fbpx
deMens.nu

“Maar je bent nog jong!”

Impact van een fertiliteitstraject

Artikel verschenen in deMens.nu Magazine jg13 nr1. Lees hier meer artikels over ‘het begin van het leven’.

Wanneer Laura De Houwer op haar vierentwintigste aan kinderen wil beginnen, botst ze al snel op een harde realiteit. Wat een sprookje moest worden, veranderde in een medisch traject met een hoop emotionele bagage. In haar boek Maar je bent nog jong! vertelt ze over de impact van haar fertiliteitstraject. Ze heeft het over de vele goedbedoelde adviezen uit haar omgeving en de existentiële pijn die bij een onvervulde kinderwens komt kijken. In een gesprek met ons blikt Laura terug op die bewogen periode.

Jana Peeters

Momenteel ben je negentwintig jaar, getrouwd, afgestudeerd en moeder van een peuter. Wanneer wist je dat je een kinderwens had?

Laura De Houwer

Laura De Houwer: Al mijn hele leven. Die liefde voor kinderen is er altijd geweest. Toch heb ik even gewacht om daadwerkelijk aan kinderen ‘te beginnen’. Ik wilde eerst een diploma halen, daarna gingen we trouwen, dan nog op huwelijksreis. Daardoor werd onze kinderwens ongemerkt steeds wat verder voor ons uit geschoven. Met als resultaat dat, wanneer het moment er eindelijk was, die kinderwens plots heel prangend was.

Nadat ik met de anticonceptiepil stopte, werd ik niet vanzelf ongesteld. Vooral om mezelf gerust te stellen, boekte ik een afspraak bij een gynaecoloog. Zij was meteen duidelijk: volgens haar had ik PCOS – polycystische eierstokken – en zou ik nooit een normale cyclus krijgen. Maar niet getreurd, er waren oplossingen. Ze schreef me een hele voorraad hormonen voor die ik moest innemen. Met de voorschriften in de hand en een hele rits aan consultaties die nog op de planning stonden, liep ik naar buiten. Een beetje opgelucht dat we iets konden doen, maar vooral heel bang.

 

De ene maand na de andere ging voorbij. Wat doet het met een mens wanneer je kinderwens maar niet in vervulling gaat?

De Houwer: Het sloopt je. Dat klinkt heel heftig, maar dat is het ook. Plots zie je overal ronde buiken en baby’s. Iedereen in je omgeving vraagt lacherig wanneer het jullie beurt is. Er steekt een sluimerende jaloezie de kop op. Een afgunst waar ik me enorm schuldig over voelde en die ik destijds met niemand kon delen. Ondertussen weet ik dat het erbij kan én mag horen.

Verder kan je nauwelijks nog iets plannen: de consultaties voor de eicelmetingen waren soms meerdere keren per week, tijdens de werkuren. Daarover viel niet te onderhandelen. Op reis gaan ging niet meer, naar de sauna of een pretpark ook niet. Want wat als ik toch plots zwanger was? Of wat als ik enkele dagen eerder dan gepland ongesteld werd en dus ook sneller weer voor controles naar het ziekenhuis moest? Die afspraken werden vaak pas de week zelf ingepland en waren heel afhankelijk van de grillen van je cyclus.

Bovendien is het mentale gedeelte van zo’n traject ook heel zwaar. De onzekerheid, de angst, het voortdurend aftellen naar de volgende eisprong, naar de volgende zwangerschapstest. Je fysieke integriteit wordt ook aangetast: onderzoeken door steeds verschillende assistenten, in fel verlichte ruimten. Een lichaam dat niet meer alleen van jezelf voelt. Veel mensen zeggen dat je dat erbij moet nemen, maar het kan echt anders. Doe daar nog een cocktail aan hormonen bovenop die zowel je lichaam als je hoofd compleet in de war sturen, en het kan niet anders dan enorm zwaar doorwegen. (lees verder onder de foto)

 

Naast de psychosociale impact van een fertiliteitstraject weegt ook het fysieke gedeelte ervan zwaar door: “Je fysieke integriteit wordt aangetast … een lichaam dat niet meer alleen van jezelf voelt.” © Shutterstock.com

 

Je hebt jammer genoeg ook een kindje tijdens de zwangerschap verloren. Hoe verwerk je zoiets, als dat al mogelijk is?

De Houwer: Thuis trok ik me terug en leefde ik in ontkenning. Ik probeerde vanbinnen ‘dood te gaan’, te doen alsof het niet met mij gebeurde. Ik wilde al mijn gevoelens uitschakelen. In diezelfde periode waren twee vriendinnen zwanger. Ik was doodsbang voor een psychiatrische opname, waardoor ik mezelf zoveel mogelijk opsloot en zo min mogelijk mensen toeliet. Ze zouden me toch niet kunnen helpen, redeneerde ik. Ze konden mijn kindje niet terugtoveren. Voor mijn partner was dat eveneens zwaar. Ook hij verloor iemand aan wie hij al gehecht was en zag zijn vrouw door een hel gaan.

Ik weet niet exact hoe ik uit die zware dip ben geraakt. Deels op automatische piloot, vermoed ik. We hadden net een huis gekocht, gingen verhuizen en moesten daarvoor veel in orde brengen. Bovendien had ik een goed netwerk rondom mij: een betrokken psycholoog en psychiater, een mobiel crisisteam en ook mijn eigen familie. Ik wilde hen en mijn man trouwens niet aandoen wat mij was overkomen, namelijk iemand verliezen van wie je onnoemelijk veel houdt. Het was een terugkerend gevecht binnen in mezelf.

 

Je hebt er inmiddels een weg met heel wat dieptepunten opzitten. Kan je daar iets meer over vertellen?

De Houwer: In het begin van het fertiliteitstraject heb ik geprobeerd om positief te denken en kon ik vaak op het goede hopen. Ik bezocht al snel een psycholoog, vooral om me te helpen ontspannen. Helaas klikte het niet. Tegelijk voelde ik me toen sterk genoeg om het zonder te doen. Maar vrij gauw zakte ik dieper en dieper weg, vermoedelijk door een combinatie van factoren: de hormonen, heen en weer geslingerd worden tussen angst en hoop, de vele consultaties gecombineerd met een job en studies, iemand in de familie die wel vlot mama werd.

Ik voelde me afglijden, voelde hoe ik het werk niet meer aankon en begon mijn hoop op een goede afloop te verliezen. Op een avond belandde ik na een overdosis medicatie op de spoed. Pas toen, zes maanden nadat we aan het traject begonnen, startte er mentale hulp op. In de persoon van een psychiater met wie ik gelukkig wel een klik had. Maar afstemming met de fertiliteitsafdeling of, nog beter, met een gespecialiseerde psycholoog was er niet.

De maanden daarna bleef ik aanmodderen. We zetten het traject on hold tot ik steviger in mijn schoenen zou staan. Wat later kreeg ik alsnog een spontane, regelmatige cyclus. Maar ook dan bleef een zwangerschap uit. Mentaal was er geen verbetering, al startte er langzaamaan extra hulp op: een nieuwe psycholoog met wie het klikte, hulp aan huis door een crisisteam, ondersteuning met medicatie.

Ondanks de goede hulp crashte ik op een gegeven moment zo hard dat ik gedwongen werd opgenomen na een suïcidepoging. (Over die gedwongen, traumatische opname in de psychiatrie schreef Laura De Houwer eerder het boek Ik moest braaf zijn, red.)

 

In je boek vertel je over de goedbedoelde reacties uit je omgeving. Maar vaak verergeren die de situatie alleen maar?

De Houwer: Heel wat mensen proberen iets te zeggen om te helpen; iets dat ze van anderen hoorden of dat voor hen wel werkte. Zoals: “Je moet het even loslaten, er zo mee bezig zijn is niet goed.” Maar hoe laat je iets los? In het geval van een kinderwens is dat quasi onmogelijk. Het is zoiets existentieels. Sommigen reikten ook andere mogelijkheden aan: adoptie, pleegzorg, draagvrouwschap. Pistes die we zelf overwogen hadden, maar die om verschillende redenen niet in aanmerking kwamen. Bovendien zijn die alternatieven ook lange en intensieve processen.

Anderen zeiden dan weer dat het ooit wel goed zou komen, dat je moet blijven hopen. Als ik in de toekomst kon kijken en zou weten dat het ooit ging lukken, dan had ik wel rust kunnen vinden, denk ik oprecht. Maar het niet-weten maakt je gek. Want er zijn altijd mensen die wel ongewenst kinderloos blijven. Toen ik ons kindje verloor, waren er mensen die zeiden dat het beter was zo. Dat het baby’tje toch niet levensvatbaar zou zijn geweest, dat het de natuur is waaraan je niets kan veranderen. In theorie klopt dat en weten ouders dat meestal wel. In de praktijk heb je daar echt geen boodschap aan.

 

Ondertussen loopt er een prachtige dochter in je huis rond en ben je in de pen geklommen. Wat was je motivatie om dit boek te schrijven?

De Houwer: Een deel van het boek schreef ik al voor zij werd geboren, toen we een eerste zwangerschap verloren. Het verdriet dat ik toen voelde, zelfs al was ik maar kort zwanger, was zo overweldigend dat ik hoopte door het opschrijven ervan de taal te vinden om mijn pijn te uiten. En om anderen die iets soortgelijks meemaken erkenning te bieden. Want zelfs een (heel) vroege miskraam kan enorm veel pijn doen.

Na de geboorte van onze dochter schreef ik de rest van het verhaal. Ik kreeg een beter zicht op het volledige plaatje; ons hele traject en hoe ik beetje bij beetje afgleed, maar ook weer rechtkrabbelde en langzaam het vertrouwen in mijzelf en mijn lichaam terugwon. De nood aan mentale zorg onderlijnen is een van mijn hoofddoelen met dit boek, maar ook aantonen welke impact een kinderwens kan hebben en hoe mensen een dergelijk traject ervaren en doorworstelen. (lees verder onder de foto)

 

“Een fertiliteitstraject is zo ingeburgerd, het is iets normaals geworden, terwijl het als wensouder helemaal niet zo voelt en net heel ingrijpend is”, zegt Laura De Houwer, die haar ervaringen neerschreef in een boek © Shutterstock.com

 

In je vorige boek Ik moest braaf zijn scheef je over wantoestanden in de psychiatrie. In dit boek heb je het over disempowerment, waarbij de mens achter het traject wordt vergeten. Wat bedoel je daarmee?

De Houwer: Een fertiliteitstraject is zo ingeburgerd dat het bijna bandwerk is. Het is iets normaals geworden, terwijl het als wensouder helemaal niet zo voelt en net heel ingrijpend is. Dat zorgt voor een clash: de buitenwereld, inclusief artsen en hulpverleners, vindt het vaak vanzelfsprekend, terwijl je zelf met heftige en soms ongekende emoties wordt geconfronteerd. Ook heerst het idee dat, als je een kind wil, je er alles voor over moet hebben. We leggen onze toekomst volledig in handen van artsen, omdat zij medisch geschoold zijn en het op dat vlak waarschijnlijk het best weten. Daardoor durven we soms niet tegen hen ingaan, niets in vraag stellen, geen second opinion vragen of onze eigen wensen en noden niet kenbaar maken.

 

Wat moet er volgens jou anders of beter bij een fertiliteitstraject?

De Houwer: Er zou standaard psychische hulpverlening moeten worden aangeboden. Dat kan ook buiten het strakke kader van een therapieconsult. Verder is differentiëren nodig. Elke patiënt heeft andere noden en gevoeligheden. Breng die in kaart.

Bij bevallingen wordt vaak vooraf een ‘geboorteplan’ opgesteld. Zoiets kan ook bij de start van een fertiliteitstraject. Wat heb je daarbij nodig? Wat zijn no-go’s en must-do’s? Hoe sta je tegenover medische onderzoeken? Welke mensen uit je omgeving kunnen worden ingeschakeld? Moet er bij het inplannen van afspraken rekening worden gehouden met praktische zaken zoals een werkrooster of de opvang van andere kindjes? Blijf vooral het unieke van de mens zien. Elk traject is anders. Zorg op maat is essentieel. (lees verder onder de foto)

 

“Er zou standaard psychische hulpverlening moeten worden aangeboden”, aldus Laura De Houwer over het fertiliteitstraject: “Verder is differentiëren nodig. Elk traject is anders. Zorg op maat is essentieel.” © Shutterstock.com

 

Wat wil je nog meegeven aan wensouders die worstelen met het vervullen van hun kinderwens?

De Houwer: Bouw een fijn team van mensen om je heen. Dat is erg belangrijk. Blijf in verbinding treden met je partner, als die er is, of met je omgeving. Probeer je niet schuldig te voelen wanneer je vrienden met kinderen mijdt; als het goede vrienden zijn die weten van je kinderwens, dan is daar begrip voor. Zoek mentale ondersteuning. Dat hoeft niet altijd in de persoon van een psycholoog te zijn, maar dat kan wel, ook als je geen extreme psychische problemen ervaart.

Wandelen in de natuur, sporten, ontspanningsoefeningen doen, deelnemen aan een lotgenotengroep … Het zijn allemaal voorbeelden van hoe je mentaal goed voor jezelf kan zorgen.

Luister daarnaast naar je lichaam, vaak zit je intuïtie goed. Wil je van gynaecoloog of ziekenhuis veranderen? Doe dat dan, verken de opties. Ook wanneer je je goed voelt bij je arts, is het belangrijk om voor je noden op te komen. Sommige aspecten mogen dan buiten je bereik liggen of zijn niet onderhandelbaar, maar vaak zijn er toch mogelijkheden om iets zo aangenaam mogelijk voor jou te maken.

 

Heb je nood aan een gesprek, dan kan je terecht bij Tele-Onthaal op het nummer 106 of via chat op www.tele-onthaal.be

Zit je met vragen over zelfdoding, dan kan je terecht bij de Zelfmoordlijn op het nummer 1813 of via www.zelfmoord1813.be

Ook in het huisvandeMens kan je terecht voor ondersteunende gesprekken. Je kan er op verhaal komen en bent er oprecht welkom voor een gesprek van mens tot mens. Je vindt het huisvandeMens overal in Vlaanderen en Brussel.