Column

"Omdat onvrijheid onleefbaar is"

Tinneke Beeckman

17 april 2026

Tinneke Beeckman reflecteert over maatschappelijke tendensen. Een gesprek met een politieke vluchteling doet haar eens te meer beseffen dat vrijheid van denken nooit voor altijd is verworven. En ook dat het werk van Spinoza voor voorvechters van vrijheid een leidraad kan zijn.

Altijd opnieuw moet een pleidooi voor een open, seculiere samenleving worden gehouden. Nooit is de vrijheid van denken voor altijd verworven. Daaraan dacht ik enkele weken geleden. Toen sprak K me aan op een feestje. Hij herkende me als auteur over Spinoza. K is een Turkse politieke vluchteling. Hij vindt Spinoza een moeilijke denker, maar diens God intrigeert hem. Moslim is K niet meer, maar atheïst vindt hij ook lastig.

K is op de vlucht voor Erdogans regime. In Turkije zat hij lange tijd in de gevangenis. Zijn huwelijk is gestrand. Zijn echtgenote wilde geen ‘politiek leven’. K begrijpt haar, maar hijzelf wilde dat leven ook niet. De politiek vond hém; hij werkte gewoon voor iemand die op Erdogans zwarte lijst stond. Zo gaat dat in een onvrije samenleving. K is een vriendelijke, voorzichtige man, hij spreekt zonder zelfbeklag, zonder zweem van slachtofferschap.

“Het leven hier zal wel goed meevallen”, opper ik zachtjes. K kijkt me aarzelend aan. Ja, hij heeft een goede baan bij een privaat bedrijf. En over zijn gevangenschap wil hij ooit een boek schrijven. Maar soms voelt hij zich toch onveilig – veel leden van de Turkse gemeenschap hier “zijn nog fanatiekere aanhangers van Erdogan dan de mensen in mijn thuisland”. Hier hoeven ze de nadelen van Erdogans bedenkelijke politiek ook niet te ondergaan. Ze leven in een vrije welvaartsstaat.

“Fanatieke mensen zijn gevaarlijk. Niet alleen in hun ijver, ze worden ook niet graag tegengesproken”

Helpt Spinoza bij die bedreigingen? Zijn persoonlijke motto was ‘caute’ – opgepast. Fanatieke mensen zijn gevaarlijk. Niet alleen in hun ijver, ze worden ook niet graag tegengesproken. Vandaag de dag ligt weerwerk tegen dogmatisme moeilijk, ook vanuit progressieve hoek. Volgens sommigen is het seculiere perspectief op zich onderdrukkend; het zou een typisch westerse koloniale logica hernemen. Het zou minderheden sociaal willen disciplineren om westers te worden. Minderheden, zo klinkt het, moeten juist in hun identiteit worden bevestigd, ze zijn slachtoffer van discriminatie en onderdrukking.

Dat eenvoudige schema van (westers) daderschap en (niet-westers) slachtofferschap maakt echter opnieuw slachtoffers, zoals K’s geval aangeeft. Hoe kan het nu bevrijdend zijn om mensen te verdedigen die zich fanatiek achter een autoritaire leider scharen? Iedereen kan een onderdrukker zijn, ook wie tot een minderheidsgroep in een samenleving behoort (en tot de meerderheid in het land van de voorouders). Spinoza zou die dynamiek analyseren. Hij loste het mysterie op waarom sommigen vechten voor hun slavernij alsof het voor hun vrijheid is.

Voor K hebben Spinoza’s ideeën nog een ander effect; ze geven hem rust. Anders zou hij zich schuldig voelen over wat zijn familie de voorbije jaren doormaakte. Spinoza spoort lezers inderdaad aan het verschil te zien: tussen waar je actiemogelijkheden liggen en waar je alleen kan proberen jezelf te handhaven, omdat je de omstandigheden niet beheerst.

Spinoza’s hachelijke lot – als verbannen Jood in het 17de-eeuwse Amsterdam – resoneert nog altijd met het harde leven van zovelen. Altijd opnieuw biedt zijn werk een schuilplaats voor bannelingen, voor eenzaten. Voor mensen die tegen wil en dank voorvechters van de vrijheid worden, omdat onvrijheid onleefbaar is.

Vlak voor ik het feestje verlaat, hoor ik K nog even voorlezen. Over zijn ervaringen in de gevangenis. Ik geef hem een duimpje en hoop dat zijn boek er snel kan komen.

Tinneke Beeckman is filosofe en schrijfster. Meer van haar columns kan je hier lezen.

 

Lees ook de interviews met Tinneke Beeckman: “Geduld is een vorm van actie” en “Filosofie als een weg naar zingeving”.