Vrij onderzoek
Bert Goossens en Mila De Baere
22 april 2026
Stephen Hicks (65) is een Amerikaans-Canadese filosoof die bekendstaat om zijn scherpe kritiek op het postmodernisme, een denkrichting die sceptisch staat tegenover objectieve waarheid en de idealen van de Verlichting. Hij waarschuwt voor de impact ervan op de academische vrijheid en de samenleving in het algemeen. “De Verlichting is een kostbaar erfgoed dat aangevallen wordt door de postmodernisten. Dat is een strijd die we moeten voeren.”
We ontmoeten de filosoof in een zonnige binnentuin van de Universiteit Antwerpen. Hicks is er voor een reeks debatten met onder anderen Leo Neels, Maarten Boudry en Tinneke Beeckman. Zijn scherpe en omstreden standpunten over diversiteit en academische vrijheid maken hem tot een denker die evenveel debat als tegenkanting oproept. Rustig maar gedecideerd legt hij uit hoe het postmodernisme is ontstaan: “Het postmodernisme is een reactie op de moderne wereld en de ideeën die ontstaan zijn sinds de Verlichting. Vanaf dat moment kwam de nadruk te liggen op de natuurlijke wereld in plaats van op God en het bovennatuurlijke. Mensen gingen geloven in wetenschap, technologie en vooruitgang. De moderne tijd draait ook sterk rond het individu. Het idee is dat je niet vastzit aan je afkomst of sociale klasse, maar dat je zelf keuzes maakt. Je hebt je eigen verstand en waarden, en je zou je eigen leven moeten kunnen bepalen. Daaruit volgen zaken zoals: tolerantie voor verschillende overtuigingen, vrijheid om je eigen werk te kiezen, het afschaffen van slavernij, meer rechten en autonomie voor vrouwen … Maar volgens postmoderne denkers heeft dat project gefaald. Zowel op filosofisch vlak als in de praktijk. Daarom verwerpen ze die moderne ideeën.”
Postmodernisten zeggen dat objectieve waarheid niet bestaat. Wat is er mis met die gedachte?
Postmodernisme is een soort anti-filosofie, omdat het ingaat tegen de klassieke vragen waar filosofen zich mee bezighouden. Filosofen proberen traditioneel antwoorden te vinden op vragen zoals: Wat is de werkelijkheid? Wat is kennis? Wat is de mens? Wat is een goed leven?
Postmoderne denkers zijn over die vragen vaak heel sceptisch en negatief. Ze zeggen bijvoorbeeld: we kunnen niets met zekerheid zeggen over de werkelijkheid, echte kennis bestaat niet, het idee van “de mens” moeten we loslaten en er bestaat geen objectief idee van het goede. In die zin vormen ze een brede kritiek op de filosofie van de Verlichting. Mijn eigen positie vertrekt net vanuit die Verlichting. Dus mijn kritiek richt zich op hún kritiek.
Als zij zeggen dat we de werkelijkheid niet kunnen kennen, dan zeg ik: dat kunnen we wél. We kunnen de wereld observeren, meten en wetenschappelijk onderzoeken. Ook buiten de wetenschap hebben mensen het vermogen om kennis op te bouwen.

Hoe kijken postmodernisten naar de mens?
Postmodernisten stellen vaak dat individuen eigenlijk niet echt bestaan als autonome wezens. Volgens hen ben je vooral het product van je omgeving: je klasse, je gender, je cultuur of je etniciteit. Dat betekent dat ideeën zoals persoonlijke verantwoordelijkheid, vrije keuze of een eigen identiteit onder druk komen te staan.
Mijn kritiek daarop is dat individuen wél bestaan en ook handelingsvrijheid hebben. Mensen hebben een eigen verstand, maken keuzes en dragen verantwoordelijkheid voor hun daden. Natuurlijk worden we beïnvloed door onze omgeving, maar dat betekent niet dat we er volledig door bepaald worden.
Dat is dus een fundamenteel debat: in welke mate zijn we gevormd door de samenleving, en in welke mate geven we zelf vorm aan ons leven?
Is het wel juist om te spreken over postmodernisme als een afgelijnd gedachtegoed, terwijl het heel wat verschillende denkers en ideeën bevat?
Het is natuurlijk een abstractie. Als je filosofen de vraag stelt: “wat is de werkelijkheid?” en je mag maar één of twee woorden antwoorden, dan zullen de pre-modernen zeggen: de werkelijkheid is God, of het bovennatuurlijke. De modernen zullen zeggen: het is het natuurlijke. En de postmodernen zullen zeggen: we weten het niet, of we kunnen die vraag niet zinvol beantwoorden.
Een ander belangrijk gemeenschappelijk kenmerk is dat postmodernisten sterk antiliberaal zijn. Ze zijn sceptisch tegenover de wetenschappelijke, ondernemende en technologische cultuur die we in de moderne wereld ontwikkeld hebben.
Meer in detail zie je dat er verschillende stromingen zijn. Michel Foucault legt de nadruk op macht, Jacques Derrida op taal en het deconstrueren daarvan. Niet alle postmoderne denkers zijn het over alles eens. Sommigen nemen bepaalde elementen over, maar blijven op andere punten schatplichtig aan de Verlichting.
Kan je een voorbeeld geven hoe postmodernisme invloed heeft op onze samenleving?
De universiteit, waar we nu zitten, is een van de belangrijke sectoren die door het postmodernisme beïnvloed is.
Ik ben zelf een Verlichtingsliberaal: voor mij moeten individuen leren om zelfstandig te denken. De wereld is complex, er is veel controverse, en onderwijs moet studenten voorbereiden om in die complexe wereld zelf na te denken, op een manier die respectvol is tegenover anderen die hetzelfde doen. Dat is het ideaal van liberale vorming: professoren met verschillende theorieën die met elkaar debatteren, studenten die blootgesteld worden aan vele standpunten, vragen kunnen stellen en hun eigen ideeën vormen.
De postmodernisten dagen dat ideaal uit, omdat ze niet geloven in individualisme, tolerantie of keuzevrijheid. In het gedachtegoed van Michel Foucault is de universiteit gewoon een plek van macht. Verschillende theorieën zijn eigenlijk maskers of rookgordijnen voor de machtsagenda’s van professoren of financiers. Politiek gebeurt er altijd, ook al doen we alsof we beschaafd en tolerant zijn. Als professor moet je dus niet bang zijn voor die macht, maar ze omarmen en studenten vormen in de richting die jij wil.
Wat je dan krijgt is een groep professoren die willen indoctrineren in plaats van onderwijzen. Ze willen hun eigen standpunt opleggen aan studenten en activisten vormen die die macht gebruiken om de cultuur te veranderen in een antiliberale, antikapitalistische richting. Zo heeft het postmodernisme het hoger onderwijs van binnenuit getransformeerd.
Volgens u bedreigt dit de vrijheid van onderzoek?
Ja, absoluut. Het is altijd al een heikel punt geweest voor jonge professoren. Iedereen erkent dat universiteiten sociale plekken zijn waar politiek een rol speelt. De vraag is: gebeurt die politiek binnen liberale, democratische normen waarbij je diversiteit, vrijheid en debat respecteert, en verschillen probeert op te lossen via bewijs, logica en redenering? Maar als je als beginnende academicus terechtkomt in een faculteit waar de professoren geen liberale, tolerante types zijn maar postmodernisten, dan weet je al snel dat je geen vaste aanstelling krijgt als je de verkeerde dingen zegt. Dus je leert jezelf te censureren en conformist te worden.
Dit verschilt wat mij betreft niet van de premoderne wereld, waar er één waarheid ontvangen door God was, en waar debat niet welkom was. Het enige verschil is dat religieuze tradities doorgaans een strikte moraal meebrengen. Postmodernisten zeggen expliciet dat er geen objectieve morele codes bestaan. De academische vrijheid is daardoor in gevaar.

Donald Trump voert strijd met de Amerikaanse universiteiten, Harvard voorop. Hoe kijkt u daarnaar?
Laat me eerst zeggen: universiteiten hebben zich op veel vlakken slecht gedragen. Al is dat een overdrijving, want er zijn ook plekken van excellentie en oprecht zoeken naar de waarheid. Maar globaal gezien hebben ze de afgelopen vijftig jaar op veel punten gefaald.
Neem de financiering. In de Verenigde Staten nemen ook privé-universiteiten enorme bedragen aan overheidsgeld aan. En wie betaalt, heeft uiteindelijk de macht. We hebben instellingen als academische vrijheid en vaste aanstellingen om mensen te beschermen tegen politieke druk, maar ook die zijn gepolitiseerd geraakt.
Maar er is een keerzijde: overheidsgeld komt van de belastingbetaler, en in een liberale democratie zijn politici verantwoording verschuldigd aan het publiek. Als universiteiten dat geld niet correct besteden, is het legitiem dat politici zeggen: we moeten toezicht houden.
Neem racisme als voorbeeld. Amerikaanse overheidsinstellingen moeten kleurenblind zijn, maar universiteiten doen aan raciale discriminatie en blijven dat doen onder een andere naam. Trump speelt daarop in en gebruikt het als politieke hefboom.
Of je het met hem eens bent of niet: de universiteiten hebben een deal met de duivel gesloten. En nu zegt de duivel, in de gedaante van Donald Trump, dat de rekening betaald moet worden. Ofwel geef je de miljarden op, ofwel doe je wat de politici zeggen.
Donald Trump heeft een moeilijke relatie met de waarheid. Is hij ook een product van het postmodernistische gedachtegoed?
Trump is een typische New Yorkse vastgoedman. In die wereld wordt ‘bullshitten’ soms een kunst, bedoeld om de tegenpartij te destabiliseren zodat ze niet meer weten waar ze aan toe zijn.
Maar ik zie dat niet meteen als postmodern. Zijn manier van ‘zakendoen’ is zo oud als de mensheid zelf. Ik zie Trump ook niet als iemand die genoeg reflecteert om te denken in filosofische principes als “er bestaat geen waarheid” of “taal kan gedeconstrueerd worden.” Hij gaat op zijn gevoel af en heeft een bepaalde stijl ontwikkeld die werkt in politiek en bepaalde zakelijke kringen.
Er is wel een verwantschap. Trump is niet erg principieel, intellectueel inconsistent en bereid om de waarheid opzij te zetten. Als je dat veralgemeent tot de menselijke conditie, dan kom je uit bij postmodernisme. In die zin is hij eerder het soort persoon waarvan het postmodernisme er meer zou voortbrengen, maar ik zou hem zelf geen postmodernist noemen.

Als antwoord op het postmodernisme, pleit u voor een terugkeer naar de Verlichtingswaarden. Kan u dat uitleggen?
De Verlichting was de grootste transformatie die de mensheid ooit heeft doorgemaakt. Driehonderd jaar geleden leefde 99 procent van de bevolking in armoede. In een zeer korte periode zijn we gekomen waar we nu zijn, dankzij de Verlichting, de industriële revolutie, wetenschappelijke revoluties en ondernemerschap.
Maar het gaat niet alleen over materiële welvaart. Driehonderd jaar geleden was misschien 90 procent van alle mensen slaaf of lijfeigene. Pas in de late zeventiende en vroege achttiende eeuw begon men te zeggen: slavernij is fout. Elk mens heeft recht op waardigheid en autonomie. In minder dan twee eeuwen is slavernij grotendeels verdwenen uit de beschaafde wereld.
Hetzelfde geldt voor vrouwen. In vrijwel elke cultuur waren vrouwen tweederangsburgers. Pas vanaf de achttiende eeuw werd gesteld dat vrouwen ook recht hebben op autonomie, onderwijs en controle over hun eigen leven. In relatief korte tijd heeft dat geleid tot een ingrijpende sociale verandering.
Dus als je van wetenschap houdt, van technologie, als je vindt dat slavernij fout is en gelooft in gelijkheid voor vrouwen, dan moet je de Verlichting omarmen. Het is een kostbaar erfgoed dat wordt aangevallen door de postmodernisten. Dat is een strijd die we moeten voeren.
Kunnen Verlichtingswaarden een kompas zijn in deze zeer onzekere tijden?
Ik denk van wel. De moderne wereld legt meer verantwoordelijkheid op mensen dan ooit tevoren. Je moet zelf je carrière kiezen, je eigen mening vormen over religie en politiek, de wereld verkennen. Dat kan overweldigend zijn, zeker als je geen ondersteunend onderwijs of ouders hebt gehad. Ik begrijp dan ook de frustratie bij veel jongeren: de wereld is groot en complex en ze voelen zich er niet op voorbereid.
Maar wat kan helpen, is historische kennis over verlichtingshumanisme, zodat jongeren begrijpen hoe zeldzaam en bijzonder de tijd is waarin ze leven. Ja, er zijn problemen en uitdagingen, maar er zijn ook kansen die 99 procent van alle mensen die ooit geleefd hebben nooit hebben gehad.
Als je als jonge vrouw gefrustreerd bent door seksisme: ja, seksisme bestaat nog. Maar vergeleken met driehonderd jaar geleden is er enorm veel veranderd. Problemen met racisme en economische kansen zijn reëel, maar in historische context zijn ze beheersbaar. En ik zou liever deze problemen hebben dan de problemen van vroeger.
Hicks gaat nog in debat met dr. Maarten Boudry op 22 april en met prof. dr. Patrick Loobuyck, prof. dr. Alain-Laurent Verbeke, prof. dr. Freek Van de Velde en em. prof. dr. Leo Neels op 23 april aan de Universiteit Antwerpen. Meer info en inschrijven
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.