fbpx

“Ik geloof in de kracht van de liefde”

Interview met Soe Nsuki

Artikel verschenen in deMens.nu Magazine jg8 nr2

Voor haar grote première was comédienne Soe Nsuki zenuwachtig. Maar eens op het podium voelde ze zich als een vis in het water. Niet ongewoon als je bedenkt dat ze reeds meerdere podia overwon als comédienne en breakdancer. Tijdens haar comedyshow Soetopia, haar eerste zaalshow, neemt ze het publiek mee in een wereld waar optimisme de scepter zwaait. Ze gelooft in de kracht van de liefde en zorgt graag voor een lach op ieders gezicht. Allemaal met één nobel doel: anderen – en zichzelf – gelukkig maken.

Maya Richard

Durven denken

Positief denken, is dat een typische Soe-eigenschap?

Soe Nsuki: Ik gok dat ik daar aanleg voor heb. Beide kanten van mijn familie bezitten die eigenschap. Bekijk het zo: er zijn mensen die positief ingesteld zijn en er zijn mensen die negatief ingesteld zijn. Maar wat ze willen zeggen is hetzelfde. Iedereen wil weten hoe alles afloopt. We willen zekerheid over het leven en over de richting die het leven uitgaat. Maar zoiets is natuurlijk niet mogelijk. Positieve mensen proberen daarom zelf richting te geven. Negatief zijn is veel gemakkelijker en we trappen allemaal in die val. Soms is positief zijn eenvoudig: je staat op, de zon schijnt en je weet dat het een mooie dag wordt. Bij de minste tegenslag draait het gemoed echter honderdtachtig graden: je mist de bus, je auto heeft panne, je probeert iemand te bereiken die zijn gsm niet opneemt … Dat zijn allemaal ergernissen waardoor je in het negatieve vervalt. Ik probeer die negatieve gedachten te omzeilen en ik merk dat hoe vaker ik die brug oversteek, hoe makkelijker het wordt.

 

© Jeroen Vanneste

Je had het tijdens je jeugd niet altijd eenvoudig en voor je gezin was het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Helpt het om op zo’n momenten positief in het leven te staan?

Nsuki: Armoede zorgt voor een verminderd zelfvertrouwen. Je voelt je minderwaardig, omdat je als tiener bepaalde schoenen niet kon kopen of niet mee op een schoolreis kon gaan. We hebben zeker moeilijke tijden gekend. Zo heb ik twee jaar geleden voor het eerst een winterjas gekocht. Mensen beseffen dat niet, maar een goede winterjas is een dure investering. Wat mij echter het meest bijblijft, is dat onze mama met een koekje en een appelsapje klaarstond wanneer wij van school thuiskwamen. ’s Avonds speelde ik met mijn broers in de zetel: we lachten vaak, we maakten soms ruzie … Het klinkt wellicht heel Amerikaans, maar we hebben steeds veel liefde gekend.

 

Die armoede en dat levensverhaal verwerk je in je comedy. Doe je dat bewust?

Nsuki: Als ik eerlijk ben, niet echt. Comedy is een persoonlijke uitingsvorm die heel noodzakelijk aanvoelt. Je wil over je leven vertellen en de onderwerpen die je daarvoor aansnijdt zijn niet doelbewust gekozen om de maatschappij te beïnvloeden. Elke comedian of comédienne vertelt een verhaal vanuit zijn of haar perspectief. Dat is het grote verschil tussen theater en comedy. Bij theater, en ook bij film, gaat het vaak om een verhaal dat moet worden verteld. Bij comedy is het gewoon ontdekken wat grappig is.

 

Vrijheid als hoogste goed

Hoe zou de wereld er voor Soe Nsuki uitzien, mocht je alles kunnen doen en laten. Volledige vrijheid?

Nsuki: Ik vraag mij dat soms af als ik mij slecht voel. Ik stel mezelf dan de vraag: “Wat wil je dan? Dat alles altijd op jouw manier zou gaan?” Voor mij hoeft die vraag niet beantwoord te worden. Ik zou trouwens voor alle clichés gaan. Ik wil veel geld om een huis voor mijn broers en mijn mama te kopen. Nadien zou ik het geld aan mijzelf besteden. Ik hoef geen kast van een huis, gewoon wat centjes om geen financiële zorgen te hebben. Ik zou zowel blijven dansen als comedy blijven beoefenen. Want momenteel komt het breakdancen op de tweede plaats en dat ervaar ik als een gemis. Ten slotte wil ik graag altijd mooi weer, met misschien een maandje wat regenachtig, zodat je naar betere tijden kan uitkijken.

 

“Zelf richting aan het leven geven”

 

Breakdancen is je eerste passie?

Nsuki: Ik dans al mijn hele leven. Op mijn zesde ben ik met ballet begonnen, maar uiteindelijk ben ik ermee gestopt. Je moet daar toch een zekere fysionomie voor hebben, je moet grofweg een ‘stekske’ zijn. Ik wil die dansers zeker niet beledigen, ze zijn heel lenig en gracieus. Maar de dans is ook heel uniform en ik merkte dat ik daar niet in pas. Op mijn negentiende ontdekte ik het breakdancen en bloeide ik open. De dans komt tot stand via trial-and-error en is autodidactisch. Er is geen leerkracht of mentor die zegt dat je goed bezig bent of niet. Je maakt er je eigen ding van en net dat maakt het zo cool.

 

Foto’s © Jeroen Vanneste

 

Het lijkt alsof je een zekere vrijheid ervaart bij het breakdancen?

Nsuki: Net zoals bij comedy is er bij breakdancen een soort van oneindigheid. Je kan blijven leren en er heerst een groot communitygevoel. Samen dansen, samen comedy doen, dat voedt mij. Maar breakdancen was doorslaggevend voor mijn zelfvertrouwen. De battles zijn enorm intens. Je springt op tafel voor honderd, vijfhonderd of soms wel duizend mensen. Dansen komt niet vanzelf, maar praten doe ik dagelijks. Daardoor is er bij comedy een veel lagere drempel. Bij het breaken moet je alles kunnen loslaten.

 

Naast breakdance en comedy maak je ook filmpjes voor Charlie Mag, een online magazine met een vrouwelijke blik op de wereld. Wat mij in die filmpjes opvalt, is dat je altijd recht voor de raap bent. Je zegt wat je denkt. Is dat ook zo’n eigenschap van jou?

Nsuki: Enerzijds ben ik heel empathisch en dat kan irritant zijn. Vroeger was dat nog erger. Dan maakte ik een grapje en excuseerde ik mij onmiddellijk. Een beetje zoals daarnet met die opmerking over ballerina’s. Ik ben namelijk zelf heel gevoelig en met onvoldoende zelfvertrouwen denk je al snel dat elk grapje over jou gaat. Ik schoot voor anderen in de bres en spendeerde daar veel tijd en energie aan. Momenteel ben ik empathisch op een gezondere manier. Ik wil nog steeds weten hoe iedereen zich voelt, maar mijn empathie is beter in evenwicht. Anderzijds bestaat er op het podium een andere dimensie en dan zeg ik inderdaad wat er in mij opkomt. Maar een grapje over iemand in een rolstoel of een homokoppel bijvoorbeeld, daar voel ik de noodzaak niet toe …

 

“Liefde en verbinding, daar draait het om”

 

Ben je een piekeraar? Lig je soms wakker van dingen die je anders had kunnen doen?

Nsuki: Sinds ik minder dans, pieker ik meer. Een heel vervelende correlatie. Dat komt omdat ik heel lichamelijk ben. Ik ben ervan overtuigd dat we met z’n allen te veel piekeren, omdat we te weinig in touch met ons lichaam zijn. Hoe meer ik dans en hoe meer ik beweeg, hoe beter ik mijn gedachten kan verzetten. Dus waarom piekeren wij? Omdat wij allemaal vier uur per dag in de file staan, de hele dag op het werk stilzitten en ons ’s avonds gewoon door het scherm laten entertainen. Dat lichamelijke is zo belangrijk, maar in Vlaanderen hebben we daar te weinig aandacht voor.

 

Eén voor allen, allen voor één

Een gegeven dat in interviews met jou vaak naar boven komt, is het feit dat je een vrouw in de comedywereld bent en dat dit opmerkelijk is. Toch benadruk je dat er binnen de gemeenschap helemaal niet zo’n punt van wordt gemaakt. Waarom wel door de buitenwereld, denk je?

© Jeroen Vanneste

Nsuki: Mensen in de comedywereld geven eigenlijk maar om één ding en dat is goede grappen maken. Wanneer je in die kringen terechtkomt en je goede comedy schrijft en maakt, dan geeft niemand een zier om hoe je eruitziet, met of zonder tieten. Ze zijn misschien wel blij met het nieuwe perspectief, maar het draait toch hoofdzakelijk om de vaardigheid. Terwijl de buitenwereld wat in oude stereotypen blijft hangen. Bij muzikanten praten ze toch ook niet meer over een coole drumster of contrabassiste?

Natuurlijk is er wel nood aan vrouwelijke rolmodellen. Een vriendin van mij, die redacteur bij Charlie Mag is, zegt altijd: “You can’t be what you can’t see.” Daar zit zeker waarheid in. Ik wilde vroeger lang blond haar hebben. En dat komt omdat je bij het opgroeien alleen maar prinsessen en barbies met blonde lokken ziet. Niet dat iedereen naar wie je opkijkt er net als jezelf moet uitzien, maar er is gewoon een gebrek aan vrouwelijke rolmodellen. Dan spreken we nog niet over bruine of zwarte vrouwelijke rolmodellen, vrouwen met een hoofddoek, vrouwen in een rolstoel … In Amerika zijn er aanzienlijk meer vrouwelijke rolmodellen. Denk maar aan Ellen DeGeneres, Tina Fey, Tiffany Haddish … of Oprah Winfrey! Op de Vlaamse televisie moet je zoeken, hoor …

Ik ben geen comédienne geworden om een rolmodel te zijn, maar als iemand naar mijn optredens of filmpjes kijkt en denkt of gelooft dat hij of zij het ook kan, dan is dat positief. Hoe meer perspectieven, hoe beter. Dat is natuurlijk geen enkele garantie dat het ooit gaat lukken. Maar als ik er mee voor kan zorgen dat mannen en vrouwen, ook zij die niet in een hokje passen, er kunnen bijhoren, dan vind ik dat super!

 

Ben je een feministe? Of gebruik je, zoals sommigen, dat woord niet graag?

Nsuki: Ik ben dat zeker en vast. Ik weet dat sommige mensen over dat woord struikelen. Feminisme wordt geassocieerd met mannenhaat, okselhaar en het verbranden van beha’s. Maar het is toch simpel, feminisme gaat over gelijkheid tussen man en vrouw, én het gaat evengoed over mannelijkheid. Hoe belachelijk is het bijvoorbeeld dat mannen amper tien dagen vaderschapsverlof krijgen? Waarom is de vaderrol nog steeds niet even belangrijk? Of de grapjes die over mannenverkrachtingen in de gevangenis worden gemaakt? Dat is helemaal niet grappig, integendeel, het is pijnlijk dat je daar als man niet mee naar buiten kan komen.

Mensen schieten in een kramp bij het woord feminisme. Het gaat erover dat we elkaar als mensen bekijken en niet als man of als vrouw … Ik heb vier broers, ik heb een vriend die ik heel graag zie, ik heb mijn papa, mijn ooms … Ik ben dus zeker geen mannenhater.

 

Atheïst tot in de kist

Hoe sta je tegenover geloof?

Nsuki: Zoals de meeste gezinnen in Kalmthout, waar ik ben opgeroeid, zijn wij christelijk opgevoed. In de jaren negentig deed bijna iedereen zijn of haar communie.

© Jeroen Vanneste

Ik herinner me nog het moment in de godsdienstles dat de juf vertelde dat Jezus in het begin een sekteleider was. Ik vroeg me dan af wat het verschil tussen hem en alle anderen was. Waarom is het verhaal van Jezus waar en dat van de anderen niet? Dat is de eerste keer dat ik ben beginnen te twijfelen. Voordien was ik wel gelovig. Mijn kleine broer heeft een hersenvliesontsteking gehad en wij mochten niet binnen op de kinderafdeling van het ziekenhuis. Ik heb toen veel gebeden in de hoop dat hij erdoor zou komen, wat gelukkig ook is gebeurd. Het geloof speelde dus wel een rol in mijn leven. Vandaag ben ik agnost. Het is bizar, maar ik heb met het woord atheïsme hetzelfde als sommigen met het begrip feminisme hebben. Het is een sterk woord en als ik eerlijk ben, weet ik het allemaal niet. De familie langs mijn moeders kant, de Vlaamse tak, is niet meer gelovig en die familieleden verwachten ook geen doopsel of communie van hun (klein)kinderen. Maar aan mijn vaders kant, de Nsuki’s, zijn ze heel gelovig. Als ze iemand een gelukkige verjaardag wensen, dat hoort daar steevast ook een “God bless you” bij. Dat is lief en mooi, maar wij, de Belgische Nsuki’s, vallen daar een beetje buiten.

Ik wil niemand zijn geloof ontnemen. Ik wil het niet afdoen als iets stoms, want ik geloof dat het waarde heeft. Ik kan er niet tegen als niet-gelovigen ‘begrijpen’ dat geloof een soort van houvast kan zijn. En dan een houding aannemen van: arme mensen, ze weten niet beter. Dat is gewoonweg arrogant. Geloof en spiritualiteit gaan heel diep voor mensen. Dat is niet alleen een houvast in moeilijke tijden, het is ook een onderdeel van wie ze zijn.

 

Misschien is jouw manier van denken, je positief denken, je eigen soort religie?

Nsuki: Als mensen mij vragen waarin ik geloof, dan antwoord ik vaak dat ik in mijzelf geloof. Uiteraard niet als goddelijke figuur. (lacht) Ik ga weer sentimenteel doen, maar ik geloof in de kracht van de liefde. Mijn nicht uit Amerika zegt altijd: “God is love.” Liefde is voor mij de grootste kracht en die komt van mijzelf, maar bovenal verbindt ze mensen. Onlangs hoorde ik een politicus op televisie zeggen dat het essentieel is om hevig te discussiëren en nadien toch samen te gaan eten. Die redenering treed ik bij. Natuurlijk zijn er grenzen en zijn sommige visies zo afschuwelijk dat ik niet gezellig met de voorstanders ervan kan gaan dineren. Hoe dan ook, ik tracht de verbinding tussen mensen te vinden. Dat lost niet alles op en we moeten uiteraard niet allemaal Kumbaya aan een kampvuur zingen. Maar het begrip voor elkaar is belangrijk, in plaats van er hard tegenin te gaan. Liefde en verbinding, een echt gesprek, daar draait het om. Sommigen zullen die gedachte heel sentimenteel vinden en verkondigen dat ik niet in de echte wereld leef. Maar kijk, ik ben hier toch, hé? Mijn geloof is liefde.

Foto bovenaan © Jeroen Vanneste

© Jeroen Vanneste

 

Lees meer artikels uit deMens.nu Magazine jg8 nr2.

Geïnteresseerd in meer nieuws uit de vrijzinnig humanistische gemeenschap?

Lees ook deMens.nu in 2018.