Vrijzinnig humanisme

“De euthanasiewet was revolutionair, maar we zitten vast”

Geert Dewaele en Dimitri De Smet

5 februari 2026

Al meer dan veertig jaar begeleidt Marc Cosyns (71) mensen in hun meest kwetsbare momenten. Als arts, als vrijzinnig humanist en als pleitbezorger van zelfbeschikking zag hij de euthanasiewet ontstaan, groeien en vervolgens stilvallen.”Patiënten met complexe vragen vallen nu soms tussen de plooien, niet omdat we niet willen helpen, maar omdat de wet elke nuance uitsluit.”

In Vonkel, een luisterend huis in Gent, zet Marc Cosyns de warme koffiekopjes op tafel. Het winterlicht valt zacht over zijn handen. Hij spreekt rustig, bedachtzaam, en tegelijk met de scherpte van iemand die al decennialang nadenkt over wat het betekent om mens te zijn. In dit jubileumjaar van 60 jaar georganiseerde vrijzinnigheid blikt hij terug, maar kijkt hij vooral naar de toekomst.

U hebt de opmars van de georganiseerde vrijzinnigheid in Vlaanderen zelf beleefd en er ook uw schouders onder gezet. Hebben vrijzinnigen voldoende impact gehad op de samenleving?
Er is veel veranderd: abortus, euthanasie, het homohuwelijk, gelijke rechten… Maar of dat uitsluitend aan de vrijzinnige koepel ligt? Nee. We zijn een kleine groep gebleven. En de macht van het katholieke onderwijs en de katholieke zorgsector is nog altijd enorm. Dat blijft frustrerend. Niet om boos te worden, maar omdat het zoveel ongelijkheid in stand houdt. Toch denk ik dat de vrijzinnigen wél een rol hebben gespeeld in dat maatschappelijke schuiven.

U zegt dat we een kleine groep zijn gebleven. Is dat een probleem?
Niet noodzakelijk. Maar het zorgt wel voor beperkingen. Je moet realistisch zijn: we hebben een stem, maar niet altijd het volume dat je zou wensen. Dat maakt dat onze invloed soms minder zichtbaar is dan je zou verwachten, zeker gezien het vele werk dat mensen al decennialang verzetten.

Marc Cosyns: “Voor mij is zelfbeschikking altijd autonomie in verbondenheid geweest. Het is nooit een solo-verhaal.”

Binnen de vrijzinnige beweging horen we soms dat er veel versnippering is. Stoort u dat?
Dat is nu eenmaal wie we zijn (lacht). En eigenlijk vind ik dat goed. Ik wil geen vrijzinnige ‘kerk’ met een leider bovenaan. Vrij onderzoek impliceert verschil, debat, twijfel, soms onenigheid. Van buitenaf wordt dat dan snel ‘ruzie’ genoemd, maar ik zie dat als een democratische manier van werken. Botsen kan, en mag, met respect voor elkaar.

Zijn vrijzinnigen te veel tegen iets geweest en te weinig voor iets?
Ja. Mijn generatie verzette zich tegen dogma’s, tegen paternalisme, tegen een kerk die alles bepaalde. Dat was nodig. Maar we hebben te weinig in de plaats gezet. Mensen hebben nood aan rituelen, aan symbolen, aan kleine momenten van verbondenheid. Dat hoeft geen religie te zijn. Dat kan gewoon een manier zijn om samen even stil te staan. Dat geven we soms te weinig.

Zijn rituelen belangrijk voor u?
Zeker. Je ziet het bij kinderen, bij jongeren, bij ouderen… Mensen zoeken iets om hun leven te structureren. Ik zie het ook bij mijn eigen kleinkinderen: ze hebben nood aan kleine rituele momenten. Een begin, een einde, een samen. Het vrijzinnig humanisme zou daar veel sterker mee mogen bezig zijn.

We hadden ooit de fakkel als vrijzinnig symbool. Is die te veel verdwenen?
Misschien wel. We hebben die fakkel misschien te vaak laten doven. Symbolen mogen geen dwangmiddel worden, maar ze mogen wel bestaan. Ze bieden herkenbaarheid. Mensen hebben daar echt behoefte aan. Je hoeft het niet uniform te maken, maar je moet het ook niet helemaal overlaten aan het toeval.

U woont zelf in een gemeenschapsproject. Heeft dat uw kijk op zorg en verbondenheid veranderd?
Het bevestigt vooral wat ik al lang denk: mensen kunnen ongelooflijk veel voor elkaar betekenen als je het kleinschalig organiseert. We wonen met drie gezinnen samen. We zijn er voor elkaar, zonder elkaar te verstikken. Dat toont wat vrijzinnigheid kan zijn: autonomie in verbondenheid. Niet alleen staan, maar ook niet versmelten.

Maakt u zich zorgen om de huidige tijdsgeest?
De polarisatie, de geopolitieke spanningen, de verrechtsing… Ik maak me eerlijk gezegd meer zorgen voor mijn kleinkinderen dan ik ooit voor mijn kinderen deed. We hebben lang gedacht dat bepaalde waarden vanzelfsprekend waren, maar dat is niet zo. Vrij onderzoek, democratie, verdraagzaamheid… ze zijn broos. Sinds mijn achttiende heb ik mij actief ingezet voor vrede, als gewetensbezwaarde en als arts, en wat zien we nu: oorlogsretoriek en 18‑jarigen die uitgenodigd worden om een jaar naar het leger te gaan. We mogen niet naïef zijn.

Marc Cosyns: “We moeten als vrijzinnige humanisten onze rituelen versterken. Verbondenheid creëren. Jongeren serieus nemen in hun vragen. Samen zoeken naar manieren om betekenis te geven.”

U bent al decennialang een voorvechter van het recht op zelfbeschikking. Hoe kijkt u vandaag naar euthanasie en levenseindezorg?
Voor mij is het altijd autonomie in verbondenheid geweest. Zelfbeschikking is nooit een solo-verhaal. Je beslist altijd in relatie tot anderen. De euthanasiewet was revolutionair, maar we zitten vast. Patiëntenrechten zijn het fundament. Eigenlijk zou de wetgeving rond euthanasie daar deel van moeten uitmaken, als een van de mogelijkheden van stervensbegeleiding. Maar door de maatschappelijke spanningen is dat debat op de achtergrond geraakt.

U pleit al lang voor meer openheid in complexe euthanasievraagstukken, zoals voltooid leven en psychisch lijden. Waarom?
Omdat we ervaring moeten durven opbouwen, en dat kan alleen door openheid en onderzoek. Daarom blijf ik een pleidooi houden voor een gedoogbeleid, zeker bij verworven wilsonbekwaamheid zoals dementie. Dat hebben we bij abortus ook gedaan, waardoor de wet beter is geworden. Bij euthanasie missen we die ruimte. Patiënten met complexe vragen vallen nu soms tussen de plooien, niet omdat we niet willen helpen, maar omdat de wet elke nuance uitsluit. Dat voelt niet juis.

Dat klinkt gevoelig. Bent u zich bewust van dat risico?
Uiteraard. Alles wat echt over leven en sterven gaat, is gevoelig. Maar dat is geen reden om te zwijgen. Ik heb altijd gehandeld vanuit één principe: de mens die voor me zit en om raad, hulp en zorg vraagt. En ik hoop dat we als samenleving ooit de moed vinden om dat principe centraal te zetten.

U en Wim Distelmans worden soms tegenover elkaar geplaatst. Hoe kijkt u naar die tegenstelling?
Met spijt. Ik heb enorm veel respect voor Wim. Onze verschillen zijn verschillen in stijl en in de uitwerking van wetgeving, maar onze vrijzinnige waarden zijn dezelfde. Maar media houden van contrasten. Dat komt het debat niet ten goede.

Wat moet er volgens u gebeuren met het vrijzinnig humanisme?
Rituelen versterken. Verbondenheid creëren. Jongeren serieus nemen in hun vragen. Samen zoeken naar manieren om betekenis te geven. En kritisch blijven voor de enorme macht van het katholieke onderwijs en de katholieke infrastructuur. Daar knelt het nog altijd.

Bent u hoopvol?
Ja. Omdat ik schoonheid blijf zien. In jongeren die zoeken. In mensen die voor elkaar zorgen. In kleine initiatieven die meer betekenen dan ze lijken. Dat is broos, maar alles wat de moeite waard is, is broos.

Heb je zelf levenseindevragen, dan ben je welkom in huisvandeMens in jouw buurt. Ontdek hier wat we voor jou kunnen doen.