Iedereen gelijk, maar nog niet in de praktijk

Wie? Vrijzinnige Dienst Universiteit Antwerpen; Voorzitter deMens.nu.

Wat? Een preambule kan de sociale cohesie versterken en een groter draagvlak voor de democratische rechtsstaat creëren.

 

Verschenen in De Standaard

Paul Goossens is niet de enige die vindt dat de Grondwet een preambule moet krijgen over de scheiding tussen kerk en staat. Jurgen Slembrouck en Sylvain Peeters hebben zo’n inleiding opgesteld.

In zijn column ‘Ongeloof en staat’ (DS 10 maart) stelt Paul Goossens vast dat de scheiding tussen kerk en staat niet expliciet vermeld is in de Grondwet. In het compromis dat gegroeid was tussen liberalen, religieuzen en aristocraten was in 1831 geen draagvlak voor zo’n expliciete vermelding. Ondertussen zijn de tijden veranderd. Anno 2018 lijkt België in niets meer op het land uit het begin van de 19de eeuw. Door secularisering en migratie is de samenleving diverser geworden en heeft het ¬katholieke geloof aan belang verloren.
Daarom pleit Goossens voor een actualisering van de Grondwet en de toevoeging van een preambule. Daarmee zit hij op dezelfde lijn als Patrick Dewael (Open VLD) die in de commissie ter herziening van de Grondwet daarover gesprekken heeft opgestart (DS 17 februari).

Samenleven in diversiteit

De vrijzinnige gemeenschap heeft die gesprekken met bijzondere aandacht gevolgd, want ook zij is ervan overtuigd dat de scheiding tussen kerk en staat explicieter moet en dat de toevoeging van een preambule ¬nodig is. Samen met anderen hebben we daarom zo’n preambule opgesteld. Daarbij hebben we ons ¬laten inspireren door bestaande preambules en gekozen voor een taal die een Grondwet waardig is.
Hoe kunnen we mensen het gevoel geven dat ze welkom zijn? Wat mogen we van hen verwachten?
Als levensbeschouwelijke middenveld¬organisatie willen we onze maatschappe¬lijke verantwoordelijkheid niet uit de weg gaan. Niet het minst omdat we ervan overtuigd zijn dat onze idealen de beste basis vormen om samenleven in diversiteit vorm te geven: vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid.
Die idealen, die in 1789 aan de ¬basis lagen van de Déclaration des droits de l’homme et du citoyen, zijn ook bepalend geweest voor de eigen Grondwet. Hoewel die al in 1831 werd afgekondigd en als erg liberaal gold, heeft het een tijd geduurd voor die idealen ook in het echte leven van mensen iets gingen betekenen. Om maar iets te noemen, pas in 1948 werd stemrecht aan vrouwen toegekend. De legalisering van euthanasie en het homohuwelijk werden pas bij het begin van de 21ste eeuw gerealiseerd.

Migratieland

Vandaag zijn er nieuwe uitdagingen die te maken hebben met de toegenomen diversiteit. Wie kijkt naar de cijfers van de afgelopen tien jaar, kan er niet omheen: België is een migratieland. Van over de hele wereld zoeken mensen hier hun geluk. Sommigen tijdelijk, anderen met de bedoeling om te blijven. Hoe kunnen we die mensen het gevoel geven dat ze welkom zijn? Wat mogen we van hen verwachten? Welke regels moeten we met zijn allen respecteren om samenleven mogelijk te maken?
Die vragen worden steeds dwingender. Racisme, seksisme en homofobie tonen aan dat nog niet -iedereen ervan overtuigd is van de fundamentele gelijkwaardigheid van mensen. De aanslagen van 22 maart 2016 maken duidelijk dat we uit elkaar dreigen gespeeld te worden als we die vragen onbeantwoord laten.
De proeve van preambule die we gemaakt hebben, is een voorzichtige poging om te zoeken naar antwoorden. We hopen dat zij een basis kan zijn om de sociale cohesie te versterken, en een groter draagvlak voor de democratische rechtsstaat kan bewerkstelligen. Want we zijn het eens met de gewezen Nederlandse minister Guusje ter Horst die in 2008 een redevoering over de Grondwet besloot met de woorden: ‘We zijn er niet voor de Grondwet, de Grondwet is er voor ons. Niet om ons van elkaar te scheiden, maar om ons te binden.’

Proeve van preambule

Wij burgers van de rechtsstaat België vestigen na democratische beraadslaging deze Grondwet. Wij erkennen dat zij fundamentele regels bevat die noodzakelijk zijn om in vrijheid en gelijkheid vredevol samen te leven en die voortspruiten uit verschillende culturele, religieuze en humanistische tradities.
Gebonden door de Grondwet, scheppen we eenheid en overstijgen we de verschillen die het samenleven onmogelijk maken. Verenigd in de aanvaarding van haar fundamentele regels ondersteunen we die diversiteit die getuigt van respect voor het zelfbeschikkingsrecht van medeburgers.
Beschermd door de Grondwet, aanvaarden we het gezag van de staat dat onderworpen is aan de soevereiniteit van het volk. Zijn gezag moet hij met eerbied voor de Europese Verklaring voor de Rechten van de Mens op een transparante en strikt neutrale en onpartijdige wijze uitoefenen. Op geen enkele manier mag hij verzaken aan zijn opdracht om het algemene belang te dienen en de individuele vrijheid te beschermen.
Overtuigd dat vrijheid en gelijkheid gepaard gaan met verantwoordelijkheid jegens anderen en niet zonder solidariteit kunnen bloeien, streven we naar een rechtvaardige toegang tot alles wat gemeenschappelijk is.
Gestimuleerd door de nobele verwachtingen die deze Grondwet stelt en vertrouwend op de vaste wil van allen om bij te dragen aan een harmonieuze en veilige samenleving zijn we vastbesloten om de Grondwet na te laten leven, opdat iedereen zich in zijn persoonlijke waardigheid gerespecteerd mag weten en we het samenleven eendrachtig een duurzame toekomst kunnen geven.
Wij zijn er niet voor de Grondwet, de Grondwet is er voor ons. Niet om ons van elkaar te scheiden, maar om ons te binden.