Armoede verzachten en draaglijk maken, is waardevol, maar het volstaat niet

De verschillende levensbeschouwingen roepen op om werk te maken van armoedebestrijding. Remi Baekelmans, lid van de vrijzinnig humanistische delegatie deMens.nu binnen de Vlaamse Interlevensbeschouwelijke Dialoog, over het gezamenlijk charter dat de Vlaamse Interlevensbeschouwelijke Dialoog (VILD) vandaag overhandigden aan Jan Peumans.

Lees hier de opinie op de (s)preekstoel van Knack.be

In de Standaard van vrijdag 12 oktober, in de aanloop van de verkiezingen, schreef Ruben Mooijman over een ‘Electorale blinde vlek’: armoedebestrijding. Inderdaad, sommige media besteedden er af en toe enige aandacht aan, maar het was geen thema in de kiescampagne en trouwens is in het recente verleden meer dan ééns gebleken, dat belangen van minderbedeelden in de politieke praktijk (of wanpraktijk) soms niet zwaar wegen. De auteur merkte terecht op dat de relatief gunstige plaats van ons land in ongelijkheidsstatistieken vooral kan toegeschreven worden aan de aanwezigheid van een uitgebreide socio-economische middenklasse en zulke statistieken laten dus niet toe de vaststelling onder de mat te vegen, dat meer dan 10% van de Vlamingen,meer dan 15% van de Belgen, het met een inkomen moeten stellen onder de armoedegrens -sommigen ver daaronder. Het gaat toch wel om een grote groep kiezers, die misschien wel iets van de politici zouden mogen verwachten, maar ze komen in de campagnes niet aan bod: alles wordt afgestemd op die middenklasse.

Nu we de resultaten van de verkiezingen voor de lokale mandatarissen kennen, zou het de moeite lonen, eens te pogen te analyseren in welke mate de politieke marketing erin geslaagd is om mensen in armoede tegen hun eigen belang te doen stemmen.

Bij dergelijke overwegingen over huidige trends, mogen we uiteraard niet over het hoofd zien, dat het wel degelijk politici zijn geweest, die -al is het vaak onder syndicale druk- ons stelsel van sociale bescherming hebben tot stand gebracht, een van de betere in de wereld. Deskundigen schatten dat zonder dit beschermingssysteem er geen sprake zou zijn van 15% mensen die onder de armoedegrens moeten leven, maar van 40% of meer. Kritisch kijken naar politici hoeft waardering voor wat ten goede gebeurt niet uit te sluiten.

Hoe het ook zij, in de huidige politiek-economische context lijkt het initiatief in de armoedebestrijding niet bij de politici te liggen, maar bij burgers die zich in het zogenaamde middenveld organiseren (al of niet met steun van overheden): hetzij pluralistisch, hetzij levensbeschouwelijk geïnspireerd: de vele verenigingen waar armen het woord nemen, de voedselbanken, de ‘restos du coeur’, de talrijke vrijwilligersnetwerken verbonden met de diverse levensbeschouwelijke organisaties…

Wat dit engagement van burgers betreft, is vandaag op Armoededag een evenement georganiseerd, waar de aandacht redelijk beperkt voor was, gezien het vele verkiezingsnieuws. Het gaat over de overhandiging aan Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans van een charter over armoedebestrijding door de Vlaamse Interlevensbeschouwelijke Dialoog. De parlementsvoorzitter benadrukte het belang van deze tekst als aanleiding voor debat in diverse parlementaire commissies en in de parlementen van de deelstaten en op federaal niveau.

Die Vlaamse interlevensbeschouwelijke Dialoog bestaat uit afgevaardigden van de leidende instanties van de erkende erediensten en van de vrijzinnig humanisten. De groep kwam tot stand op uitnodiging van de Vlaamse Regering op het einde van de vorige legislatuur, wordt met een secretariaat door de overheid ondersteund, maar werkt verder inhoudelijk volledig onafhankelijk. De voornaamste functie van zo’n dialooggroep bestaat er wel in, op momenten dat ethisch en levensbeschouwelijk geladen thema’s dreigen de samenleving in te heftig conflicterende kampen te verdelen, een verzoenend overleg mogelijk te maken. (Men deed al gelijkaardige, maar eerder kortstondige pogingen, zowel op grootstedelijk, als op regionaal en federaal niveau.)

Voorlopig werd deze groep nog niet met echt zware crisismomenten geconfronteerd en dat maakte een eerder serene gedachtewisseling mogelijk. De vertegenwoordigers van die uiteenlopende levensbeschouwingen gaan respectvol met elkaar om, wel in het besef, dat ze het over een hele reeks fundamentele kwesties oneens zijn: een zelf opgebouwde of een opgelegde moraal, aanvaarding of verwerping van abortus, euthanasie, enz.. Recent nog was al of niet toelaten van onverdoofd slachten een maatschappelijk discussiepunt.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Op deze achtergrond mag het toch wel betekenisvol genoemd worden, dat deze zo diverse groep van leidinggevende mensen uit de levensbeschouwelijke organisaties, het wel ééns kunnen worden over maatschappelijke verantwoordelijkheid tegenover armoede en armoedebestrijding, zodat ze in staat zijn daarover een charter op te stellen en dat aan de wetgever aan te bieden.

Elk van de levensbeschouwelijke groepen heeft de oefening gemaakt, aan te geven waarom armoedebestrijding voortvloeide uit de kern van hun overtuigingen, wat voor hen ethisch niet correct is in de huidige economische, sociale en politieke praktijk en hoe ze menen zich daartegenover als medeburger te moeten opstellen.

Er blijkt een opvallende eensgezindheid over enkele fundamentele principes:

Vertrekkend van het idee van menselijke waardigheid, stellen alle groepen dat het niet moeten leven in armoede gewoon een recht is, en geen gunst. In dezelfde optiek wijst iedereen erop, dat armoedebestrijding niet alleen een kwestie is van materieel tekort bijpassen, maar ook van sociaal, psychisch en spiritueel welzijn: met andere woorden: mensen als volwaardig lid van de gemeenschap erkennen en laten functioneren. Dit steekt zeker af tegenover de neerbuigende houding, die nog niet zo lang geleden in sommige welgestelde kringen van verschillende overtuigingen gangbaar was.

Ook opvallend is dat alle strekkingen nadrukkelijk afstand nemen van het ‘eigen-schuld’-model, dat in het kader van neoliberale benaderingen van sociaal-economische problemen vaak gehanteerd wordt. De impact van persoonlijke keuzes en gedragingen op de eigen armoede wordt niet ontkend, maar als duidelijk ondergeschikt gezien aan de weerslag van maatschappelijke structuren en heersende politieke, financiële en economische praktijken.

Veelbelovend zijn ook de openheid en solidariteit naar alle medemensen toe, van welke levensbeschouwing ook, evenals het inzicht dat samenwerking over de levensbeschouwingen heen een noodzaak is.

Eensgezinde bekommernis om armoede uit de wereld te helpen

Hoewel de rest van de tekst vooral gaat over de rol die burgers kunnen en zouden moeten opnemen in de strijd tegen armoede, worden aan de overheid toch twee niet mis te verstane wenken gegeven: ten eerste: onze eigen grondwet geeft in artikel 23 duidelijk aan, welke grondrechten we voor elke burger moeten waarborgen op gebied van arbeid, huisvesting, sociale zekerheid, gezondheidszorg, deelname aan cultuur,enz. Dat we daar voor een deel van onze medeburgers niet aan voldoen, is duidelijk. Ten tweede: in het kader van de mondialisering en de druk daarvan op de interne economische verhoudingen, wijst de tekst op een lang geleden (december 1966) in de schoot van de Verenigde Naties gesloten verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, dat, indien correct toegepast, heel wat internationale onderhandelingsruimte zou bieden om ongunstige gevolgen van de mondialisering tegen te gaan en de kansen ervan beter te benutten.

Maar wat vooral te onthouden valt van dit gezamenlijk optreden van vertegenwoordigers van de leidende instanties van de diverse levensbeschouwingen, is de eensgezinde bekommernis om armoede uit onze samenleving te bannen, op grond van een ideeëngoed over basisrechten voor iedereen.

Men mag toch wel stellen, dat hier een vertegenwoordiging van een groot deel van onze samenleving aan het woord is. Ze vertaalt het engagement van vele burgers, die hun solidariteit met mensen in armoede willen betonen, maar die ook beseffen, dat ze de armoede wel kunnen verlichten en draaglijker maken, maar niet kunnen wegwerken.

Die burgers rekenen op politici, die de moed en het inzicht opbrengen om maatschappelijke misgroeiingen, die armoede teweeg brengen of bestendigen, om te buigen.

Prof. Em. Remi Baekelmans is lid van de vrijzinnig humanistische delegatie binnen de Vlaamse Interlevensbeschouwelijke Dialoog.