fbpx
deMens.nu

Een bank vooruit

Leerkrachten niet-confessionele zedenleer over hun vak

Artikel verschenen in deMens.nu Magazine jg11 nr3. Meer verhalen van leerkrachten hier.

Naam: Eva Van Eeckhaut

Aantal jaren voor de klas: 4

School: Campus De Reynaert Tielt

Studierichtingen: ASO, BSO en TSO

Jaren: 1ste en 3de graad

 

Hoe leer je de leerlingen in de lessen niet-confessionele zedenleer dat het aangeven van seksuele grenzen belangrijk is?

 

Het aangeven en herkennen van seksuele grenzen is van fundamenteel belang, zeker voor jonge mensen die hun eerste ervaringen met relaties en seksualiteit opdoen. Al is dat niet iets waarmee je op 1 september de klas binnenvalt. Voor mij is het opbouwen van een vertrouwensrelatie met mijn leerlingen prioritair, ongeacht het onderwerp.

Het opbouwen van die vertrouwensrelatie kost tijd. De ene persoon is van nature opener dan de andere, maar toch heeft iedereen ruimte nodig om af te tasten of de leerkracht wel te vertrouwen is. Bovendien vind ik het belangrijk dat het vertrouwen dat de leerlingen in mij hebben, oprecht kan zijn: ik ga niet verder vertellen wat ze mij toevertrouwen en ik probeer te vermijden een oordeel over hen te vellen op basis van wat ze met mij delen.

Ook tracht ik een sfeer van vrijwilligheid te creëren. Ik herhaal vaak dat ik het apprecieer als de leerlingen iets willen vertellen of delen, maar dat ik het ook helemaal oké vind als iemand iets niet wil delen of niet wil antwoorden op een vraag. Door dat meteen tijdens les één duidelijk te maken, creëer je een klimaat waarin delen mag en kan, maar niet moet.

Eigenlijk is dat al een praktijkles in het stellen van grenzen. Door dat expliciet te maken, krijgen de leerlingen aandacht voor hun macht in het gesprek. Het wordt hen duidelijk dat het feit dat een autoriteitsfiguur iets van hen vraagt, niet wil zeggen dat ze er meteen moeten op ingaan. Sommige leerlingen hebben daar weinig moeite mee, voor andere leerlingen is het wel belangrijk dat dat een keer op tafel wordt gelegd.

Praten over seksualiteit blijft spannend. Toch merk ik dat de leerlingen vaak opgelucht lijken dat het er eens over kan gaan. Het bespreken van het aangeven van seksuele grenzen doe ik in de praktijk voornamelijk aan de hand van voorbeeldsituaties en via een klasgesprek: Wat is er hier gebeurd? Was dat oké? Hoe zou jij je voelen in die situatie? Wat had er anders kunnen/moeten gebeuren in die situatie? Welke grenzen zijn overschreden en hoe had dat vermeden kunnen worden?

Ik probeer de leerlingen de tools te geven om waakzaam te zijn met betrekking tot hun eigen grenzen. Ik kan alleen maar hopen dat dat enigszins lukt.