“Ik ben altijd onafhankelijk gebleven”

Interview met Patsy Sörensen

Artikel verschenen in deMens.nu Magazine jg7 nr2

Patsy Sörensen is wat men noemt een pittige tante. Ze groeide op in een arbeidersgezin in een maatschappelijk geëngageerd milieu, zich bewust van de rijkdom aan culturen in de wereld. Ze studeerde schilderkunst en niet-Europese kunstgeschiedenis, en woonde in de rosse buurt van Antwerpen, waar ze haar hart opende voor kansarmen en prostituees. En waar ze in 1987 Payoke oprichtte, een opvang- en begeleidingscentrum voor slachtoffers van mensenhandel. Patsy Sörensen groeide uit tot dé wereldautoriteit op het gebied van mensenhandel en slachtofferbescherming. Dit is haar verhaal.

Yvan Dheur – foto’s © Jeroen Vanneste

Eén voor allen, allen voor één

Van de kunstacademie tot wereldautoriteit in mensenhandel, hoe heb je zo’n merkwaardig parcours afgelegd?

Ik wilde absoluut schilderen en met kleuren werken, en heb lang moeten aandringen bij mijn ouders om naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te gaan. Ik kon niet tekenen, maar wilde dat graag leren. De docenten keken in het begin dan ook vreemd op en vroegen zich af wat ik daar kwam doen. Na een jaar kreeg ik een prijs; ik was toen veertien jaar. Mijn interesse voor andere culturen en diaspora werd aangewakkerd tijdens mijn studies niet-Europese kunstgeschiedenis op de kunstacademie. Dat was een eyeopener voor mij.

© Jeroen Vanneste

 

Hoe ben je ertoe gekomen om Payoke op te richten?

Alles begon toen ik in het Schipperskwartier in Antwerpen kwam wonen, net aan de rand van de rosse buurt, tussen de vitrines met de rode lampjes. Ik zette me in voor het buurtopbouwwerk en zo kwam er in ons familiehuis in de Zirkstraat voortdurend volk over de vloer om koffie te drinken en te praten. Toen een vrijzinnig humanistisch consulent mij destijds wees op een artikel van het Nederlandse Humanistisch Verbond over een ‘koffieproject’ voor prostituees, ben ik met dat idee verder aan de slag gegaan. Vandaag spreekt men op internationaal vlak in het kader van mensenhandel over het Coffee and Cookie Project of The Payoke Way. De koffie- en koekjesmethode wordt niet alleen door ons toegepast. Wanneer de politie met slachtoffers praat, staat er ook altijd een kop koffie met wat koekjes klaar.

Langzaamaan breidde mijn engagement zich uit en naast het buurtopbouwwerk bekommerde ik me ook om de sekswerkers. In een volkse buurt, geperst tussen de Sint-Pauluskerk en de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, bleef dat niet onopgemerkt. De pastoor was tegen ons gekant, omdat we ons bezighielden met de opvang van prostituees. Bovendien ben ik overtuigd vrijzinnig en ging ik niet naar de mis. Maar ik kreeg ook veel tegenkanting van vrouwenorganisaties die vonden dat het niet kon om prostituees te helpen in hun vak. Mensen vragen zich echter niet af waarom iemand zich prostitueert. Men oordeelt en veroordeelt te snel. Daarom zorgden we voor een radioprogramma en een magazine, en organiseerden we leuke dingen. Ik wilde dat men naar de mening van prostituees zou luisteren en er respect voor zou hebben. Ze prostitueren zich om te overleven, omdat het hen de mogelijkheid biedt om het geld te verdienen dat ze broodnodig hebben.

 

“Een uitweg bieden en kansen creëren”

 

In het Schipperskwartier was er een grote diversiteit onder de bewoners. Enerzijds had je de glitter en glamour van de prostituees, anderzijds had je veel armoede en honger, waar het stadsbestuur zich toen niets van aantrok. De kloof tussen het Schipperskwartier en het stadhuis was voelbaar en zichtbaar. Prostituees kwamen meestal pico bello gekleed, met verzorgde nagels, chique schoenen en een mooie bontmantel naar de sociale diensten om te zeggen dat ze niets hadden. De sociale assistenten zeiden dan: “Ja, maar ge ziet er toch heel schoon uit, daar is de deur.” Ik vond dat schokkend: die mensen hadden gebrek aan basisvoedsel en verwarming. En dus begon Payoke met voedselbedeling.

Ik werd ook geconfronteerd met heel veel uitbuiting in de prostitutie. Daarom gaven wij prostituees de kans om bij ons te komen werken. Vaak gingen ze vrijwillig halftijds bij Payoke aan de slag. Ze pasten perfect in de sociale mix die wij ambieerden. Zo probeerden we mensen in de prostitutie een uitweg te bieden en te helpen om met iets nieuws in hun leven te starten. Op die manier creëren we kansen bij Payoke.

Payoke is niet alleen een sociale vereniging, maar ook een sociaal-culturele. We werken immers met heel uiteenlopende mensen, gaande van maatschappelijk assistenten, artsen, politieambtenaren en parketmedewerkers tot wetenschappers, journalisten, artiesten en kunstenaars. Het zijn allemaal mensen die ons niet veroordelen, maar ons werk nuttig vinden en ondersteunen. De samenwerking met kunstenaars en artiesten is voor ons altijd even belangrijk geweest. Kansen creëer je door mensen hun capaciteiten tot ontplooiing te laten brengen en hen te laten zien wat ze eigenlijk kunnen, zodat ze opnieuw in zichzelf geloven. Wanneer je zelf iets creëert, dan voel je je daar immers goed bij.

 

Durven denken

Opkomen voor prostituees, was dat in het kader van de strijd tegen mensenhandel?

Prostitutie is niet gelijk aan mensenhandel. Bij mensenhandel gaat het om exploitatie: de slachtoffers zijn mannen, vrouwen of kinderen die seksueel of economisch worden uitgebuit. In 1999 ben ik gestopt met de werking voor sekswerkers en focusten we ons nog uitsluitend op hulp aan slachtoffers van mensenhandel. We hebben ons toegelegd op hoe we slachtoffers kunnen helpen om de daders te doen veroordelen. In 1992 moest ik voor de koning een beleidsplan opmaken. Een van de aanbevelingen was dat wanneer slachtoffers geen identiteitsdocumenten meer hebben – wat vaak het geval is – dit eerst moet worden opgelost, zodat ze hier gedurende het onderzoek en eventueel erna legaal kunnen blijven. Dat is de beruchte Payoke-regeling, die ondertussen wereldwijd gekend is en in Europa als richtlijn geldt inzake het statuut van slachtoffer van mensenhandel.

Vandaag werken we opnieuw aan het beleid rond prostitutie en streven we naar meer erkenning voor sekswerkers. We ijveren voor een politiek debat in samenspraak met sekswerkers en gewezen sekswerkers. We ontwikkelen ook een beleid rond betere opvang voor slachtoffers van loverboypraktijken.

Zie je een evolutie in de mensenhandel?

Er zijn tal van factoren die mensenhandel doen toenemen: oorlogen, sociale media, het vervagen van de grenzen in Europa, klimaatverandering, armoede, genderongelijkheid, economische crisissen, vervolgingen, de behoefte aan goedkope arbeidskrachten in Europa …

Gelukkig bestaat in Europa een richtlijn die alle landen verplicht om een beleid inzake opvang, begeleiding en vervolging van mensenhandel te ontwikkelen en te handhaven. Die richtlijn evolueert voortdurend. Vroeger was ze op misdaadbestrijding gericht, terwijl ze nu binnen het mensenrechtenbeleid wordt gekaderd, een belangrijke nuancering. Het gaat niet langer alleen om gerechtelijke vervolging, maar ook om bescherming van het slachtoffer en samenwerking tussen alle bevoegde diensten. Europol en Eurojust zijn daar actief mee aan de gang en bouwen een expertise op, in samenwerking met de landen van herkomst. Ook wereldwijd houden internationale organisaties zich hiermee bezig, maar het blijft een uitdaging om samen te werken. In veel landen is corruptie een obstakel. Staten creëren ook vaak mensenhandel, niet alleen gangsters.

In de huidige vluchtelingenstroom worden heel veel mensen onderweg misbruikt en voorgelogen. Sommigen worden gesmokkeld, anderen zijn hier via mensenhandel beland. Hun papieren worden hen afgenomen en ze zijn hun vrijheid kwijt … Dat kan de publieke opinie maar moeilijk begrijpen.

Tijdens het Zweedse voorzitterschap van de Europese Unie heb ik ooit een Global Plan opgemaakt om in kaart te brengen wie er allemaal voor de bestrijding van mensenhandel zou kunnen samenwerken. Dat gaat van familie, tot defensie, binnenlandse zaken, veiligheid, sociale zaken, sociale inspectie, buitenlandse zaken, justitie, politie, enzovoort.

Nationaal zijn niet zo veel mensen van dat plan op de hoogte, maar internationaal is dat wel gekend. Ik heb ook altijd de indruk gehad dat er hier geen belangstelling voor was. Op het terrein weet men niet altijd dat die Europese richtlijn een humaan mensenrechtenkarakter heeft.

 

Vrijheid als hoogste goed

Mensenhandelaars zijn gevaarlijk. Heb je daar ooit last van gehad?

Door ons werk zijn enorm veel mensen veroordeeld en in de gevangenis beland. Ik heb vijf jaar met een gepantserde auto rondgereden, ik droeg een kogelwerende vest en een kogelwerende plaat om mijn hoofd te beschermen, en ik had bodyguards. Zelfs mijn kinderen moesten met een kogelwerende vest naar school gaan. Dat was allemaal niet zo prettig. Leg op school maar eens uit waarom je zo’n vest moet dragen. Men heeft zelfs tweemaal geprobeerd om mijn kinderen te ontvoeren. Eentje kon op het nippertje aan opsluiting ontsnappen. Wij hebben ook zeventien inbraken meegemaakt. De ramen werden vaak ingeslagen, tot we kogelwerend glas installeerden. En we sliepen ondergronds. Uiteindelijk waren we verplicht naar een beveiligd pand te verhuizen, met sterke sociale controle, verschillende vluchtmogelijkheden en een bombestendige bunker. Dat heeft allemaal een impact op mijn gezin gehad.

Ik heb me echter nooit door iemand laten afkopen en ben altijd onafhankelijk gebleven. Ik wilde geen kat zijn die met haar rug tegen de muur stond.

Heeft je werk veel vrouwen die slachtoffer van mensenhandel waren geholpen?

We hebben hier duizenden dossiers van vrouwen die we hebben geholpen. Meestal zijn dat sterke mensen die kansen voor hun kinderen proberen te creëren, die hun leven trachten te verbeteren. Soms vluchten ze wegens watertekort, vervuiling of corruptie, maar ook omdat er geen kansen voor hen en hun kinderen zijn.

 

Atheïst tot in de kist

Heeft het feit dat je vrijzinnig humanist bent een impact op je werk gehad?

Als kind heb ik de hypocrisie van godsdienst gezien. Wij woonden in een sociaal appartement. In het gebouw woonden erg katholieke mensen, wij waren de enige vrijzinnigen. Alle kinderen gingen naar de katholieke school, behalve ik. Mijn moeder vond het stedelijk onderwijs het allerbeste voor haar kinderen. Ze was heel antiklerikaal en vond dat de tijd die aan godsdienstlessen werd gespendeerd, beter kon worden besteed aan het bestuderen van wetenschap. Uit principe moest ik wel over alle godsdiensten leren.

Toen het moment kwam dat de buurkinderen hun eerste communie gingen doen, wilde ik ook zo’n feest. Maar toen bestond het lentefeest nog niet, dus vertelde ik mijn moeder dat ik ook mijn communie wilde doen, gewoon voor het feest. Van de pastoor mocht ik dat wel, maar niet samen met mijn vriendinnen en daar was ik het niet mee eens. Ik was nog maar zes jaar, maar voor mij hoefde het al niet meer. Mijn moeder heeft toen een feestje voor mij georganiseerd.

Men noemde mij de zigeunerin omdat ik niet zoals alle anderen was, en dat heeft me wel getekend. Ik heb veel tegenstand gekregen en dat heeft een impact op mijn leven gehad. Mijn moeder zei altijd: “Het moeilijkste als je niet gelooft, is dat je elke dag in de spiegel kijkt en je eigen rechter bent.” Zo ben ik opgegroeid.

Ik ben overtuigd vrijzinnig, maar vind dat iedereen vrij is om volgens zijn eigen overtuiging of religie te leven, zo lang iemand anders er geen last van heeft. Men mag zich niet laten leiden door anderen die je zeggen hoe het moet. Je mag je niet op je kop laten zitten door een geloof. Religies maken mensen zo bang en verlammen hen, in plaats van hen te helpen om zichzelf verder te ontwikkelen. Er zijn zo veel bange mensen, mensen die niets durven, mensen die geen risico’s durven te nemen en dat vind ik spijtig. Ik zie dat bijvoorbeeld bij de slachtoffers van mensenhandel uit Nigeria die onder invloed van voodoo staan. Ze kunnen daardoor niet meer vrij denken. Daarom dat je niet altijd de betreden paden moet bewandelen. Je moet je eigen weg maken, outside the box denken. Niets is, alles wordt. Panta rhei.