Sinterklaasfeest is een groot volkstoneel en gaat niet over een katholieke heilige en een slaafse Moor

  door Jurgen Slembrouck, Universiteit Antwerpen Vrijzinnige Dienst.
Lees het op VRTNWS

Het is weer die tijd van het jaar waar kinderen vol verwachting uitkijken naar de komst van Sinterklaas en Zwarte Piet en ’s avonds hun schoentjes klaarzetten in de hoop daar ‘s morgens wat lekkers in te vinden. Tenminste, als ze braaf geweest zijn. Als ze zich hebben gedragen zoals van hen werd verwacht. Zo niet, moeten ze misschien in de zak van Zwarte Piet of krijgen ze van de roe.

Rond deze tijd van het jaar ontstaan bij onze Noorderburen ook felle discussies over het vermeende racistische uiterlijk van Zwarte Piet. In Vlaanderen hebben we volgens sommigen die discussie ontzenuwd door van Zwarte Piet een Roet Piet te maken. Dat is op zichzelf een goede zaak, maar de vraag is of we zo toch niet bevestigen wat we eigenlijk willen ontkennen.

Door vandaag zo manifest te benadrukken dat Zwarte Piet geen zwarte is – wat hij inderdaad niet is – zeggen we ook dat het gitzwarte uiterlijk van Zwarte Piet in het verleden wel getuigde van een racistisch vooroordeel en bevestigen we eigenlijk de identitaire clichés. Maar Piet is noch een blanke met roetstrepen noch een zwarte zonder roetstrepen. Piet is een personage, de schmink zijn masker.

© Geert Van Hoeymissen

 

Het belang van het Sinterklaasfeest is groter dan op het eerste gezicht lijkt. Niet in het minst omdat het feest al een lange traditie kent, binnen alle sociale lagen gevierd wordt en omdat het jong en oud met elkaar verbindt. Op zichzelf is dat al opmerkelijk. Er zijn maar weinig feesten die dat voor elkaar krijgen en allicht is ook dat een reden waarom zovelen de traditie koesteren.

Het is me onduidelijk of de gezindte van de ouders een rol speelt in het vieren van onze goede vriend, maar ik hoop dat dat niet het geval is. Ik hoop dat de meeste volwassenen begrijpen dat Sinterklaas geen bisschop is. Voor wie daar belang aan hecht is dat misschien jammer maar eigenlijk is die religieuze identificatie, net als de raciale, naast de kwestie. Sommige volwassenen hebben blijkbaar nog steeds niet begrepen dat Sint en Piet niet echt bestaan.

Het belang van het Sinterklaasfeest zit hem in de symbolische tegenstelling die Sinterklaas en Zwarte Piet ten tonele brengen. Het betreft dus geen Katholieke heilige en een slaafse Moor. De Sint is ook geen vertegenwoordiger van het blanke ras net zo min als Piet het zwarte ras representeert.

In wezen zijn het geen mensen van vlees en bloed. Het zijn mythische figuren, personificaties van tegengestelde  toestanden en eigenschappen: goedheid versus kwaadheid, gehoorzaamheid versus ongehoorzaamheid, ernst versus spel, gemoedsrust versus angst, gezag versus rebellie, …

In hun spel beelden Sint en Piet uit hoe die eigenschappen in elke mens aanwezig zijn en welke eigenschappen maatschappelijk geapprecieerd worden. Dat is ook de reden waarom ze elkaar nodig hebben. Ze zijn op elkaar aangewezen om wat hen typeert tot uitdrukking te kunnen brengen en om zo ook de bestaande orde te (her)bevestigen. Zoals Bert in Sesamstraat ook niet zonder Ernie kan.

Het Sinterklaasfeest is een groot volkstoneel waarin we allemaal, rijk of arm, jong en oud, gelovig of ongelovig een rol spelen. Zelfs gezagsdragers spelen in verschillende steden het spel mee en ontvangen Sint en Piet met de nodige egards op het stadhuis. En uiteraard worden ook de kinderen in het spel betrokken.

Het gaat immers om hen, zij zijn het die gesocialiseerd moeten worden. Zij mogen – moeten? – op de schoot van die voorname meneer. Ze moeten beleefd zijn en hun naam zeggen. Zijn ze wel braaf geweest? Zullen ze snoepgoed krijgen? En terwijl zij dit spel spelen doet Piet de hele tijd gek, plaagt hij, jaagt hij hen schrik aan. Tremendum et fascinans.

Naargelang de historische periode en de culturele context zullen de details die dit ritueel kenmerken variëren. Dat is begrijpelijk omdat die details er in wezen niet toe doen.

Elders dragen Sint en Piet een andere naam. In Zwitserland noemt men Piet Schmutzli en is hij een soort Anti-Sint. Een donkere kopij van Sinterklaas met een zwart gelaat, een zwarte baard en zwarte pij. Ook daar heeft hij een zak om stoute kinderen in te stoppen. Dat thema vind je overigens in verschillende culturen en op verschillende continenten. Blijkbaar zijn kinderen overal wel eens stout. In Oostenrijk heeft Piet geen menselijke gedaante maar verschijnt hij als een zwarte duivel en noemen ze hem Krampus. In Luxemburg kennen ze Piet onder de naam Houseker, elders noemen ze hem Hans Trapp of knecht Ruprecht.

Volkskundigen brengen de eigenschappen van onze Piet en Sint in verband met voorchristelijke, Germaanse wortels. Hun rit over de daken verwijst naar de mythe van de wilde jacht die rond de winterzonnewende uitging. Tijdens die wilde jacht verschijnt Odin, een wijze grijsaard met een witte baard samen met een meute donkere strijders uit de onderwereld om te paard jacht te maken op de Fenrir, een wolf die de zon wil opeten. Historisch beschouwd heeft het Sinterklaasfeest dus te maken met de cyclische opeenvolging van duisternis en licht, van schaarste en overvloed, van dood en leven. Vandaar dus de kleursymboliek van Piet en Sint.

Dat die traditie in Europa een christelijke invulling heeft gekregen is evident. Dat later ook raciale stereotypen zijn binnengeslopen kan niet worden ontkend. Daar moeten we aandacht voor hebben en de essentie van het feest wordt niet aangetast door Sint en Piet daarvan te zuiveren. Maar door Sint en Piet tot die stereotypen te herleiden, miskennen we hun historische voorgeschiedenis en worden we ongevoelig voor het feit dat de dualiteit die ze verbeelden in elk van ons schuilt. Ongeacht onze huidskleur.