Een (h)echte uitdaging

Pleegkinderen opvoeden met vallen en opstaan

Online artikel. Lees meer recensies in deMens.nu Magazine jg7 nr4

Inge Vandeweege schreef haar ervaringen als pleegouder neer, aanvankelijk alleen op een blog, later ook in een boek: Een (h)echte uitdaging. Pleegkinderen opvoeden met vallen en opstaan. “Ik zie opvoeden nu als het begeleiden van de kinderen naar volwassenheid en maturiteit. Ik wil ze voorbereiden op een volwassen leven en wat ze daarvoor nodig hebben is verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid”, aldus Vandeweege op haar blog. Onze interesse was gewekt en wij verdiepten ons in haar boek.

Ellen Vandevijvere

Kinderen opvoeden, je moet het maar doen. Iedereen ervaart het ouderschap anders, toch blijkt het vooral als een verrijking omschreven te worden. Een kind komt niet met een handleiding, gelukkig maar. Dat maakt opvoeden misschien af en toe wel zwaar, moeilijk of onzeker, maar tegelijk ook boeiend. Via het kind leer je een andere kant van jezelf beter kennen, en het kind leert de wereld om zich heen stap voor stap ontdekken, met zijn eigen identiteit als een huis om verder aan te bouwen. Steen voor steen wordt het huis groter en steviger, tot het een stabiel nest is geworden. Daarin vult het kind de huisraad aan, haalt hij of zij er weer wat weg, of verandert iets van plaats. Dat zijn de ervaringen, normen en waarden, en de emotionele banden van het kind die gaandeweg een leven lang evolueren. Maar het huis zelf, de fundamenten van wie hij of zij is, blijft stabiel.

Dat huis opbouwen gaat niet vanzelf. Met vallen en opstaan, zegt men. Eerst letterlijk, met geschaafde knieën, krokodillentranen en vele knuffeltjes. Later met gebroken liefdes, vriendschappen die komen en gaan, en afscheid nemen, onder meer van het studentenleven. En de ouders staan klaar om het kind daarbij te begeleiden.

 

Een basis voor elk kind

© Shutterstock.com  Als je je thuis openzet voor een pleegkind, gaat er een hele nieuwe wereld voor je open: die van het kind, van zijn of haar familie, van de jeugdrechter, de pleegzorgbegeleider en de pleegzorger

Niet elk kind heeft het geluk om in een warme en stabiele omgeving op te groeien. Bijvoorbeeld kinderen van ouders die in aanraking komen met alcoholmisbruik, drugs, schulden of geweld, maar evengoed van ouders die niet in staat zijn om kinderen op te voeden. Dat zijn overigens niet altijd ouders in armoede; een hardnekkig vooroordeel dat blijft bestaan. Als de situatie voor die kinderen onveilig wordt – wat helaas vaak te laat wordt opgemerkt door instanties – worden ze uit huis geplaatst. Dat is een behoorlijk traumatische gebeurtenis voor zowel de ouder(s) als het kind. Niemand kiest ervoor om zijn kinderen te laten weghalen, en kinderen kiezen er niet voor om niet meer bij hun mama of papa te mogen wonen. Zelfs als dat geen veilig nest is.

 

Nieuwe fundamenten bouwen

Om die kinderen tijdelijk of voor langere tijd op te vangen, worden ze meestal in een pleeggezin ondergebracht. De pleegouders hebben daarvoor eerst een grondige screening moeten doorlopen, en nadien een opleiding. Wanneer er een match is, wordt hen een kind(je) toegewezen dat zo dicht mogelijk bij hun profiel en mogelijkheden van opvang aanleunt. Door de opleiding weten ze al dat pleegkinderen een zogenoemd rugzakje met zich meedragen, een al dan niet zwaar verleden. Er zijn vele manieren van pleegzorg. Voor korte tijd of voor lange tijd. Soms gaat het ook om kinderen van wie de ouders ziek zijn, of die tijdens de weekends en vakanties even op adem moeten komen.

Als je je thuis openzet voor een pleegkind, gaat er een hele nieuwe wereld voor je open. Namelijk die van het kind, maar ook die van zijn of haar familie, de jeugdrechter, de pleegzorgbegeleider en de pleegzorger. Samen proberen ze een stabiele omgeving te creëren, zodat het kind alsnog een goede start in het leven kan nemen. Natuurlijk zijn er veel kinderen bij wie het opvoeden helemaal vanzelf gaat. Maar er zijn ook heel wat kinderen die dat stabiele, stevige fundament niet hebben kunnen opbouwen. Ze hebben vaak heel wat meegemaakt, zelfs al in de buik van hun moeder. Dat zorgt ervoor dat ze bijvoorbeeld heftiger op prikkels reageren, dat ze onvoldoende emotionele en sociale vaardigheden hebben ontwikkeld, en dat relaties opbouwen moeizaam gaat. Een eigen kind opvoeden is al een hele uitdaging, een pleegkind opvangen geeft daar een extra dimensie aan. En zo komen we weer bij de handleiding.

 

Het boek

© Aurora training uitgeverij Het boek van Inge Vandeweege is op menig moment een eyeopener, niet alleen voor pleegouders, ook voor ouders en opvoeders in het algemeen

Pleegkinderen opvoeden gaat net zoals bij je eigen kinderen met vallen en opstaan. Als ouder van een eigen kind heb je van bij de geboorte een sterke band met hem of haar. In het gezin is een stabiele hechting ontstaan. Het kind zal dan ook alles doen om die band te behouden, en – misschien na wat mokken – toch doen wat je op dat moment eist. We spreken van ‘eisen’, zoals – wellicht herkenbaar – in volgende zinnen: “Maak je huiswerk nu, of anders geen tv vanavond”, of “In de hoek, jij, je mag je zus niet slaan en je zegt nu sorry.” Dat soort autoritatieve opvoeding is voor veel kinderen een vanzelfsprekendheid. De ouder heeft gezag, en doet aan bijsturing, stelt redelijke grenzen, is betrokken, straft en beloont.

Inge Vandeweege, de auteur van het boek Een (h)echte uitdaging. Pleegkinderen opvoeden met vallen en opstaan, is al jarenlang pleegouder. Ze rolde er enigszins in vanuit haar sociaal engagement, en zoals de titel van het boek aangeeft, is dat met vallen en opstaan gebeurd. Ze merkte dat het deels autoritaire opvoeden bij haar dochter prima werkte, maar dat het bij het toenmalige pleegkind helemaal geen effect sorteerde. Ook bij haar tweede pleegkind liep ze vast, maar dit keer bleef ze niet bij de pakken zitten. Na veel opzoekwerk en uitproberen, ontdekte ze dat oorzakelijk denken en ernaar handelen wél werkte. In plaats van op de symptomen te focussen, probeerde ze telkens te begrijpen wat er achter het ‘probleemgedrag’ schuilging. Ze zocht en vond manieren om haar pleegkind tot rust te brengen, om het emotioneel en sociaal vaardiger te maken. Ze beschrijft en onderbouwt dat in het boek aan de hand van wetenschappelijke studies, aangevuld met vele voorbeelden uit haar dagelijkse praktijk.

 

Een andere kijk op opvoeding

Het boek van Inge Vandeweege is op menig moment een eyeopener, ook voor ouders en opvoeders in het algemeen. Het biedt inzichten, en dat vanuit het perspectief en de beleving van het kind. Het toont hoe een bepaalde manier van opvoeden aanvoelt voor het kind. Het zorgt voor medeleven, begrip en vooral, wat je bij opvoeden het meest nodig hebt, geduld, geduld, geduld.

De auteur schrijft op een erg vlotte manier en schetst herkenbare situaties, die pleegouders en opvoeders kunnen helpen en inspireren, en die hen ook herinneren aan hun menselijkheid.

Als ze kon, zou Vandeweege wel duizend pleegkinderen in huis halen. Maar dat gaat natuurlijk niet. Door het boek uit te brengen, heeft ze toch een manier gevonden om misschien wel duizend pleegkinderen te helpen, maar dan via de lezers van het boek, namelijk de pleegouders en -zorgers. Een (h)echte uitdaging. Pleegkinderen opvoeden met vallen en opstaan is een aanrader, voor iedereen die met opvoeding is begaan en/of met gedragsproblemen te maken krijgt.

Een (h)echte uitdaging. Pleegkinderen opvoeden met vallen en opstaan, Inge Vandeweege, Aurora training uitgeverij, 2018, ISBN 978 94 9290 500 0

Meer informatie op: www.ingevandeweege.blog