Waarom niet meteen een rouwregister voor alle sterrenkindjes?

Opinie door Freddy Mortier, voorzitter deMens.nu.

Dezer dagen circuleert een wetsontwerp van minister van Justitie Koen Geens dat de akte voor een levenloos geboren kind tot de zesde maand van de zwangerschap regelt. Nadien moet die trieste gebeurtenis sowieso worden geregistreerd als een overlijden. Het wetsontwerp heeft nobele bedoelingen, maar bevat ook vreemde kronkels. Empathie voor ouders van sterrenkindjes is op zijn plaats. Maar dat mag een kritische lezing niet in de weg staan.

Die kritische houding is vooreerst op zijn plaats omwille van de duidelijke politieke koppeling tussen de hervorming van de abortuswet (“geef iets”) en de akte levenloos geboren kind (“neem iets”). Her en der leefde de vrees voor een Hongaars scenario. Daar kreeg het embryo in 2012 het statuut van een persoon. Het recht op abortus is in Hongarije sindsdien de facto onbestaand.

Die vrees blijkt onterecht. De voorliggende regeling is een stap vooruit, zeker als je die naast het voorstel legt dat Geens eerder deze legislatuur lanceerde. Er is niet langer sprake van een geboorteakte, maar van een aparte sectie bij het overlijdensregister. Dat sluit de piste van een rechtspersoonlijkheid voor de foetus.

Bovendien verplicht het nieuwe voorstel niet om van dit register gebruik te maken. Het toekennen van een voornaam – een achternaam hoeft niet – wordt een keuze van de ouders. Dat is belangrijk, want rouw is behalve een complex ook een persoonlijk proces. Onderzoek wijst uit dat sociojuridische erkenning veel ouders helpt om te gaan met het abstracte maar tegelijk erg tastbare gevoel van verlies. Voor anderen maakt de verpersoonlijking van de levenloze vrucht het schuldgevoel en het verwerkingstraject dan weer net zwaarder. Het is goed dat de politiek hier geen standpunt inneemt.

Die vrije keuze om een voornaam te laten registreren wordt wel begrensd, tussen de 140 en 180 dagen zwangerschap. En daar begint de wettelijke constructie alsnog te kraken. Want als het doel van de wetgever er louter in bestaat het rouwproces te faciliteren, dan is zeker die ondergrens van 140 dagen overbodig. Waarom zou zo’n register niet kunnen openstaan voor elke ouder, in welke fase de zwangerschap ook strandt?

Vermoedelijk speelden bij het instellen van die ondergrens eerst praktische overwegingen. Wanneer wordt de kans op een geboorte reëel? Dat is in theorie 140 dagen. Maar als je dan toch een grens hanteert, dan moet je die ook kunnen verantwoorden. En zo komt het dat men alsnog verwijst naar “evoluties binnen de neonatalogie waar de theoretische grens van de levensvatbaarheid lager ligt dan deze gehanteerd in het Burgerlijk Wetboek.”

Men haalt dus een theoretische kans op levensvatbaarheid van stal om een rechtsgrond te bouwen onder een in feite overbodige ondergrens. Want vergis u niet: ook in de neonatalogie ligt de werkelijke maatstaf voor levensvatbaarheid hoger dan op 140 dagen of 20 weken. Er is gewoonweg geen enkel geval bekend van een prematuur met enige overlevingskans wat dan ook op die leeftijd. Die is er wel tussen de 22 en 24 weken, evenwel met alle gevolgen van dien voor de latere levenskwaliteit. In de regel zullen neonatologen niet de held uithangen om een foetus kost wat kost te redden vooraleer die 24 weken oud is.

Het uitstapje langs de neonatalogie is niet het enige onlogische zijspoor in het bovenvermelde citaat uit de memorie van toelichting bij het wetsontwerp. Ook de verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek is dat. Want die geeft het ongeboren kind rechten op erkenning van een afstammingsband, erfenissen en schenkingen als en slechts als het levend en levensvatbaar ter wereld komt. Maar dit wetsontwerp gaat net over kinderen die levenloos ter wereld komen. Ze zijn dus allesbehalve levensvatbaar.

Kortom: er moest blijkbaar absoluut een ondergrens komen, desnoods een slecht onderbouwde. Terwijl aanstaande ouders natuurlijk niet exact op dag 140 – of eender welke andere dag – van een zwangerschap een emotionele band beginnen te ontwikkelen. Net daarom zou zo’n register dat rouw faciliteert zonder rechtspersoonlijkheid te scheppen best voor alle ouders van sterrenkindjes openstaan.

Deze wankele constructie is dus voor niks nodig; ook al vormt ze dan geen direct gevaar voor een uitholling van het recht op abortus. Het verdriet van de ene vrouw om een onvervulde kinderwens mag nooit worden misbruikt om de andere vrouw tot een ongewenste bevalling te dwingen, zoals in Hongarije. Die vrije keuze kan enkel en alleen bij de vrouw zelf blijven liggen.

Freddy Mortier, voorzitter deMens.nu