Humanisme
Bert Goossens en Dimiri De Smet
27 mei 2026
Moraalfilosofen Dirk Verhofstadt (70) en Johan Braeckman (61) gingen samen op zoek naar wat het betekent om mens te zijn. Hun vele gesprekken mondden in 2021 uit in een eerste boek, en nu is er ook een opvolger met beschouwingen over taal, geweld, maakbaarheid, vrije wil en zingeving. “We moeten de liberale democratie opnieuw militant verdedigen.”
We ontmoeten twee van de bekendste denkers van Vlaanderen in het Vrijzinnig Centrum in Ronse, waar ze tijdens een korte tournee door Vlaanderen hun nieuwste boek voorstellen. De filosofen leerden elkaar zestien jaar geleden beter kennen, toen Braeckman promotor werd van Verhofstadts doctoraatsonderzoek over de morele verantwoordelijkheid van paus Pius XII tijdens de Tweede Wereldoorlog. De werkrelatie groeide al snel uit tot een hechte vriendschap, gekenmerkt door diepgaande gesprekken. Verhofstadt was niet aan zijn proefstuk toe:
“Met Etienne Vermeersch heb ik eerder al Een zoektocht naar waarheid geschreven. Daarna volgde een boek met Paul Cliteur over Een zoektocht naar harmonie. Zo kwam ik haast vanzelf uit bij Een zoektocht naar menselijkheid, samen met Johan.”
Johan Braeckman: “De hoofdstukken in de twee boeken sluiten nauw aan bij de wijsgerige antropologie, een discipline binnen de filosofie die draait rond vragen zoals: Wat betekent het om mens te zijn? Wat zijn de kernaspecten van de mens? En mogen we daaraan sleutelen? Mensen zijn onder meer vatbaar voor irrationalisme en geweld en beschikken over zeer bijzondere vermogens zoals taal en grootschalige samenwerking. Dat roept vragen op over wat we daarmee kunnen en mogen aanvangen.”
Het eerste hoofdstuk staat stil bij het belang van taal. Jullie stellen dat menselijke taal fundamenteel verschilt van die van dieren. Hoe bedoelen jullie dat?
Johan Braeckman: “Menselijke taal noemen we natuurlijke taal: ze ontwikkelt zich spontaan bij kinderen. Taal heeft meerdere functies: communicatie, uiteraard, maar ze maakt ook intense en langdurige samenwerking mogelijk. Mensen kunnen via taal taken coördineren op een niveau dat andere diersoorten niet bereiken. Chimpansees en andere dieren communiceren uiteraard ook, maar niet met natuurlijke taal. Zij botsen snel tegen de grenzen van hun communicatiesysteem aan. Een belangrijk verschil is wat de Amerikaanse filosoof Noam Chomsky ‘recursie’ noemt: wij kunnen zinnen blijven uitbreiden met bijzinnen en extra betekenislagen. We gebruiken ook metaforen, humor, creëren dubbelzinnigheden en voegen tussen de regels betekenis toe. Dat vermogen zie je niet terug bij andere diersoorten. Sommige dieren beschikken misschien over een soort proto-taal, maar ze missen de complexiteit van natuurlijke menselijke taal. Let wel: hun communicatiemogelijkheden zijn doorgaans uitstekend aangepast aan hun ecologische en sociale niches.”
Een minder mooie kant van de mens is geweld. We zien ook vandaag mechanismen van ontmenselijking opduiken die leiden tot extreme vormen van geweld.
Dirk Verhofstadt: “Johan legt in het boek uit dat de mens niet van nature een vreedzame ‘nobele wilde’ is, zoals Frans Verlichtingsfilosoof Jean-Jacques Rousseau dacht. Archeologisch onderzoek toont aan dat geweld altijd bestaan heeft. We bespreken in het boek ook historische figuren zoals Alexander de Grote en Dzjengis Khan, die enorm veel geweld gebruikten.”
Johan Braeckman: “Belangrijk is te beseffen dat ook gewone mensen in korte tijd tot vreselijke daden kunnen komen, onder meer door het ontmenselijken van anderen.”

Dirk Verhofstadt: “Een interessant voorbeeld is het Reserve Politiebataljon 101, onderzocht door historicus Christopher Browning. Dat waren ongeveer vijfhonderd gewone burgers: bakkers, slagers, schoenmakers: mannen met vrouw en kinderen. Zij werden ingezet bij ‘de Holocaust met kogels’: massale executies van Joden, in de tijd dat de vernietigingskampen nog niet operationeel waren. Hun commandant Wilhelm Trapp zei vooraf dat wie niet wilde deelnemen aan die ‘onaangename taak’ een stap naar voren mocht zetten en andere opdrachten zou krijgen. Slechts twaalf mannen deden dat.”
Johan Braeckman: “Belangrijk: er was aan die beslissing geen straf verbonden.”
Dirk Verhofstadt: “De anderen raakten snel betrokken bij de massamoorden. Ze voerden zelfs ‘rationele’ discussies over praktische details: schiet je eerst de moeder dood of eerst het kind? Na verloop van tijd trad gewenning op. Het werd bijna een dagelijkse routine. Achteraf rechtvaardigden velen hun daden ook tegenover zichzelf en naar de buitenwereld toe. Dat toont hoe gewone mensen, liefhebbende vaders en echtgenoten, in een bepaalde context kunnen veranderen in massamoordenaars. Ze hebben direct en indirect meer dan 70.000 mensen gedood.”
Johan Braeckman: “Heel dat verhaal toont welke mechanismen daarbij een rol spelen: ontmenselijking door propaganda en haatspraak, een sterk vijandbeeld, gehoorzaamheid, ideologie en een scherp onderscheid tussen een binnen- en buitengroep. Mensen geloofden echt dat de anderen een bedreiging vormden. Sommigen zeiden zelfs: ‘Ik moest die kinderen wel doodschieten, anders zouden zij later mijn kinderen doden.’
Het belangrijke punt is niet dat we gedoemd zijn om dat telkens opnieuw te herhalen. Integendeel: omdat we die mechanismen kennen, kunnen we ze ook herkennen en proberen te voorkomen. Genocidespecialisten kunnen vaak vrij goed voorspellen wanneer een samenleving gevaarlijk begint te ontsporen.”
In het boek halen jullie ook onderzoek van de Britse antropoloog Robin Dunbar aan. Hoe helpt dat om onze menselijke verbinding én verdeeldheid beter te begrijpen?
Johan Braeckman: “Robin Dunbar berekende dat mensen ongeveer 150 personen echt goed kunnen kennen. Hij vat dat samen met een boutade: als je een restaurant binnenstapt en iemand ziet zitten die tot die groep behoort, dan ga je niet gewoon vanop afstand zwaaien, maar stap je naar die tafel voor een praatje. Bij anderen blijft het meestal bij een vriendelijke groet.
Het is ergens logisch dat er een grens is: je kan niet met duizenden mensen voortdurend vriendschappelijk contact onderhouden, hen persoonlijk geregeld ontmoeten of hun familieleden kennen. Dat is cognitief gewoon niet mogelijk. We hebben daar de tijd én de mentale energie niet voor.
Dit heeft ook te maken met onze evolutionaire geschiedenis. Lange tijd leefden mensen in kleine groepen en clans. Andere groepen vormden een potentieel gevaar: ze konden aanvallen, levensmiddelen stelen of vrouwen en kinderen ontvoeren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we binnen een groep sterke verbindende mechanismen ontwikkelen, terwijl we tegenover andere groepen relatief snel een vijandsbeeld creëren.
Dat zie je vandaag nog overal terugkomen: bij voetbalploegen, rivaliserende dorpen, religieuze groepen en nationaliteiten. Zelfs wie zichzelf een wereldburger noemt, supportert tijdens een WK toch spontaan voor de ‘eigen’ ploeg. ”
Hoe vermijden we dat het clandenken ontspoort in geweld?

Johan Braeckman: “Ik denk niet dat je dat groepsdenken volledig kan uitschakelen. Dat hoeft ook niet noodzakelijk een probleem te zijn. Het wordt gevaarlijk wanneer andere groepen niet langer als volwaardige mensen worden gezien. Dat besef, dat mensen van een andere ‘clan’ óók mensen zijn, hebben we cultureel moeten leren. Via de Griekse filosofie, christelijke parabelen, de renaissance, het humanisme, de Verlichting en de mensenrechten. Maar dat gedachtegoed moet je elke generatie opnieuw aanleren en bewaren. Als dat afbrokkelt, krijg je sneller racisme, xenofobie en geweld.”
Dirk Verhofstadt: “Daarom is de liberale democratie zo belangrijk: een rechtsstaat waarin mensen zich veilig voelen en empathie kan groeien. Het gevaar vandaag is de opkomst van autoritaire en illiberale systemen.”
Johan Braeckman: “Veel problemen waar we vandaag voor staan, zijn collectieve problemen: klimaatopwarming, pandemieën, migratie … Die kan je niet oplossen door je terug te plooien op je eigen groep. Een collectief probleem moet je collectief aanpakken, over geografische en groepsgrenzen heen. De geschiedenis van Europa toont dat ook aan. Niet zo lang geleden was Europa één groot slagveld. Maar zodra landen begonnen samen te werken, stegen welvaart en levenskwaliteit en daalde het geweld.”
Net die thema’s die je opsomt zorgen vandaag voor enorme polarisatie.
Johan Braeckman: “Dat klopt. Mensen verschillen van mening over oplossingen. Maar je kan mondiale problemen niet aanpakken vanuit puur groepsdenken.”
Dirk Verhofstadt: “Daar ligt ook een opdracht voor humanisten: we moeten de liberale democratie haast militant gaan verdedigen. Het eerste artikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, dat mensen vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren worden, staat vandaag sterk onder druk.”
Hoe kunnen beleidsmakers vermijden dat maatschappelijke tegenstellingen verder escaleren?
Dirk Verhofstadt: “Beleidsmakers moeten opnieuw een enthousiasmerend project aanbieden. Mensen moeten erin geloven dat samenwerking en consensus oplossingen kunnen bieden. Democratische partijen zouden meer samen aan hetzelfde zeel moeten trekken, in plaats van elkaar voortdurend vliegen af te vangen.”
Johan Braeckman: “Als ik even mag dromen: vroeger had je de legerdienst. Stel dat jongeren met steun van de overheid de kans krijgen om een tijd in het buitenland te leven, een taal te leren en andere culturen te leren kennen. Dat verruimt enorm de blik. We zien dat blootstelling aan andere culturen wantrouwen net doet dalen. In steden, waar mensen dagelijks in contact komen met andere talen en culturen, zie je vaak meer tolerantie ontstaan.”
Dirk Verhofstadt: “We mogen ook optimistisch blijven. Kijk naar wat humanistische ideeën de voorbije eeuwen gerealiseerd hebben: de afschaffing van slavernij, vrouwenrechten, een meer humaan strafrecht, het homohuwelijk, het recht op euthanasie en abortus … Dat zijn allemaal fantastische realisaties die er gekomen zijn doordat mensen het humanisme centraal stelden. Waarom zouden we in de toekomst niet opnieuw zulke ongelooflijke stappen kunnen zetten? Waarom zouden jonge mensen niet opnieuw kunnen opstaan tegen onrecht en proberen het lijden van andere mensen te verminderen? Natuurlijk verloopt de geschiedenis niet in een rechte lijn naar een meer humane samenleving. Dat gaat met vallen en opstaan. Maar ik geloof er sterk in dat het potentieel bij mensen, zeker bij jonge mensen, aanwezig is om verder te bouwen aan een samenleving die menselijker is, met minder lijden en meer zelfbeschikking.”

Johan Braeckman: “Daar sluit ik mij volledig bij aan, en we mogen daarbij ook dierenwelzijn niet vergeten.”
Jullie eindigen het boek met een hoofdstuk over zingeving. Wat geeft jullie leven zin?
Johan Braeckman: “Ik hou van kennis, van lezen en van nieuwsgierig blijven. Er is altijd meer te lezen dan een mens aankan, en ik wil meer gesprekken voeren dan ik er tijd voor heb. Dat alleen al geeft mij veel zin. Ik lig eigenlijk zelden wakker van de vraag naar zingeving. Zolang ik ’s avonds blij ben dat ik de volgende dag verder kan lezen in een boek of een vriend kan ontmoeten, zit het voor mij goed. Mocht ik ooit merken dat ik een boek lees waarvan ik weet dat het mij normaal enorm zou interesseren, maar het mij plots niets meer doet, dan zou ik pas een probleem hebben.”
Dirk Verhofstadt: “Zingeving moet uiteindelijk van mensen zelf komen. Iets doen voor anderen, vrijwilligerswerk, protesteren tegen onrecht … dat zijn dingen die veel betekenis kunnen geven. Naast mijn liefde voor boeken zijn er natuurlijk ook belangrijke mensen in mijn leven die zin geven: mijn vrouw, mijn kinderen en kleinkinderen. En mijn bordercollie.”
Johan: “En we eten en drinken ook graag, hé Dirk. Uiteindelijk genieten we gewoon graag van het leven.”
Het tweede deel van ‘In gesprek met Johan Braeckman: een zoektocht naar menselijkheid’ van Dirk Verhofstadt is verschenen bij Houtekiet.
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.