fbpx
deMens.nu

Kate Kirkpatrick op de Nacht van de Vrijdenker: De scandaleuze Tweede sekse

Begin 2020 verscheen de Nederlandse vertaling van Simone de Beauvoir. Een leven. In deze nieuwe biografie werpt de Amerikaanse filosofe Kate Kirkpatrick een nieuw licht op de Beauvoir, die al te vaak wordt afgeschilderd als willoze muze van haar partner, Jean Paul Sartre. De biografie doet de Beauvoir recht als zelfstandig denker, en haalt haar uit de schaduw van haar bekende levensgezel. Het boek kreeg ronkende recensies en werd omschreven als de beste biografie van de Beauvoir tot nog toe. In normale omstandigheden zou Kirkpatrick naar Gent zijn afgereisd om op de Nacht van de Vrijdenker over haar boek in gesprek te gaan, maar u weet intussen wel wat daar een stokje voor stak. Niet getreurd: u kunt haar nog steeds aan het werk horen, zij het op het online openingsevent op vrijdag 13 november. Een voorsmaakje:

Dit artikel verscheen eerder in De Geus, nr.4 , oktober 2020

In De bloei van het leven schreef de Beauvoir dat ze in de vroege jaren dertig de zin niet zag van ‘feminisme’ en de ‘strijd der seksen’. Hoe kwam ze er dan toe om de zogenaamde ‘feministische bijbel’ te schrijven?

Toen De tweede sekse verscheen was de Beauvoir 41 jaar. Ze had gezien hoe haar moeder had geleden onder de volstrekt on- gelijke relatie met haar vader. Als kind had ze er bezwaar tegen gehad om ‘als een meisje’ te worden behandeld,  omdat ze had geleerd dat jongens en meisjes gelijk waren in de ogen van God. Sinds de dag dat een winkelbediende van een boekhandel haar had geconfronteerd met zijn geslacht, had ze zich vaak ongemakkelijk gevoeld in het gezelschap van onbekende mannen. Ze had Zaza verloren, die was gestorven in de nasleep van een hele reeks ruzies over de waarde van een bruidsschat, fatsoen en liefde. Ze had gezien hoe haar vriendinnen infecties kregen en in het ziekenhuis belandden na een illegale abortus. Ze had vrouwen ontmoet die niets wisten over de functies en genoegens van hun eigen lichaam. Ze had andere landen bezocht, waardoor ze was gaan inzien dat culturele gebruiken op noodzakelijkheden gaan lijken, simpelweg omdat ze gewoonte worden. Ze had de eerste bladzijden van de roman Ravages van haar vriendin Violette Leduc gelezen en was geschokt door haar eigen verwarring bij de openhartige gesprek- ken over vrouwelijke seksualiteit daarin: ‘over vrouwelijke seksualiteit zoals geen vrouw nog ooit heeft gedaan, met waarachtigheid en poëzie en nog meer.’

In Pyrrhus et Cinéas had de Beauvoir gezegd dat iedereen zijn plaats in de wereld moest innemen, maar dat slechts enkelen van ons vrij waren om te kiezen welke plaats ze wilden bezetten. De menselijk situatie is dubbelzinnig: we zijn zowel subject als object. Als object wordt onze wereld begrensd door beperkingen die anderen ons opleggen. En als subject bewerkstelligen onze handelingen niet alleen onze vrijheid, maar creëren ze ook nieuwe voorwaarden in de wereld voor anderen. Als achttienjarige had de Beauvoir in haar dagboek geschreven dat er ‘wat betreft de liefde ook dingen waren om te haten.’ In haar romans uit de jaren veertig had ze de grenzen tussenfilosofie en literatuur overbrugd. Maar in De tweede sekse betoogde ze dat wat men in de naam van ‘liefde ’ deed, eigenlijk geen liefde was. Ze overschreed allerlei grenzen, tussen het persoonlijke, het filosofische en het politieke. En hoewel ze om die reden door sommigen werd geprezen, zou de Beauvoir er ook om worden verguisd door anderen. Het zou tientallen jaren duren voordat het werk erkenning kreeg als feministische klassieker. Waarom wekte dit boek zowel die sterke afkeer als – latere – bewondering?

In de eerste regel van De tweede sekse verhulde de Beauvoir haar aarzelingen en irritatie bij het onderwerp niet. ‘Lang heb ik geaarzeld met het schrijven van een boek over de vrouw,’ schreef ze. Maar er was in de eeuw daarvoor een ‘geweldige hoeveelheid dwaasheden gedebiteerd’ – waarin het verlies van vrouwelijkheid werd betreurd en vrouwen ertoe werden ‘aangespoord om ‘vrouw te zijn, vrouw te blijven en vrouw te worden.’ Ze kon niet langer passief blijven toekijken.

De terughoudendheid van de Beauvoir valt beter te begrijpen als we ernaar kijken vanuit de context. In 1863 schreef Jules Verne een roman genaamd Paris au XXe siècle (vertaald als: Parijs in de twintigste eeuw). Vrouwen zouden broeken gaan dragen, zo voorspelde hij, en ze zouden als mannen worden opgevoed. Andere romans van Jules Verne schreven over fantastische menselijke prestaties: onderzeeërs, mensen die de wereld rondreizen in tachtig dagen – ja, zelfs reizen naar de maan! Maar ondanks de reputatie van Verne als succesvol wetenschapper, was dit een stap te ver: zijn literaire agent vond Parijs in de twintigste eeuw veel te vergezocht. Maar in de Beauvoirs generatie droeg Coco Chanel een broek en de ‘flappermode’ zorgde ervoor dat androgynie een trend werd. Vrouwen traden in ongekende aantallen toe tot de arbeidsmarkt. Ze hadden zojuist stemrecht gekregen. Sommigen van hen versloegen de mannen bij nationale examens. Vrouwen mochten echter nog steeds geen eigen bankrekening openen – en dat zou zo blijven tot de herziening van de Code Napoléon in 1965. Maar tegen het einde van de jaren veertig was ‘feminisme’ – een woord dat destijds werd geassocieerd met de campagne voor het vrouwelijk kiesrecht – dépassé in zowel Amerika als Frankrijk. In dat decennium hadden vrouwen immers het recht gekregen om te stemmen. Wat wilden ze nog meer?

Toen de Beauvoir de geschiedenis bestudeerde, ontdekte ze dat mensen de gewoonte hebben om naar het lichaam te kijken en mensen op basis van fysieke kenmerken in te delen in kasten – soms zelfs in kasten die tot slaaf werden gemaakt. Niemand twijfelde eraan dat dit zo was in het geval van rassen. Maar, zo vroeg de Beauvoir zich af, hoe zat het met de seksen? Ze betoogde dat mannen vrouwen als ‘ander’ definieerden en degradeerden tot een afzonderlijke kaste: de tweede sekse.

Door haar ervaringen in Amerika en gesprekken met vrouwen daar, wist de Beauvoir dat er feministen waren die eraan twijfelden of het woord ‘vrouw’ een bruikbare term was. Ze meende echter dat ze te kwader trouw waren. Vrouwen zoals Dorothy Parker dachten dat de ongelijkheid tussen de seksen kon worden opgelost door vrouwen te zien als ‘mens’ in plaats van als ‘vrouw’. Maar volgens de Beauvoir was het probleem met dat standpunt – ‘we zijn allemaal mensen’ – dat vrouwen geen mannen zijn. De gelijkheid die zij op dat niveau met elkaar delen is abstract en de mogelijkheden voor mannen en vrouwen zijn verschillend.

Elk mens bevindt zich in een unieke situatie en in concrete zin zijn de situaties waarin mannen en vrouwen zich bevinden ongelijk. Maar waarom? Iedereen kan zien, zei de Beauvoir, dat mensen zijn verdeeld in twee categorieën, dat ze verschillende lichamen, gezichten, kleding, interesses en bezigheden hebben. Maar om als vrouw te worden gezien was het voor velen niet genoeg dat vrouwen bepaalde voortplantingsorganen hadden. Er waren immers ook vrouwen die ze wel hadden maar er niettemin van werden beschuldigd ‘onvrouwelijk’ te zijn. Toen de vrouwelijke romanschrijver George Sand zich niet stoorde aan conventionele vrouwelijkheid, noemde Gustave Flaubert haar ‘het derde geslacht’.

Daarom vroeg de Beauvoir zich af: als fysiek vrouw zijn niet voldoende voorwaarde is om vrouw te worden genoemd, wat is dan een vrouw?

de Beauvoirs antwoord op die vraag was dat een vrouw is wat een man niet is. Vrij naar Protagoras: ‘de man is de maat van alle dingen’ – de man is de norm waarmee de mens wordt beoordeeld. De hele geschiedenis zijn vrouwen door veel mannen gezien als inferieure wezens wier opvattingen niet relevant waren in ‘menselijke’ kwesties. Zelfs in de jaren veertig merkte de Beauvoir dat haar mening eenvoudigweg kon worden genegeerd op grond van het feit dat het de mening van een vrouw was:

‘Ik erger me vaak wanneer ik in de loop van een of andere discussie over een abstract onderwerp te horen krijg: ‘U denkt zus of  zo, omdat u een vrouw bent’; maar ik weet dat mijn enige verdediging ligt in het antwoord: ‘Ik denk zus of zo omdat het waar is.’ Door dat antwoord elimineer ik mijn subjectiviteit. Er is geen sprake van dat ik kan antwoorden: ‘En u denkt het tegendeel omdat u een man bent’; want er is nu eenmaal stilzwijgend overeengekomen dat er niets bijzonders schuilt in het feit dat men man is; een man staat in zijn recht door man te zijn.’

Met haar stelling dat een vrouw is wat een man niet is, putte de Beauvoir inspiratie uit Hegels gedachten over de ‘Ander’. Omdat mensen een diepgewortelde neiging hebben om zich te verzetten tegen alles wat ‘anders’ is, waren mannen zichzelf gaan beschouwen als vrije ‘subjecten’ met de vrouwen als contrast – als objecten. Niettemin was de Beauvoir verrast door het feit dat deze situatie zo wijdverbreid was en zolang aanhield. Waarom, vroeg ze zich af, betwistten niet meer vrouwen de vernederende manier waarop mannen hen definieerden?

De Beauvoir kende de gangbare argumenten tegen het feminisme. Het zou de familiewaarden ondermijnen! Het zou de lonen verlagen! De plaats van de vrouw was het huisgezin! ‘Gelijkheid in verscheidenheid’! Ze meende echter dat dit de maskers waren van een funeste vorm van kwade trouw, net als de Jim Crow-wetten in Amerika. George Bernard Shaw had witte Amerikanen bekritiseerd omdat ze zwarte Amerikanen hun schoenen lieten poetsen en vervolgens concludeerden dat schoenpoetsen het enige was wat ze konden. De Beauvoir betoogde dat dezelfde misleidende conclusies werden getrokken ten aanzien van de capaciteiten van vrouwen – omdat vrouwen in situaties werden gehouden waarin ze inferieur waren. Het feit dat ze zich sociaal in een ondergeschikte situatie bevinden, betekende niet dat ze ondergeschikt zijn. ‘Maar de betekenis van het werkwoord zijn dient dan in dit verband toch wel goed te worden begrepen,’ schreef ze. ‘Zijn is hier: geworden zijn.’

Het hoopvolle van ‘worden’ is dat situaties kunnen verbeteren. Eeuwenlang hebben mannen geschreven over de ‘menselijke’ bestaanssituatie. Maar hoe, zo vroeg de Beauvoir zich af, ‘kan een menselijk wezen zichzelf verwezenlijken in de situatie van de vrouw?’

Kate Kirkpatrick

Dit artikel is een exclusief fragment uit Simone de Beauvoir. Een leven. Met dank aan Kate Kirkpatrick en uitgeverij Ten Have.

Kate Kirkpatrick is een Amerikaanse filosofe, (onder meer) gespecialiseerd in het Franse existentialisme. Zij woont en werkt in Londen, waar ze doceert aan het King’s College.

NACHT VAN DE VRIJDENKER

De online opening van de Nacht van de Vrijdenker vindt plaats op vrijdag 13 november vanaf 19:30, en brengt verschillende internationale sprekers die in normale omstandigheden op het festival zelf zouden staan: Kate Kirkpatrick, cognitief wetenschapper Hugo Mercier en expert in de klassieke Griekse filosofie John Sellars. Iedereen die een ticket koopt voor het live event in kunstencentrum Vooruit op zaterdag 14 november, krijgt gratis toegang tot deze online sessies. Wie niet naar Gent komt op zaterdag, kan voor € 6.50 tickets voor de online sessie bestellen via de website van de Nacht van de Vrijdenker.

Info en tickets: www.nachtvandevrijdenker.be