zijn de theïsten die iets uit te leggen hebben”
Dat doet me denken aan het principe van vrij onderzoek of antidogmatiek.
Ja, de bereidheid om je standpunt steeds bij te stellen is een hele mooie. In Goddeloos vermeld ik de theoloog Rik Peels, die atheïsten in zijn studie heel serieus neemt. Daar zie je dat gelovigen de atheïsten ook wel nodig hebben om hun eigen argumentatie scherper te stellen.
Na de publicatie van het pamflet kwam de meeste aandacht van gereformeerde protestanten, die met mij – de ongelovige – in gesprek wilden gaan. Er blijkt toch een nood te zijn aan de ander om de eigen identiteit te bepalen. Ik zie dat als iets positiefs. Dat is geen ‘apatheïsme’, zoals ik het noem.
Halverwege de dertig kwam er voor jou een omslag. De rede alleen, zo schrijf je, bood niet langer een sterke basis voor alle vragen. Kun je daar meer over vertellen?

Ja, tuurlijk. Ik zat in een wetenschappelijke carrière. In mijn ervaring was die wereld lang niet zo gezond, want erg competitief en individualistisch. Op een gegeven moment ben ik door mijn rug gegaan en vond ik dat ik echt wat dingen in mijn leven moest veranderen. Die periode was ook een zingevingscrisis – een confrontatie met de grote vragen in het leven, die trouwens niks te maken hadden met een gebrek aan geloof.
Ik besliste toen om uit die carrière te stappen. Het viel me aanvankelijk moeilijk, maar ik voelde me een soort hamstertje in een rad. Het bleek de juiste beslissing. Via vele omwegen ben ik uiteindelijk weer aan de slag gegaan aan de universiteit. Best grappig, maar wel heerlijk.
Toen de omslag kwam, deed ik al yoga, maar ik ben er ook een opleiding in gaan volgen. Dat heeft me erg geholpen. Het was een heftige opleiding waarin je om vijf uur ’s ochtends opstond om te mediteren. Ik kreeg een kussentje om op te zitten – dat was het. Religie werd me niet opgedrongen, al spreekt het sikhisme me wel aan, precies omdat het eigen besluit er centraal staat. Ik ben me bewust dat ik een variant van het sikhisme leerde kennen. Dat is niet hetzelfde als de traditie in India, met een geschiedenis en een systeem waarin misschien maatschappelijke ongelijkheid in voorkomt.
Goddeloos gaat ook over atheïstische spiritualiteit.
Ik wil het atheïsme een bredere connotatie geven dan alleen die van de bekende, rationeel-wetenschappelijke houding. Ik wil breder gaan dan de vier ‘ruiters’ van het nieuwe atheïsme (Dawkins, Dennett, Harris en Hitchens). Ik wil ergens het midden houden: de positie van de atheïst verstevigen en tegelijk opkomen voor een seculiere samenleving waarin mensen met hun geloof ook een eigen plekje vinden. In die zin spreek ik soms van ‘baldadig, teder atheïsme’.
Met het woord atheïsme zet je jezelf wel al een beetje klem, hè. Daarmee geef je aan dat je je verhoudt tot het theïsme en dat vind ik eigenlijk een rare positie. Als atheïst klink je als een ontkenner, maar voor mijn gevoel ontken ik helemaal niks. Het zijn de theïsten die iets uit te leggen hebben, omdat zij een best wonderlijk wereldbeeld hebben, met allerlei aannames over de natuur, de moraal en de taal.
Dit blijkt trouwens een heel studiegebied te zijn: de ‘apisteologie’. In het boek Apisteology: The Study of Not-Believing worden ongelovigen onder dezelfde noemer behandeld als complotdenkers – zij ontkennen ook iets. Maar als atheïsme het resultaat is van een wereldbeeld dat op feiten en wetenschap steunt, hoezo ontken je dan iets?
Toch blijft de term ‘atheïst’ heel waardevol om te verdedigen, ook in deze tijd. Kijk naar de baldadigheid van het Amerikaanse christelijk nationalisme, of naar de vermenging van politiek en religie in Polen en Italië.
Daarnaast verkent het pamflet ook de krijtlijnen van hoe je als atheïst aan zingeving kunt doen. Daar heb je andere woorden voor nodig. Het woord atheïsme zegt niks over hoe je je leven kunt leiden.
Er zijn denkers geweest die het al met verschillende termen probeerden. John Dewey met ‘religie’ versus ‘het religieuze’. Romain Rolland met ‘een oceanisch gevoel’. Leo Apostel met ‘atheïstische religiositeit’ of ‘spiritualiteit’. Paul Kurtz, die het hedendaagse humanisme een eupraxsofie – goede, praktische wijsheid – noemde, …
Ja, ook voor mij is het humanisme de meest voor de hand liggende invulling van een atheïstische positie plus de zingevende invulling. Het ongeloof zit toch wel in het DNA van het humanisme. Neem nu ‘oceanisch gevoel’ of eupraxsofie – daar merk je dat andere woorden, via de verbeelding, andere mogelijkheden aanboren.
“Als je dat kader even loslaat, dan ben jij er nog steeds”
Over spiritualiteit praten, komt naar mijn gevoel vaak neer op twee vormen. Een zijnsvorm: een unieke ervaring die men ondergaat. Ofwel een doevorm: het beoefenen van een houding of levenskunst.
Bij de doevorm gaat het om discipline, ritme en ritueel: echt dagelijkse rituelen inbouwen. Het zijn maar kleine handelingen. Je bouwt de tijd in je dag in om even te gaan zitten en niets te doen.
Dat is best iets raars in de taal, want we worden de hele tijd tot doen aangespoord, terwijl de oefening van het niets doen gek genoeg ook een handeling is. Vijf minuten op de grond liggen en ontspannen, leren ontspannen, dat gaat vaak helemaal niet vanzelf. Het is een echte vaardigheid die je elke dag beoefent.
Mediteren kan nuttig zijn om piekeren sneller op te merken en te stoppen. Maar evengoed kun je oefenen in zintuiglijk waarnemen – vandaag belangrijker dan ooit. Door de hele tijd naar een scherm te kijken, verliezen we een basaal contact met de wereld. Het is verbinding op een haast spinozistische manier. Let wel, het is op dat moment een beoefening en geen filosofie an sich.
“Je kunt niet zomaar van de ene op de andere dag gaan simuleren dat je in een god gelooft”
Ik ken hulpverleners die gelijkaardige dingen doen. Dat heet dan psycho-educatie. Is spiritualiteit volgens jou gericht op geestelijke weerbaarheid?
Eigenlijk wel, ja. Er is al vrij veel voorhanden en mindfulness is inmiddels ook een commerciële stroming geworden. En toch vind ik dat positief én belangrijk voor vandaag. Er is een mooie samenwerking mogelijk tussen psychologen, bewegingswetenschappers en humanisten. Bepaalde oefeningen lenen zich echt voor ritualiseren. Je maakt iets en dat heeft eerder een kunstzinnige vorm.
Leuk om te weten: voor Jaap van Praag – een van de stichters van het Nederlandse Humanistisch Verbond – was mensen helpen om geestelijk weerbaar te worden een van de centrale doelen van een (humanistische) levensbeschouwing.
Oh, wat leuk. Die link is er wat mij betreft zeker. Ik vind het heel mooi dat van Praag het zo ruim heeft omschreven. In mijn pamflet heb ik wel kritiek geuit op het Humanistisch Verbond. Zij hadden een rubriek ‘Dit is humanisme’. Dat kwam mij voor als ideologisch voorschrijven hoe je moet denken. Het leek wel een politieke partij.
Nu je dat zo zegt, zou je het humanisme kunnen omschrijven als een levensbeschouwing die je tot opdracht stelt om altijd voor jezelf te blijven denken en jezelf geestelijk weerbaar te houden. Dat tweede valt voor mij dan weer uiteen in het beoefenen van wat maakbaar is en wat niet maakbaar is (en dus kunt leren loslaten).
Het humanisme heeft van oudsher die focus op maakbaarheid en vorming – de Bildung. Maar voor geestelijke weerbaarheid is die onmaakbaarheid ook cruciaal. Dat er mensen om je heen doodgaan, dat er grote rampen gebeuren, alle dingen waar je geen grip op hebt – hier is ritualisering ook van belang. Mijn kinderboek Alles wat was gaat daarover, over omgaan met afscheid. Tot mijn verrassing is dat mijn bestverkochte boek. Het raakt een snaar.
De voor mij mooiste definitie van geluk is dat je stukje bij beetje meer vertrouwd raakt met de momenten waarop het net niet zo goed gaat en er – wie weet – ergens verzoening of troost in kunt vinden.
Als je het inkleurt zoals van Praag, spreek je een breder publiek aan, denk ik. Het atheïstische en humanistische geluid moeten we ook in deze tijd weer laten horen. Een van de grootste problemen vandaag is immers de mentale gezondheid van jongeren. Er zijn meerdere oorzaken: van sociale media tot het ontbreken van een toekomstperspectief. Er is ook het nieuws geweest dat Gen Z zijn toevlucht zou zoeken tot religie.
Het onderzoek daarover zou bescheiden zijn. Op 7 februari van dit jaar schreef de VRT, op basis van het Jeugdonderzoeksplatform, dat vooral het sociale aspect van religie aan belang wint. Misschien is dit dan geen échte religious revival?
De cijfers worden ook betwist, ja. Je kunt volgens mij niet zomaar van de ene op de andere dag gaan simuleren dat je in een god gelooft. Je kunt je bij een religie aansluiten omdat je die rituelen prettig vindt. Of je alsnog de volgende stap naar het geloof zet … Het sociale aspect lijkt me in ieder geval een tegenbeweging tegen het in je eentje op je scherm zitten.
Het zou fijn zijn als ook de humanisten van zich lieten horen en zeiden: je kunt ook bij ons terecht. Dit zijn wij en dit zijn de middelen van zingeving: kunst en cultuur, bijvoorbeeld. In de kern is het leven altijd een zoektocht. Er is niet zoiets als een gegeven houvast.
“In de kern is het leven altijd een zoektocht. Er is niet zoiets als een gegeven houvast”
Het humanisme moet zichtbaarder en vindbaarder?
Ja en ja. Maar wat heb je uiteindelijk te bieden? Er zijn al initiatieven geweest, sommige met vrij veel succes, zoals de Tafelgesprekken van The School of Life, van Alain de Botton. Zijn droom was dat de postbode naast de hoogleraar zou zitten. Maar filosofie heeft een aansluitingsprobleem: het instapniveau is vrij hoog en in die zin is het vrij elitair. Neem nu de online humanistische canon met al die hoofden van filosofen … Gaan die je echt helpen met je smart of met je ziel als je ergens mee zit? Zal het socratische gesprek je op dat moment echt helpen? Het is maar de vraag. Ik vermoed dat je met kunst, cultuur en films een breder publiek bereikt.
Bovendien moet je die vraag niet aan mij, maar aan jonge mensen zelf stellen. Uiteindelijk geloof ik dat de meeste generaties, op hun manier, toch wél weerbaar zijn. Mijn dochter van zestien zegt weleens dat ze er zo moe van wordt wanneer haar generatie weer maar eens als problematisch wordt neergezet. Dat geeft me dan weer hoop en dan denk ik: ‘Oh, prima! Dan komen jullie zelf wel met het antwoord!’.
De Nacht van de Vrijdenker vindt plaats op zaterdag 21 november in de Vooruit in Gent. Ontdek het volledige programma en bestel je tickets.
Dit interview verscheen eerder in De Geus Magazine, editie oktober 2026.
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.