fbpx
deMens.nu

Een bank vooruit

Leerkrachten niet-confessionele zedenleer over hun vak

Artikel verschenen in deMens.nu Magazine jg8 nr3

Naam: Anke Mistiaen

Aantal jaren voor de klas: 11

Scholen: GO! Basisschool De Blokkendoos Aartselaar en GO! Basisschool ’t Kasteeltje Puurs

Jaren: 1ste tot en met 6de leerjaar

 

 

 

Hoe zet je in de lessen niet-confessionele zedenleer de creativiteit van de leerlingen in om het kritisch denken te stimuleren?

Creativiteit is spelen met gedachten, met de werkelijkheid, met materiaal en het creëren van ideeën.

Als je de leerlingen de kans geeft hun eigen fantasierijke gang te gaan, worden er heel andere verbindingen binnen een lesonderwerp gemaakt en heb je weer tal van aanknopingspunten om het kritisch denken over het onderwerp verder te zetten. Bonuspunt: ik bekijk mijn eigen lesmateriaal ook weer met heel andere ogen en vanuit invalshoeken waaraan ikzelf misschien nog niet had gedacht.

“Als kinderen allemaal dezelfde kip moeten knippen, kunnen ze hun ei niet kwijt.” Die uitspraak indachtig probeer ik, vooral aan het einde van filosofisch getinte onderwerpen, een creatief moment te voorzien. De les voordien maken we een inventaris van een aantal uitspraken die bruikbaar zijn en inspirerend werken, en bedenken de kinderen al een eerste plan van aanpak. Vaak zie ik hen uitspraken combineren of een woord veranderen, waardoor er een heel nieuw licht op het onderwerp schijnt. Tijdens het creatief moment zelf wordt de knutselkast à la carte opengesteld en mogen de kinderen naar eigen inzicht een interpretatie van het thema maken. Ze gaan soms individueel aan de slag, maar vaak steken ze de koppen bij elkaar en inspireren ze elkaar nog eens. In zo’n samenwerkingsverband waar één resultaat uitkomt, zijn ze door de band ook kritischer voor elkaars ideeën. Ze sluiten compromissen of verzinnen iets compleet nieuws, zodat elk groepslid zich in het resultaat kan vinden.

Tony Ryan ontwierp twintig creatieve denksleutels om “het creatieve denkvermogen van de leerlingen te openen”. Sleutels die we in de klas het meest gebruiken zijn:

  • Wat als-sleutel: hierbij gaan we op zoek naar oorzaken en gevolgen.
  • Variatie-sleutel: we bedenken zoveel mogelijk verschillende manieren om een situatie aan te pakken.
  • Lachwekkend-sleutel: schotel de leerlingen een absurde uitspraak voor en laat hen argumenten bedenken om anderen ervan te overtuigen dat het toch een goed idee is.

“Aan de hemel hangt een zeilboot. Wolken liggen op het strand. Ja, de wereld is veel leuker van de omgekeerde kant.” Zo verwoordde Shel Silverstein het treffend. Mensen zitten vaak wat vastgeroest in denkpatronen. We denken in termen van problemen of over hoe de dingen zouden moeten zijn. Als we in de les merken dat we die richting uitgaan, dagen we elkaar uit om te gaan ‘omdenken’. We kijken samen naar de werkelijkheid en naar wat we ermee zouden kunnen als we van het probleem een mogelijkheid zouden maken. De situatie wordt omgedraaid naar het tegenovergestelde. Wat als niemand de snelste wil zijn? Stel dat leerlingen de leerkrachten vertellen wat ze moeten leren?