Feestvieren als middel tegen radicalisering?

Artikel verschenen op vrtnws

 

Jurgen Slembrouck en Jürgen Mettepenningen schrijven beurtelings om de twee weken een opinietekst over wat hen opvalt in nieuws of in het dagelijkse leven. De eerste Jurgen vanuit vrijzinnige inspiratie. De tweede is christelijk geïnspireerd. In deze opinie is Slembrouck aan het woord.

Op 22 maart nam ik deel aan een debat over de vraag of de “islam een grondoorzaak voor radicalisering” is? Het debat werd opgevat als een volkstribunaal waarbij het aanwezige publiek aan het eind mocht laten weten welke partij de beste argumenten had om die stelling te verdedigen of te verwerpen.

Ik pleitte à charge en voerde aan dat de islam een invloed heeft op alle elementen die in een radicaliseringsproces een rol spelen. En, zo voegde ik eraan toe, hetzelfde geldt natuurlijk voor het ecologisme, het communisme of het judaïsme. Allemaal zijn het geloofssystemen die een moreel beladen, universele waarheid in pacht beweren te hebben die een heel specifiek licht op de werkelijkheid werpt. Dat vormt op zich niet zo een groot probleem. Maar wanneer die werkelijkheid met die waarheid in tegenspraak blijkt te zijn, kan dat aanleiding geven tot gevoelens van frustratie en vervreemding. De eerste stepping stones op het pad van de radicalisering.

Na afloop van het debat raakte ik met een aantal moslims uit het publiek aan de praat over de inhoud van hun godsgeloof. Geloofden ze echt in het bestaan van Allah? Waren ze echt van mening dat de profeet navolging verdiende? Hadden ze dat geloof al eens in vraag gesteld? Het antwoord was geruststellend. “Iedereen die zegt te geloven en eerlijk is, zal erkennen dat men ook al getwijfeld heeft.” Eén van mijn gesprekspartners getuigde dat ze geloofde “omdat het geloof haar rust gaf”. Dat betwistte ik niet maar peilde naar wat mij wezenlijker leek. “Het is niet omdat het geloof voor jou rustgevend is, dat het ook waar is. Welke argumenten heb je om te geloven in het feitelijke bestaan van Allah?”

Binnen welke redelijke marges kunnen gelovigen op een zinvolle manier blijven spreken over het bestaan van God?

Ik verwees naar het uitstekende boek “De hoer van de duivel” waarin Freddy Mortier, de kersverse voorzitter van de Mens.nu, precies die vraag aan de orde stelt. Binnen welke redelijke marges kunnen gelovigen op een zinvolle manier blijven spreken over het bestaan van God? Die marges blijken erg smal. Zo smal dat God zelf het loodje dreigt te leggen. En helemaal onmogelijk wordt dat spreken wanneer ook nog eens bijkomende claims worden gevestigd, bijvoorbeeld dat Jezus uit de dood zou zijn opgestaan.

Mortier begrijpt dat de inzet van deze vraag ethische van aard is: “Rationaliteit is een kwestie van het eerbiedigen van intellectuele normen – regels voor gerechtvaardigde geloofsvorming, voor deugdelijk intellectueel debat, voor de faire verdeling van bewijslast. Die ethiek van het geloven is niet bijkomstig, maar vormt de kern van de bezwaren die veel atheïsten en agnosten hebben tegen gelovigen. Die laatsten gedragen zich als regelloze nozems op terreinen waar de regels van het publieke debat onverminderd horen te gelden. ”

Iemand anders vroeg me of de liberale democratie, net zoals een godsdienst, ook niet een geloofssysteem is? Ik kon die vraag alleen maar bevestigend beantwoorden. De wetenschap, die in de liberale democratie de basis vormt voor ons begrip van de werkelijkheid, vestigt immers ook een uitgesproken waarheidsclaim en voor onze morele waarden en normen verwijzen we naar de rechten van de mens die universeel heten te zijn. Maar er is een fundamenteel verschil. Daar waar godsdiensten gebaseerd zijn op het bestaan van een onfeilbaar opperwezen, is de liberale democratie het werk van eindige, feilbare mensen. Wetenschap levert ons de beste voorlopige kennis op. De wetten die we hebben afgesproken kunnen in functie van gewijzigde omstandigheden worden aangepast.

Het erkennen van die feilbaarheid moet echter niet, zoals gelovigen wel eens beweren, als een gebrek worden beschouwd. De feilbaarheid, die een positieve vertaling krijgt in het centraal plaatsen van de vrijheid en de gelijkheid, zet immers een krachtige rem op de neiging om de eigen waarheid te verabsoluteren.

Is het niet merkwaardig dat de afkondiging van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens geen feestdag is?

In hun recente aanslagendagboek “In naam van God” maken Paul Cliteur en Dirk Verhofstadt duidelijk dat het uitgerekend het geloof in de onfeilbaarheid van God is die mensen ertoe aanzet om de meest absurde en weerzinwekkende dingen te doen. Zeer terecht verwijzen ze naar de bereidheid van Abraham om op vraag van God zijn eigen zoon Izaak de keel over te snijden. Die blinde gehoorzaamheid van de stamvader van zowel de Joden, de moslims als de christenen geldt voor elke gelovige als een na te volgen voorbeeld.

De liberale democratie heeft zoals gezegd een heel ander uitgangspunt en paradoxaal genoeg is ze net daardoor zo succesvol gebleken om mensen met verschillende opinies vredevol te laten samenleven. Het vrij onderzoek heeft de menselijke nieuwsgierigheid gestimuleerd en een kritische dynamiek in gang gezet waardoor we vandaag de zaken begrijpen die ons vroeger letterlijk overdonderden.

Maar als er iets is waar godsdiensten beter in zijn dan is het wel het vieren van de eigen uitgangspunten. Daar kan de liberale democratie echt nog iets van leren. Er zijn te weinig momenten waar we het zelfbeschikkingsrecht, de scheiding tussen kerk en staat, het vrij onderzoek, de democratische rechtsstaat publiekelijk de aandacht schenken die ze verdienen. Is het bijvoorbeeld niet merkwaardig dat de afkondiging van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens geen feestdag is? Is het niet vreemd dat burgerschapsvorming slechts marginaal aandacht krijgt in het onderwijs? Waarom worden er geen vrijheidsbomen meer geplant? Waarom schenken we zo weinig aandacht aan de dingen die voor het samenleven van zo een groot belang zijn? Misschien is die nalatigheid wel de reden waarom zoveel burgers moeite hebben om die uitgangspunten te verdedigen en sommigen opnieuw in de verleiding komen van makkelijke ideologische en godsdienstige alternatieven?

 

Jurgen Slembrouck Universiteit Antwerpen Vrijzinnige Dienst.