fbpx
deMens.nu

Nieuw onderzoek legt mensenrechtenschendingen in Belgische woonzorgcentra bloot

Een nieuw onderzoek van Amnesty International wijst erop dat de mensenrechten in heel wat Belgische woonzorgcentra geschonden werden tijdens de eerste COVID-golf. We kregen toestemming om het bericht ook hier te publiceren. Onderaan deze pagina vindt u tevens een link naar het uitgebreide rapport.

Bron: Amnesty International

De Belgische autoriteiten hebben tijdens de eerste periode van de COVID-19-uitbraak, van maart tot oktober 2020, de mensenrechten geschonden van bewoners van Belgische woonzorgcentra. Onder meer het recht op gezondheid, het recht op leven en het verbod op discriminatie werden met voeten getreden. Dit blijkt vandaag uit een nieuw onderzoeksrapport van Amnesty International getiteld: ‘Woonzorgcentra in de dode hoek. Mensenrechten van ouderen tijdens de COVID-19-pandemie in België’.

“De Belgische autoriteiten wisten bij de start van de crisis al heel erg goed dat bewoners van woonzorgcentra erg kwetsbaar zijn voor COVID-19. Net zoals in de ziekenhuizen, was een snel en doeltreffend optreden levensnoodzakelijk. Daar kwam echter niks van in huis. Wel integendeel. Dit nieuw onderzoek bevestigt dat onze autoriteiten de woonzorgcentra in de steek gelaten hebben,” zegt Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen.

“Ook het personeel van de woonzorgcentra, dat onder zeer moeilijke omstandigheden buitengewoon werk heeft verricht en nog steeds verricht, werd in gevaar gebracht door het gebrekkig overheidsoptreden. Er werd pas actie ondernomen toen de tragedie publiek aan de kaak gesteld werd en het ergste van de eerste fase van de pandemie al voorbij was.

Tegen eind oktober 2020 waren er in België naar schatting bijna 11.500 mensen overleden als gevolg van COVID-19 – op een bevolking van ongeveer 11,5 miljoen is dat een zeer zware tol. Maar liefst 61,3% van alle sterfgevallen als gevolg van COVID-19 in België, dat zijn 6.467 mensen, waren bewoners van woonzorgcentra. De meeste bewoners van de woonzorgcentra die bezweken aan COVID-19, stierven in de woonzorgcentra zelf, terwijl bijna alle andere COVID-doden in ziekenhuizen stierven.

Woonzorgcentra in de dode hoek van het coronabeleid

Er is een schril contrast tussen de manier waarop ziekenhuizen de crisis konden aanpakken en de situatie in woonzorgcentra, waar personeel en bewoners zich in de steek gelaten voelden. In de eerste fase van de pandemie hadden woonzorgcentra onvoldoende en geen adequate persoonlijke beschermingsmiddelen en kregen ze geen prioriteit voor testing. Daardoor werd onder meer het recht op gezondheid van de bewoners geschonden.

“Voor veel medewerkers was het pijnlijk om te zien met welk materiaal zij zich moesten beredderen, terwijl mensen in het ziekenhuis ingepakt bij mensen met COVID-19 op de kamer gingen. FFP2-maskers waren er niet, ze brachten zichzelf in gevaar om bewoners toch die zorg te kunnen bieden die nodig was,” laat Iris Demol van de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten, waar de OCMW-woonzorgcentra lid van zijn, optekenen in het rapport van Amnesty International.

Regelmatig testen is volgens experten een cruciale beschermingsmaatregel tegen overdracht van COVID-19. Pas in augustus 2020 echter werd dit ingevoerd, met een maximum van één test per maand voor het personeel – niet voor bewoners. In oktober werd de preventieve screening in woonzorgcentra al opnieuw opgeschort, behalve voor nieuwe en gehospitaliseerde bewoners.

Bij de start van de pandemie werden woonzorgcentra overladen met extra taken waar ze niet goed op waren voorbereid. Zorgtaken die in normale tijden in het ziekenhuis zouden gebeuren, moesten nu gedaan worden binnen het woonzorgcentrum, maar zonder hetzelfde niveau van personeelsbezetting en expertise. Bovendien was het personeel niet voorbereid om dit type zorg te verlenen, noch voldoende getraind om met infectieziekten om te gaan.

Gebrekkige toegang tot medische zorg

Een andere zeer problematische bevinding is dat tijdens de COVID-19-crisis een deel van de zieke bewoners niet toegelaten werd in ziekenhuizen. Volgens Artsen Zonder Grenzen kon slechts 57% van de ernstige gevallen tijdens de crisis naar een ziekenhuis worden overgebracht, vergeleken met 86% daarvoor.

“Het veiligstellen van de ziekenhuiscapaciteit lijkt de centrale doelstelling te zijn geweest in het aanvankelijke COVID-19-beleid van België. Dit is op zichzelf uiteraard een noodzakelijk en legitiem doel, maar het ontslaat de staat niet van zijn verplichtingen om ook de rechten bewoners van woonzorgcentra te garanderen,” zegt Wies De Graeve van Amnesty International Vlaanderen.

De toegang tot de best beschikbare gezondheidszorg werd verder verhinderd omdat routinebezoeken van de huisartsen werden opgeschort. Bewoners hadden slechts beperkte toegang tot dokters en het woonzorgpersoneel heeft onvoldoende expertise en materiaal om gespecialiseerde zorg te geven.

“Het is duidelijk dat veel bewoners van woonzorgcentra geen toegang kregen tot adequate gezondheidszorg. Dit is nochtans een mensenrecht. België is zijn mensenrechtenverplichtingen niet nagekomen en voor veel bewoners had dit ernstige gevolgen. Velen kregen ondermaatse gezondheidszorg en sommige ouderen zijn hierdoor waarschijnlijk vroegtijdig overleden,” zegt Wies De Graeve.

Verwaarlozing van de bewoners

De woonzorgcentra in België zijn structureel en historisch onderbemand. Door de COVID-19-crisis kwam daar nog eens een pak extra werk en stress bovenop voor de overbevraagde zorgwerkers. In sommige woonzorgcentra viel een deel van het personeel uit. De grote personeelstekorten en het beperkte toezicht van buitenaf hebben een zeer negatieve invloed gehad op de kwaliteit van de zorg. Amnesty International registreerde meerdere getuigenissen over verwaarlozing van bewoners.

Sommige bewoners kregen niet alle nodige zorg en bleven dagenlang in hun pyjama, zonder hulp bij het aankleden, wassen of andere persoonlijke hygiëne. Wat nog erger is, sommigen werden onvoldoende gevoed of gehydrateerd. Amnesty International kreeg informatie over twee bijzonder verontrustende gevallen waarin verwaarlozing mogelijk tot het overlijden van de bewoner heeft geleid.

Een man vertelde Amnesty International hoe zijn schoonmoeder van 83 stierf in een woonzorgcentrum: “Ik belde het verzorgingshuis drie keer per dag. Alles wat ze zeiden was positief: ze is in haar kamer, ze heeft goed gegeten, ze is kalm, allemaal goed nieuws.” Toen er weer bezoeken werden toegestaan, ging hij naar zijn schoonmoeder: “Ik kom die kamer in en daar ligt mijn schoonmoeder halfdood, uitgemergeld. Ik wilde haar wat laten drinken en haar rechtop zetten en ik zag dat haar ruggengraat twee centimeter uitstak …. Ik riep meteen een dokter … hij stelde vast dat ze helemaal uitgedroogd was en haar zoutgehalte erg hoog was. Ze zou al anderhalve week geen water gehad hebben … De verzorgster op de eerste verdieping kwam langs en zei: ‘Mijn collega is ziek en ik sta hier alleen voor 20 mensen.’”

De vrouw werd met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Daar bleek dat haar benen aan het afsterven waren, ze had flebitis in beide benen, ze waren verstopt door een klonter en afgestorven. Al snel werd duidelijk dat een operatie niet meer mogelijk was omdat de flebitis te ver was gevorderd. De vrouw stierf twee dagen later.

Buitenproportionele en discriminerende isolatie en bezoekregelingen

Na de eerste lockdownperiode lieten de richtlijnen veel interpretatieruimte aan de woonzorgcentra. Dit resulteerde in een brede waaier aan bezoekregelingen. Bewoners werden niet altijd bevraagd over deze regelingen of over andere beperkende maatregelen die woonzorgcentra namen om het virus buiten te houden. Er werd niet voldoende rekening gehouden met hun zeggenschap en vrijheid.

“Sommige bezoekregelingen aan woonzorgcentra belemmeren zinvol contact tussen bewoners en hun familie of vrienden, en verhinderen bewoners het woonzorgcentrum te verlaten. Zelfs wandelen in een park of een andere geïsoleerde plaats, is niet altijd toegestaan. Wanneer vrijheidsbeperkingen niet zijn gebaseerd op individuele risicobeoordeling, kunnen deze onevenredig en discriminerend zijn,” zegt Wies De Graeve.

“Vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen noodzakelijk en legitiem zijn om het virus in te dijken, maar de belangen van de bewoners moeten steeds centraal staan. Zo is Amnesty International ook bezorgd over berichten dat mechanische en chemische fixatie vaker werd gebruikt bij mensen met dementie. We roepen op tot het opzetten van overlegprocessen waarbij bewoners, hun familie en personeel worden betrokken om alle mogelijkheden te onderzoeken om de impact op de rechten van ouderen te minimaliseren.”

Lessen voor vandaag

Het recht op gezondheid, zoals beschermd onder het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, omvat vier verplichtingen voor de overheid: voorzieningen, goederen en diensten voor gezondheidszorg moeten in voldoende hoeveelheden beschikbaar zijn; ze moeten toegankelijk zijn voor iedereen zonder discriminatie; ze moeten van goede kwaliteit zijn; en aanvaardbaar voor iedereen, dit betekent met respect voor de medische ethiek en de cultuur. De Belgische autoriteiten hebben bij de aanpak van de coronacrisis in de woonzorgcentra dit recht op verschillende niveaus geschonden.

Tijdens de eerste periode van de coronapandemie waren de zorg en het welzijn van de bewoners van woonzorgcentra geen prioriteit voor de beleidsmakers. De Belgische aanpak was op sommige vlakken discriminerend en veroorzaakte extra en onnodig lijden. Bewoners van woonzorgcentra werd de toegang ontzegd tot de hoogst haalbare gezondheidsstandaard zoals vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten.

“De verschillende regeringen moeten dringend alle nodige maatregelen nemen om te voorkomen dat de schendingen van de rechten van ouderen tijdens de eerste fase zich herhalen. Onder meer door prioritaire toegang te garanderen tot testen en persoonlijk beschermingsmateriaal, en volledige en gelijke toegang tot ziekenhuiszorg,” zegt Wies De Graeve.

Richtlijnen voor bezoek aan woonzorgcentra moeten het belang van de bewoners steeds voorop stellen. Er moet maximaal gestreefd worden naar de juiste balans tussen bescherming tegen COVID en het mentale welzijn. Bewoners en personeel moeten ook nauw betrokken worden bij belangrijke beslissingen die een impact hebben op hun leven en werk.

“Tot slot stelde Amnesty International tijdens zijn onderzoek ook vast dat het opschorten van controlebezoeken in de woonzorgcentra door inspectiediensten een foutieve keuze was. Zeker op het ogenblik dat er geen familiebezoek was toegelaten, huisartsen beperkte toegang hadden en het personeel overbelast was, hadden deze inspecties soelaas kunnen brengen tegen verwaarlozing en andere wantoestanden. Dit is een belangrijke les die de overheden moeten meenemen in de huidige aanpak van het virus,” besluit Wies De Graeve.

Achtergrond – methodologie

Het onderzoek voor dit rapport werd gevoerd tussen augustus en oktober 2020. Amnesty International interviewde twee bewoners en zeventien familieleden van ouderen die momenteel in woonzorgcentra wonen of er zijn overleden; vijftien directeurs, managers, medewerkers en vrijwilligers van woonzorgcentra; zeven personeelsleden werkzaam in non-profitorganisaties die spreken namens bewoners en personeel; zes personeelsleden van koepels van woonzorgcentra, twee commerciële, één private zonder winstoogmerk en twee openbare; een advocaat en drie huisartsen. Amnesty International verkreeg directe en indirecte getuigenissen via de Vlaamse Ouderenraad, Kom op tegen Kanker, OKRA Zorgrecht, de mantelzorgvereniging Liever Thuis, FEMARBEL, AFRAMECO, Fédération des CPAS, LUSS, Le Bien Vieillir, de ‘Gang des Vieux en colère’ (Gang van de Razende Ouderen), Artsen Zonder Grenzen en Senoah. De getuigenissen hebben betrekking op woonzorgcentra in heel België en uit de drie categorieën: openbare instellingen, private instellingen zonder winstoogmerk en private commerciële instellingen.

Lees het rapport hier