Gaat nu allen heen in vrede

Ik ben een kenner van ‘het einde’ van de katholieke misviering. Dat zit zo. In het vorige millennium presenteerde ik enkele jaren het Radio 1-programma Het salon, waarin eminente gasten – kunstenaars, wetenschappers, filosofen en opiniemakers – hun ding deden. Het fraaie programma begon meteen na het nieuws van elf uur en was twee uur lang de vaste afspraak voor een fanatieke groep luisteraars. Even voor elven besloot het voorafgaande programma met steeds dezelfde zin: “En gaat nu allen heen in vrede.”

Omdat ik een kwartiertje eerder aanwezig was om alles op orde te zetten voor mijn zondagse bijdrage aan het algemeen welzijn – teksten klaarleggen, mijn gasten ontvangen enzovoort – hoorde ik ook elke keer weer het laatste kwartiertje van de mis.

De opbouw van de viering bleef identiek, woord voor woord. Of het Kyrie nu voor of na het Gloria komt, weet ik niet, want ik ken alleen het einde van het verhaal, zeg maar vanaf het Agnus Dei tot en met dat bewuste ‘heengaan in vrede’. Aansluitend tokkelde de organist het gaatje naar het nieuws dicht. Vaak speelde hij – het was altijd een hij – uit eigen werk, niet altijd een muzikaal genoegen van eerste orde. Sommige organisten – de mis kwam telkens uit een andere kerk naar ons toe – maakten er een erezaak van om alle registers van hun instrument gelijktijdig te gebruiken. Dan lachte ik naar Johan Roggen, die al naast me zat om de berichten voor duivenliefhebbers voor te lezen. Johan, een meester van de timing, kon het einde van zijn duivenpraatje precies voor het tijdsein mikken, ongeëvenaard. Als de mis uit West-Vlaanderen kwam aangewaaid, zongen we mee: “Geilig, geilig, geilig de Geer, de Hod der gemelse machten.”

© Isabelle Pateer

Ik gun de luisteraars van de katholieke mis hun wekelijks ritueel. Ik neem aan dat die terugkerende routine van vaste ingrediënten hen houvast geeft, of innerlijke rust, of aanleiding tot bezinning of iets anders dat het hart verlicht. In alle geval is het hen, nogmaals, van harte gegund.

Nu verwacht je een maar en die komt er ook. Maar … ik vind het al even evident dat niet-katholieken aan bod komen op de nationale zenders. Als je weet dat er naast de vaste radioafspraken op zondag ook tweewekelijks een tv-mis wordt uitgezonden, dan is het duidelijk dat de liefhebbers van het genre gul worden bediend. Vergeet ook niet dat de kerkelijke feestdagen extra aandacht krijgen met bijvoorbeeld een rechtstreekse middernachtmis tijdens de kerstnacht. Het aanbod is, kortom, overweldigend, maar – hier is die maar weer – staat niet in verhouding tot de kruimels die andere levensbeschouwingen worden toegeschoven. Nogmaals, geen kinnesinne – het weze hen gegund.

Een mediadecreet regelt de afspraken tussen de Vlaamse overheid en de VRT. Dat besliste om per 24 april 2015 de erkenning van de levensbeschouwelijke programma’s niet te verlengen. Ik citeer: “Voortaan zullen de levensbeschouwelijke strekkingen geïntegreerd worden in de algemene programma’s van de VRT.”

Waarde landgenoten, er wordt met onze voeten gerammeld. Elke week kan ik elke zin van ‘het einde’ van de mis meezeggen naast de radio en tweewekelijks zelfs met beeld erbij. Kenners vertellen dat de kleur van de kazuifel – het gewaad van de priester – wisselt afhankelijk van de liturgie. Wie op dergelijke details focust, kan nog wat gein beleven aan de beelden, want de tekst verandert niet.

De vrijzinnige gemeenschap is inmiddels groter dan de katholieke en leverde in het verleden op radio en tv boeiende bijdrages aan het maatschappelijk debat. Het programma Lichtpunt was echt een lichtpunt in de programmatie met uitmuntende portretten, verhelderende discussies en buitengewone reportages. Niet het minst omdat de teksten verschilden van uitzending tot uitzending.

Voilà, en gaat nu allen heen in vrede.

Kurt Van Eeghem

Lees de column in het de Mens.nu Magazine

Wat is een goede column? Bekijk het hier: