fbpx
deMens.nu

Breken met genderstereotypen

Ook in geval van partnergeweld

Artikel verschenen in deMens.nu Magazine jg9 nr3

In België is één op de tien mannen slachtoffer van partnergeweld. Zesenvijftig procent van hen durft er niet over te praten. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. “Mijn vrouw probeerde het stereotiepe beeld dat de man de vrouw slaat echt uit te buiten. Ze daagde me uit om terug te slaan, het enige dat ik dacht was: Serge, blijf kalm.” Zelf belandde Serge Voermantrouw meermaals in het ziekenhuis.

Eline Andries

Hij wil niet anoniem getuigen, maar duidelijk met naam en toenaam zijn verhaal vertellen. Serge Voermantrouw, 52 jaar, al zijn hele leven schilder en behanger van beroep, woont met zijn drie kinderen in Sint-Niklaas. “Zolang ik bij mijn vrouw woonde, voelden het geweld en de vernederingen aan als schaamte. Dat is volledig omgekeerd nadat ik wegvluchtte.” De schaamte liet hij achter, samen met de jaren van onzekerheid en uitzichtloosheid. “Nu voel ik geen onbehagen meer. Het partnergeweld is iets dat mij overkwam, waar ik zelf niets aan kon doen.” Met zijn relaas wil Voermantrouw ook de strijd aanbinden tegen het ongeloof bij het gerecht. “Ik weet zeker dat ik niet alleen ben. Er zijn nog mannen die vechten voor hun gelijk. Je uitleg doen aan het gerecht en niet geloofd worden, dat geeft je een gevoel van hopeloosheid. Er moet iets mee gebeuren.”

taboe man
Het taboe bij mannelijke slachtoffers van partnergeweld is groot; slechts een derde van hen neemt iemand in vertrouwen om erover te praten © Shutterstock.com

Zes jaar lang zat Voermantrouw in een thuissituatie waar er sprake van partnergeweld was. Hij probeerde te ontsnappen met de auto, maar raakte bewusteloos doordat zijn vrouw hem in een wurggreep hield. Na het rammen van drie voortuinen over een afstand van honderd meter, liet ze hem los. “Dat is de enige reden waarom ik nog leef en dit kan navertellen.” Aan die bewuste dag gingen er jaren van sluimerend geweld vooraf.

“Eigenlijk gebeurde dat allemaal geleidelijk aan, stap voor stap. In principe was er al van alles gebeurd, zonder dat ik besefte dat de grenzen verschoven.” Nadat hij een maand of drie samen was met zijn toenmalige buurvrouw, begon het met kleine vernederingen. “Als ik met iets aan het sukkelen was en dat moest herdoen bijvoorbeeld. Dan begon ze mij een beetje belachelijk te maken. Niet dat het meteen opviel. Het waren eerder woorden die vielen zoals: ‘Sukkelaar, kan jij dat nu niet?’ Een laag zelfbeeld creëren, daar begon het mee. Ze liet mij een nietsnut voelen, ook tegenover haar kinderen.”

Met die kinderen had Voermantrouw een goede band. “Het zijn lieve kinderen, die hingen aan mij en zij zag dat. Als ik iets dat zij wilde niet deed, dan zou ze de kinderen daarvoor straffen. Dat raakte mij natuurlijk. Zij gebruikte haar kinderen om mij te chanteren.” In het begin kregen de kinderen kleine straffen. Na een tijd mondden die straffen uit in fysiek geweld en kregen ze een pak rammel. “Alles begon zachtjes. Geleidelijk aan verlegde ze je grenzen. Het moment waarop je beseft dat je grens is overschreden, zit je in een situatie waar je moeilijk uit raakt.”

Onbenullige ruzies leidden naar fysiek geweld. Na zes maanden samenzijn, belandde Voermantrouw wel eens in het ziekenhuis. Niet met een blauwe plek, maar met een hersenschudding. “Ik werd in mijn rug aangevallen met een volle thermoskan. Daar sloeg ze dan eens goed mee op mijn hoofd. Ruzies ontstonden altijd uit banaliteiten of als ze haar zin niet kreeg.” Een andere keer smeet ze hem door de ruit van de veranda. “Net zoals in een tekenfilm pakte ze mij bij mijn kraag en broeksriem vast. Ik gaf mezelf nog een zetje bij, want anders was ik in de helft van die ruit blijven hangen.”

partnergeweld
Partnergeweld komt voor bij alle genderidentiteiten, alle leeftijdscategorieën, alle sociaal-economische klassen, alle culturen en zowel binnen heteroseksuele als homoseksuele relaties © Shutterstock.com

Alsof hij terugdenkt aan een kwajongensstreek uit zijn kindertijd, lacht Voermantrouw: “Dat was echt niet normaal, dat was een sterke vrouw. Wanneer ze woest was, was ze niet in te schatten.” Niet Voermantrouw, maar een van de kinderen nam het initiatief om naar de politie te bellen. “Ze was mij aan het bewerken met de helm van de bromfiets. Ik vluchtte naar buiten, waar ze mij bewusteloos sloeg. Na een poging om mij te wurgen, duwde ik me recht.” Op dat moment kwam de politie toe. “Die kon niets meer doen want ik stond al recht, waardoor mijn vrouw niet op heterdaad werd betrapt. Mocht ik gehoord hebben dat de politie eraan kwam, met sirene, was ik waarschijnlijk blijven liggen.”

De agenten stelden een proces-verbaal op met onder andere hun eigen bevindingen. “Wat ik niet wist, is dat ze al een verleden had. De politie was daarvan op de hoogte, dus die geloofde mij.” Bij de politierechtbank in Dendermonde werd alles echter geseponeerd. Niet ernstig genoeg of door een gebrek aan bewijzen. “Ik had nochtans medische attesten, maar mijn vrouw beweerde dat ik die verwondingen zelf had toegebracht. Ook al zei de dokter dat ik niet bij de plaats van de wonde kon. Ik stond nergens. En zij wist dat.”

 

“Partnergeweld komt voor bij alle genderidentiteiten, alle leeftijdscategorieën, alle sociaal-economische klassen, alle culturen en zowel binnen heteroseksuele als homoseksuele relaties”

 

Boys don’t cry

Mannen zijn stoer, competitief en leidinggevend. Vrouwen lief, mooi en zorgzaam. Naast de vraagtekens die we sowieso bij die binaire opdeling kunnen plaatsen, moeten we erkennen dat er nog steeds een genderstereotiep beeld in onze maatschappij heerst. Die hardnekkige luchtspiegeling over hoe we naar mannelijkheid en vrouwelijkheid kijken, heeft een impact op onze perceptie over dader- en slachtofferschap bij partnergeweld. Partnergeweld komt voor bij alle genderidentiteiten, alle leeftijdscategorieën, alle sociaal-economische klassen, alle culturen en zowel binnen heteroseksuele als homoseksuele relaties.

Tijdens een grootschalig onderzoek van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen verklaart 12,5 procent van de respondenten minimum één daad van geweld te hebben ervaren door hun (ex-)partner over de periode van een jaar. Eén op de tien mannen is slachtoffer van partnergeweld. Bij vrouwen is dat één op de zeven. In 92 procent van de gevallen gaat het bij mannen om psychisch geweld zoals vernederingen, getreiter en overdreven controlegedrag. Bij de overige 8 procent gaat het om fysiek geweld. Het taboe bij mannelijke slachtoffers is groot. Slechts een derde van hen neemt iemand in vertrouwen om erover te praten.

“Als man dacht ik: wie gaat mij geloven? Het moment dat je doorhebt dat er iets miszit, is het eigenlijk al te laat.” © Shutterstock.com

Koen Dedoncker van vzw Zijn, een van de organisaties achter de campagne #OokMannenMakenHetMee, is niet verbaasd dat er zo weinig mannelijke slachtoffers met hun verhaal naar buiten komen. “Als man is het al moeilijk om jezelf als slachtoffer te zien, omdat je reeds met je eigen stereotypen leeft. Wanneer je er dan na lang twijfelen mee naar buiten komt en niet wordt geloofd of wordt weggestuurd met de simpele boodschap om jezelf te ‘vermannen’, heeft dat natuurlijk weinig zin.” Politieagenten, hulpverleners, dokters en andere mensen die in contact komen met slachtoffers van partnergeweld, moeten zich ervan bewust zijn dat iedereen slachtoffer kan zijn.

Volgens Dedoncker is een ruime bewustmaking nodig, maar niet evident. “Eerdere bewustmakingsgolven rond geweld kwamen voornamelijk uit de vrouwenbeweging. Vrouwenorganisaties hebben ervoor gezorgd dat er opvangtehuizen kwamen en werkten mee de hulpverlening uit. Daarbij focusten ze vaak op vrouwelijke slachtoffers. Daarom moeten wij nu enigszins tegen een dertig of veertig jaar oude geschiedenis ingaan. Je merkt dat sommige – zeker niet alle – vrouwenorganisaties daar niet happig op zijn.” Vrouwen hebben dankzij de vier feministische golven de stereotypen wat meer van zich kunnen afschudden, maar voor mannen veranderde er weinig. “Daarom gaan wij met vzw Zijn naar scholen om met jongens en meisjes te werken rond emoties, relaties en geweld. Door de stereotypen open te breken, leren we kinderen om simpelweg meer mens te zijn.”

 

“Politieagenten, hulpverleners, dokters en andere mensen die in contact komen met slachtoffers van partnergeweld, moeten zich ervan bewust zijn dat iedereen slachtoffer kan zijn”

 

Seksueel geweld

Een andere hardnekkige fabel is dat een aanranding of verkrachting binnen een relatie niet kan voorkomen. Alsof je het recht om ‘neen’ te zeggen opgeeft van zodra je met iemand samen bent. Uit onderzoek blijkt dat slachtoffers van seksueel geweld binnen een relatie vaak zwijgen uit loyaliteit, angst, schaamte of onwetendheid over de strafbaarheid ervan. “Maar ook tijdens een intakegesprek of een verhoor van de politie wordt er te weinig gevraagd of er sprake is van seksueel geweld”, zegt Karen Casier van het Family Justice Center in Mechelen. “Uit mijn ervaring bij het FJC kan ik mij niet voorstellen dat, als je ruzie maakt in de living, alles vredig en zonder machtsmisbruik verloopt in de slaapkamer.”

“Het mag niet van je gender afhangen of je als slachtoffer hulp krijgt of niet, idem met aangesproken worden op je gedrag als pleger”, aldus seksuoloog Alexander Witpas © Shutterstock.com

Bij Voermantrouw verliep het niet anders. “Wij sliepen al lang niet meer samen. Mijn vrouw sliep op de zetel en ik in bed. Dat vond ik best oké, want ik zou het niet meer gedurfd hebben. Nadat ik ging slapen, bleef ik vaak nog half wakker liggen, een beetje alert, uit schrik dat ze mij ’s nachts nog zou komen aanvallen.” Ook in zijn relatie was er sprake van seksueel geweld. “Het kan heel raar zijn, maar er zijn dingen gebeurd waarvan je denkt: als ik dat als man zou doen, zou ik wel de gevangenis invliegen. Ik wist niet dat dat kon, maar ik ben zonder opwinding tot een ejaculatie gekomen. Ik lag op mijn rug en zij zat bovenop mij. Met haar hand op mijn keel, me half wurgend, me half in bedwang houdend. Laat het maar komen, dacht ik, dan ben je er vanaf.”

De eerste keer dat Voermantrouw erover praatte, was met een psycholoog van het Centrum Algemeen Welzijnswerk, het CAW. “Dat was jaren na de feiten. Ik ben er niet mee naar de politie gestapt, dat vond ik sowieso te gênant.”

“Als we de strijd tegen gendergeweld en seksueel geweld serieus willen nemen, mag het niet van je gender afhangen of je als slachtoffer hulp krijgt of niet”, zegt seksuoloog Alexander Witpas. “Idem met aangesproken worden op je gedrag als pleger. Je kan niet pleiten voor gendergelijkheid en tegen seksueel geweld, als je je niet bezighoudt met mannelijke slachtoffers en vrouwelijke plegers.” Seksualiteit moet beter bespreekbaar gemaakt worden onder professionals. Daarom werkte het FJC uit Mechelen in samenwerking met Sensoa, het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid, het traject ‘ongestelde vragen’ uit. “Want mannen zitten dan nog eens opgescheept met een tweevoudig stigma”, zegt Casier. “Welke man vertelt makkelijk dat hij zich slachtoffer voelt? Laat staan slachtoffer van seksueel geweld?”

 

“Seksualiteit moet beter bespreekbaar gemaakt worden onder professionals”

 

Dynamiek van geweld

Een slachtoffer van partnergeweld getuigt: “Het moment waarop je beseft dat je grens is overschreden, zit je in een situatie waar je moeilijk uit raakt.” © Shutterstock.com

Partnergeweld is een maatschappelijke problematiek die een brede aanpak vereist. “Noch een maatschappelijk assistent in begeleidingsdienst, noch de politie, noch het parket kan dat alleen aan”, zegt Casier. “Met onze ketenaanpak zorgen we ervoor dat de drie multidisciplinair samenwerken en informatie uitwisselen.” Ook tussen dokters en politie ziet Voermantrouw de nood aan een hecht partnerschap. “Er zou een dokter van wacht paraat kunnen staan om zelf naar het politiebureau te komen om de vaststellingen te doen. Ik had er vaak de moed niet meer voor om ook daar nog langs te gaan.”

Casier vindt het ook belangrijk om te werken rond de dynamiek van geweld. “In een proces-verbaal ben je ofwel de verdachte ofwel het slachtoffer. Dat is jammer, omdat je meteen een etiket krijgt opgeplakt. Geweld is nooit oké, maar als het een uiting van frustratie is, moet daar iets mee gebeuren. Door mensen als slachtoffer te bestempelen, maak je hen niet sterker. Door hen alleen als pleger te zien, demoniseer je ze. Ik benader mensen liever vanuit hun rol als ouder door de impact op de kinderen te verkennen.”

Net voor de corona-uitbraak startte het FJC met een lotgenotengroep voor mannen die zichzelf als slachtoffer van partnergeweld zien. Casier: “Helaas zijn ze nog niet fysiek kunnen bijeenkomen, maar we vonden het toch noodzakelijk om het aanbod uit te werken.” “Een goed idee”, vindt Voermantrouw. “Als man dacht ik: wie gaat mij geloven? Het moment dat je doorhebt dat er iets miszit, is het eigenlijk al te laat.” Een organisatie waar Voermantrouw zelf veel aan heeft gehad, is Tele-Onthaal. “Daar heb ik urenlang mee aan de lijn gehangen. Vooral op momenten dat ik niet naar het ziekenhuis durfde te gaan of net van de politie kwam. Om de tijd te rekken, bleef ik dan in de auto telefoneren met iemand van Tele-Onthaal. Ik wilde nog niet naar huis. Ik wilde gewoon gehoord worden.”

 

Waar kan je terecht?

  • Iedereen die met geweld te maken krijgt – slachtoffer, pleger of omstaander – kan terecht op het gratis nummer 1712 of op www.1712.be
  • Voor informatie over de mannelijke lotgenotengroep van het Family Justice Center in Mechelen kan je mailen naar fjc@mechelen.be