Rouw en verlies

"Ik wilde niet dat iemand anders het afscheid van mijn vrouw zou doen"

Bert Goossens en Dimitri De Smet

28 oktober 2026

Iedereen krijgt vroeg of laat met verlies te maken. Het huisvandeMens helpt nabestaanden om een vrijzinnig humanistische afscheidsplechtigheid vorm te geven en biedt ook na het afscheid ruimte voor troost en verbinding. André Vansteenbrugge (73), voormalig directeur van het GO! atheneum Oudenaarde, zet zich hier als vrijwilliger voor in. Hij begeleidde zelfs de uitvaart van zijn echtgenote en weet hoe belangrijk het is om ruimte te maken voor verdriet én troost. “Ik probeer van elke plechtigheid iets te maken dat troost biedt aan familie en vrienden.”

André spreekt rustig en bedachtzaam over de dood. Als voormalig leerkracht Nederlands spelen taal en poëzie een belangrijke rol in zijn leven, ook wanneer het over het levenseinde gaat. Hij begeleidde uitvaarten van mensen die hij niet kende, maar nam ook het afscheid van zijn vrouw en broer zelf in handen. Daarnaast werkt hij mee aan herdenkingsplechtigheden, waar mensen samen kunnen stilstaan bij wie ze verloren hebben.

Hoe ben je begonnen met het begeleiden van plechtigheden?

Een vriend van mijn jongste dochter ging trouwen en vroeg of ik de plechtigheid wilde doen. Ik maakte er een soort rechtszaak van, met een toga en een advocatenbaret. De grootvader van de bruid was actief bij het huisvandeMens in Kortrijk. Hij kwam achteraf naar me toe en zei dat ze daar sprekers zochten. Volgens hem zou dat iets voor mij zijn. Mijn oudste dochter vroeg: ‘Papa, is dat nu een hobby?’ Mijn jongste zei: ‘Papa, dat is iets voor jou.’ Ik heb naar haar geluisterd. Na een kennismakingsgesprek en een proefplechtigheid ben ik uitvaarten beginnen te begeleiden.

André Vansteenbrugge: “Voor mij dient zo’n herdenking voor de onderlinge troost, zonder grote gebaren.”

Hoe bereid je een afscheidsplechtigheid voor?

Ik spreek met de familie en probeer me een beeld te vormen van de overledene: wat voor mens was dat, welke waarden waren belangrijk? Daarbij let ik niet alleen op wat wordt gezegd, maar ook op wat tussen de regels door klinkt. Daarna schrijf ik een tekst en bezorg ik die aan de familie, zodat ze kunnen aangeven of ze ermee akkoord gaan. Soms gebruik ik ook een gedicht. Ik ga ervan uit dat wat ik breng ook voor mezelf goed genoeg moet zijn. Ik heb nog nooit een uitvaart gedaan waarvan ik dacht: dat was rap rap. De dag dat ik dat zou doen, is het voor mij gedaan. Ik wil dat de mensen voor wie ik het doe, krijgen waar ze recht op hebben. Ik wil de overledene in zijn waarde laten en de familie troost bieden.

Wat is jouw rol bij een afscheid?

Ik ben geen acteur en ik heb nooit toneel gespeeld. Ik probeer mezelf te zijn en van een plechtigheid iets te maken dat troostend is voor familie en vrienden. Ikzelf ben totaal onbelangrijk. Ik breng de tekst maar ik wil niet opvallen. Daarvoor dient het niet.
Het maakt ook verschil hoeveel mensen er aanwezig zijn. Ik heb ooit een uitvaart begeleid waarvoor twee zalen vol zaten. Misschien helpt mijn ervaring als schooldirecteur: je leert voor een groot publiek te staan. Hoe meer mensen aanwezig zijn, hoe gemakkelijker ik het vind. De moeilijkste uitvaart was er een met alleen een vader, zijn kinderen en kleinkinderen. We zaten bijna naast elkaar in een kleine ruimte.

Je verzorgde ook het afscheid van je vrouw. Waarom wilde je dat zelf doen?

Omdat het voor mij een teken was van hoe belangrijk ik die uitvaart vond. Ik wilde niet dat iemand anders het afscheid van mijn vrouw zou doen. Mijn kinderen waren blij en trots dat ik het zelf had opgenomen. Mijn vrouw was lang ziek geweest. Tussen haar overlijden en de uitvaart zaten acht of negen dagen. De meest intense momenten van verdriet had ik samen met mijn kinderen al doorgemaakt. Mijn beste vriend zat wel klaar als reserve. Ik had gezegd dat ik tien minuten voor het begin zou beslissen of ik het kon. Ik wilde niet voor de microfoon staan wenen en mijn woorden kwijt zijn. Aan mijn kinderen had ik gevraagd om aan de zijkant te gaan zitten, niet recht voor mij. Dan moest ik hen niet aankijken. Het is een beetje ervaring.

Je werkt ook mee aan een jaarlijkse herdenkingsplechtigheid in Oudenaarde. Hoe ziet die eruit?

Een paar jaar geleden ben ik daar samen met de verantwoordelijke van het huisvandeMens mee begonnen. We kiezen een thema en schrijven met een paar mensen teksten, die we tijdens de plechtigheid zelf brengen. Dit jaar gaat het over troost. Ik hoop dat nog meer mensen onze herdenkingsplechtigheid ontdekken.

Wat kan zo’n herdenking betekenen voor mensen die iemand verloren hebben?

Vooral het gevoel dat je niet alleen bent met je verdriet. Mensen kunnen met elkaar praten over hoe plots hun geliefde hen is ontvallen of hoe zwaar de periode voor het overlijden is geweest. Het delen van verdriet maakt het verdriet kleiner.
Voor mij dient zo’n herdenking voor de onderlinge troost, zonder grote gebaren. Mensen zijn samen, ze weten waarover het gaat en af en toe wordt er iets gezegd dat raakt aan wat zij voelen. Dat is voor iedereen verschillend, maar je probeert zoveel mogelijk mensen te raken.

André Vansteenbrugge: “Ik geloof al lang niet meer in de revolutie, maar wel dat je die steen kunt verleggen en dat het de taak van je leven is om dat te doen.”

Hoe kijk je zelf naar de dood?

Ik ben geen echte stoïcijn, maar ik probeer het leven een beetje stoïcijns op te nemen. Ik heb momenteel ernstige gezondheidsproblemen, maar dankzij de mensen van het UZ Gent gaat het behoorlijk goed met me. Ik ben dankbaar voor alles wat ik al gehad heb. Ik heb een aangenaam leven gehad en ik ga ervan uit dat alles wat ik nu nog krijg een surplus is. Mijn grootste verdriet zou zijn dat ik afscheid moet nemen van mijn kleinkinderen, die kleine hummels. Ik weet dat dat ooit zal gebeuren, maar dat mag nog een paar jaar wachten.

Wat geeft jou de motivatie om je in te zetten voor anderen?

Ik hou van discussie en van mensen met andere ideeën, maar hele dagen discussiëren is niet nuttig. Het is beter om samen te werken met mensen met wie je misschien ergens een steen kunt verleggen in een rivier op aarde. Bram Vermeulen was voor mij een idool.
Ik geloof al lang niet meer in de revolutie, maar wel dat je die steen kunt verleggen en dat het de taak van je leven is om dat te doen. Je moet naar de mensen toe gaan en hen helpen, voor zover je kunt. Zonder te denken dat je er veel geld mee gaat verdienen of populair zult worden. Ik ben populair bij mijn zeven kleinkinderen en dat is heerlijk.

Bij het huisvandeMens vertrekken we steeds vanuit het vrijzinnig humanisme. Wat betekent dat voor jou?

Wij geloven dat de mens belangrijk is. Dat betekent niet dat we geen respect hebben voor waarden en normen. Wij hebben geen dik boek, maar proberen goede mensen te zijn. Soms lukt dat.
Ik lees wel eens op Facebook: “Het gaat u goed, hierboven.” Dan vraag ik me af: is er iemand naar de tweede verdieping? Er is geen boven en geen onder. Frederik van Eeden heeft dat al geschreven in De kleine Johannes. Er zijn miljarden sterren en wij zijn een stofje daartussen. Ik wil graag eindigen met een gedicht van J.C. Bloem:

Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog ’t meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest.

Ik vind dat de samenvatting van het leven.

Je bent altijd welkom bij het huisvandeMens voor een gesprek over rouw en verlies. We helpen je ook bij het vormgeven van een persoonlijke afscheidsplechtigheid, waarin de overledene centraal staat. Rond 1 november organiseren we verschillende herdenkingsmomenten.

 

Wil je zelf bijdragen aan warme en betekenisvolle plechtigheden? Ontdek onze vrijwilligerswerking.