Geert Dewaele
7 oktober 2026
De Vlaamse regering wil de werkingssubsidies van alle archiefinstellingen vanaf 2027 halveren. Belangrijke archieven als het AMSAB, Liberas en CAVA worden in het hart getroffen. Voor Bram Beelaert, coördinator van het Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven, is dit niet alleen een geldkwestie: “Het gaat over de vraag hoe een samenleving omgaat met haar verleden, haar collectieve geheugen en uiteindelijk ook met haar democratie.”
De onrust in de erfgoedsector is groot. Niet alleen archiefinstellingen trekken aan de alarmbel. Ook de leidinggevenden van de opleidingen geschiedenis aan alle Vlaamse universiteiten waarschuwen dat de besparingen een ernstige bedreiging vormen voor historisch onderzoek, onderwijs en het collectieve geheugen. In een gezamenlijke open brief noemen zij archieven een essentiële pijler van de democratische rechtsstaat.
Voor veel mensen blijft het werk van een archief abstract. Het speelt zich af achter de schermen, tussen dozen, inventarissen en digitale databanken. Reden te meer voor Bram Beelaert om toe te lichten wat CAVA doet. Het centrum bewaart de archieven van de vrijzinnig-humanistische beweging en van de VUB-gemeenschap, maar doet veel meer dan documenten opslaan. Archivarissen registreren en beschrijven collecties, digitaliseren kwetsbare documenten, begeleiden onderzoekers en zorgen ervoor dat bronnen ook over tientallen of honderden jaren nog raadpleegbaar blijven. “Je kunt alles bewaren voor de toekomst, maar als niemand het ooit terugvindt, heeft dat weinig zin”, zegt hij. “Daarom investeren we niet alleen in depots en conservering, maar ook in inventarisatie, digitalisering en ontsluiting.”
Dat werk is vaak onzichtbaar. Toch vormt het de basis van historisch onderzoek, publicaties, tentoonstellingen en musea. Wie vandaag een museum bezoekt, een historisch boek leest of een documentaire bekijkt, ziet meestal niet het jarenlange archiefwerk dat eraan voorafging.
“Deze besparing is een mokerslag”
De aangekondigde besparing van liefst vijftig procent kwam voor de sector als een schok. Dat er bespaard zou worden, had men verwacht. Maar niet in deze omvang. “Niemand had dit zien aankomen”, zegt Beelaert. “Een besparing, ja. Maar dat men de helft van de middelen zou schrappen voor de archiefsector, dat is een mokerslag.”

Volgens hem treft de maatregel bovendien niet één organisatie of één levensbeschouwelijke stroming. De besparing geldt voor alle Vlaamse culturele archieven, ongeacht hun ideologische achtergrond: “Dit gaat niet alleen over CAVA. Het gaat over de hele sector.”
Wat de gevolgen precies zullen zijn, is vandaag nog niet duidelijk. Daarvoor loopt nog overleg met de overheid. Wel staat vast dat de impact groot zal zijn. “De archieven zullen niet verdwijnen”, benadrukt Beelaert. “Onze kernopdracht blijft het bewaren en beheren van collecties. Maar we zullen wel keuzes moeten maken en onze werking grondig moeten herdenken.”
Daarmee dreigen belangrijke opdrachten onder druk te komen: begeleiding van onderzoekers, ondersteuning van organisaties, publiekswerking, digitaliseringstrajecten en nieuwe projecten. Precies de activiteiten die ervoor zorgen dat archieven geen afgesloten opslagplaatsen worden, maar levende kenniscentra.
“Zonder bronnen wordt het debat herleid tot meningen”
Tegelijk raakt de discussie volgens hem aan iets fundamentelers dan erfgoedbeleid alleen. In de open brief van de universiteiten wordt erop gewezen dat historici zonder archieven hun werk niet kunnen doen. Zonder bronnen kunnen gebeurtenissen niet onderzocht, gecontroleerd of in context geplaatst worden.
Voor Beelaert krijgt dat argument vandaag extra gewicht: “We leven in een tijd van desinformatie, van beweringen die vaak losstaan van feiten, van gepolariseerde debatten en identiteitsstrijd. Net daarom worden archieven belangrijker. Ze leveren bronnen. Ze zorgen voor verifieerbaarheid.”

Hij wijst erop dat de getroffen archieven niet alleen documenten over bekende politici of instellingen bewaren. Ze documenteren ook de geschiedenis van sociale bewegingen, migratie, emancipatie, vrijzinnigheid, gendergelijkheid, kolonisatie, kunstenaars, verenigingen en talloze burgers die anders uit het collectieve geheugen zouden verdwijnen.
“Dat zijn de verhalen die ons helpen begrijpen wie we zijn geworden”, zegt hij. “Veel maatschappelijke debatten van vandaag zijn geworteld in historische ontwikkelingen. Zonder bronnen dreigt dat debat herleid te worden tot louter meningen in plaats van op kennis.”
De timing van de besparingen roept daarom vragen op. Terwijl overal wordt gesproken over democratische weerbaarheid, burgerschap en de strijd tegen desinformatie, wordt tegelijk gesneden in instellingen die precies de bronnen bewaren waarop kritisch onderzoek steunt.
Ook binnen de vrijzinnig humanistische gemeenschap leeft die bezorgdheid. Een groot deel van haar geschiedenis wordt immers bewaard bij CAVA. Niet alleen de geschiedenis van organisaties en verenigingen, maar ook die van vrijdenkers, activisten, academici en geëngageerde burgers die de voorbije decennia mee vormgaven aan het maatschappelijke debat.
Misschien vat de waarschuwing van de Vlaamse historici het best samen wat er op het spel staat: zonder archieven geen historici, zonder historici geen kritisch onderzocht collectief geheugen. En zonder collectief geheugen wordt het een stuk moeilijker om een vrije en democratische samenleving overeind te houden.
Ondanks de onzekerheid blijft Beelaert strijdvaardig: “Ik hoop dat de scherpe kanten van deze beslissing nog kunnen worden afgevlakt. Want uiteindelijk gaat dit niet alleen over archieven. Het gaat over wat we als samenleving belangrijk vinden om te bewaren.”
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.