fbpx
deMens.nu

Moeten vrouwen naakt zijn om in het museum te hangen?

Vrouwelijke kunstenaars van 1850 tot nu

Artikel verschenen in deMens.nu Magazine jg12 nr1. Lees hier meer recensies.

Wendy Serraris

In veel aspecten van de geschiedenis geldt het ondertussen bekende motto: history is letterlijk his story. Vaak lijkt het of er vroeger geen vrouwen bestonden en als ze al vermeld worden, is het alsof ze geen noemenswaardige rol hebben gespeeld. Zo ook in de kunstgeschiedenis. Hoewel er door de eeuwen heen heel wat talentvolle kunstenaressen zijn geweest, worden ze vaak doodgezwegen. En daar zijn meerdere redenen voor.

Om te beginnen mochten vrouwen vroeger alleen leerling van een vader, oom, broer … worden. Ze werkten dan ook vaak in het atelier van die man. En werk dat het kunstenaarsatelier verliet, droeg niet zelden de naam van de eigenaar van het atelier, niet van de maker. Daarnaast werden (kunst)geschiedenisboeken vaak geschreven door mannen, die er dan weer van uitgingen dat vrouwen nooit goede kunstwerken konden afleveren, waardoor ze die ook niet bestudeerden.

Vrouwen waren lange tijd afhankelijk van hun man en dienden te doen wat hij wilde – en dat was niet het maken van kunst. Alleen vrouwen die via een erfenis onafhankelijk waren, konden doen waar ze zin in hadden. Ten slotte bestond er in de maatschappij een bepaald beeld van wat ‘een respectabele vrouw’ was, en die hield zich meestal niet met kunst maken bezig.

Meer en meer probeert men dat beeld nu bij te stellen, zo ook in dit boek Moeten vrouwen naakt zijn om in het museum te hangen?

De titel van het boek komt oorspronkelijk van de Amerikaanse feministische kunstcoöperatie Guerrilla Girls. In 1989 ontwierpen zij met die vraag een poster die op bussen en taxi’s werd gehangen. Ze wilden daarmee protesteren tegen het seksistische aankoopbeleid van musea voor moderne kunst, die in hun collecties slechts gemiddeld vijf procent werk van kunstenaressen hadden. Een ander aspect van het protest ging over het feit dat vijfentachtig procent van de kunst van de mannelijke kunstenaars vrouwelijk naakt bevat, wat vrouwen als lustobject bestempelt.

Met dit boek wil Christiane Struyven meer bekendheid geven aan vrouwelijke kunstenaars van 1850 tot nu. In haar voorwoord zet ze de problematiek uiteen. Daarna neemt ze ons in vijf hoofdstukken mee door verschillende perioden in de (kunst)geschiedenis: Parijs van 1850 tot 1900, Europa van 1900 tot 1940, New York van 1940 tot 1970, de Verenigde Staten van 1970 tot 1990, en de geglobaliseerde wereld van 1990 tot 2020.

In ieder deel bespreekt ze telkens een aantal kunstenaressen. Maar ze begint met het schetsen van de tijdsgeest, de sociaal-culturele veranderingen, de kunststromingen en de manier waarop in de maatschappij en in de kunstwereld naar vrouwen werd gekeken. Op die manier kan je daarna de vrouwen die ze aan bod laat komen, ook beter kaderen. Per hoofdstuk belicht ze acht tot twaalf kunstenaressen uit de betreffende periode. Ze heeft het over hun leven en bespreekt enkele kunstwerken uit hun oeuvre, met telkens een foto en een korte omschrijving.

De auteur weet de problematiek, de moeilijke weg die kunstenaressen moesten afleggen, niet alleen duidelijk te schetsen. Je leest de kunstgeschiedenis als het ware vanuit het oogpunt van de vrouw, wat een heel andere invalshoek blijkt te zijn dan in de meeste kunstgeschiedenisboeken. Ze geeft een aantal vrouwen ook hun rechtmatige plaats in de kunstgeschiedenis en duidt hun werk, zodat we beter begrijpen waarom ze maakten wat ze maakten.

 

Moeten vrouwen naakt zijn om in het museum te hangen?
Vrouwelijke kunstenaars van 1850 tot nu
Christiane Struyven
Lannoo, 2022
ISBN 9789401483131

Foto bovenaan: ‘De haven van Lorient’ van Berthe Morisot, 1869 © Everett Collection / Shutterstock.com