Neem het aan van een lobbyist: het lobbyregister is geen maat voor niets

Opinie verschenen op De Morgen

Anton Van Dyck deMens.nu

Vandaag berichtte De Morgen dat er amper vijf organisaties in het lobbyregister van de Kamer van Volksvertegenwoordigers waren ingeschreven. DeMens.nu was de eerste.

Vorige maand telde het lobbyregister voor de Kamer slechts één organisatie. ‘Lobbyregister van Kamer blijft leeg’, kopte De Tijd op 19 februari. Die one-liner zorgde ervoor dat ik me een week lang , met een grijns van oor tot oor, voorstelde als de enige lobbyist van België.

Vandaag blijkt die lijst niet veel langer. Iedereen weet echter dat de realiteit toch iets anders ligt. De Europese versie, het European Transparrancy Register, telt meer dan tienduizend organisaties. Vanwaar het grote verschil? En waarom heeft deMens.nu, de organisatie waar ik voor lobby, zich überhaupt geregistreerd terwijl onze concullega’s zich zelfs niet druppelsgewijs aanmelden?

Laat ik beginnen bij die laatste vraag. Dat antwoord is het eenvoudigst. Eerst en vooral heeft de wetgever ons zelf de opdracht gegeven de vrijzinnig humanisten van Nederlandstalig België te vertegenwoordigen bij de overheid. Geen oeverloos gepalaver over het verschil tussen vertegenwoordiging en lobbyen. Laat ons een kat een kat noemen: wij lobbyen. Vertrekkend vanuit dat principe brengen wij ook een memorandum uit voor de verkiezingen van 2019. Het zit doorspekt met principes van goed bestuur: neutraliteit, seculariteit maar ook onafhankelijkheid en transparantie. Voor ons was het dan ook een evidentie dat we onszelf aan diezelfde principes toetsten, met een registratie in het lobbyregister tot gevolg.

Voorlopig zijn de verplichtingen van het register nog bijzonder licht, maar velen zien het als een opstapje naar maatregelen die hun vrijheid zouden inperken

Maar waar blijven onze concullega’s? Die vraag ligt wat moeilijker. Er zijn immers zoveel antwoorden op te geven en ieder heeft ongetwijfeld ook nog een eigen motivatie om dat (niet) te doen. Eerst en vooral is de begripsafbakening van een lobbyist zodanig breed dat ze op de helft van ons land van toepassing zou kunnen zijn. De meesten lobbyen zonder het zelf door te hebben. In de breedste betekenis kan je het eigenlijk gelijk stellen met de ‘mondige burgers’, waar er steeds meer van zijn. Een goede evolutie overigens.

Verder is voor veel lobbyisten het sop de kool gewoon niet waard. Voorlopig zijn de verplichtingen van het register nog bijzonder licht, maar velen zien het als een opstapje naar maatregelen die hun vrijheid zouden inperken. Verder heeft de sector ook een PR-probleem. Dankzij schandalen zoals Publifin en flitsende televisiereeksen roept het beroep meteen beelden op van mysterieuze mannen in strakke pakken met een quasi robotische zelfdiscipline, rondhobbelend met een koffertje vol geld en compromitterende foto’s. Misschien bestaan ze wel degelijk, maar de realiteit ligt toch iets anders. De meesten die je in de stiel zou kunnen plaatsen, zijn academici. En om de parallel dan nog volledig te maken, zitten in hun koffertjes eerder allerlei studies en visitekaartjes. De directe lijnen naar partijvoorzitters zijn slechts weinigen – ik gok nog geen procent – van de lobbywereld gegeven.

Het takenpakket van een lobbyist ziet er ook een pak minder blitsend uit dan je zou vermoeden. Om maatschappelijke veranderingen te verwezenlijken moet je de politieke gedragenheid aan jouw kant proberen krijgen. Voor problematieken die iedereen aangaan, kan je het publiek debat op gang proberen trekken. De recente hervormingen rond abortus zou je in deze categorie kunnen plaatsen. Strategische, publieke communicatie is essentieel. De tweede categorie ligt wat moeilijker. Het betreft beleidspunten in niches waar je moeilijker op de golf van het publiek debat kan surfen. De zorgsector zit er vol mee. Bij zulke thema’s ben je eigenlijk constant op stap, pogend om consensus over de partijgrenzen heen te bouwen. Dat die partijen elkaar soms publiekelijk bekampen in de media maakt het er niet makkelijker op. Zulke thema’s zijn vaak een werk van lange adem en ontsnappen daarom gelukkig aan de temperamentvolle waan van de dag. De grens tussen werk en privé is overigens een pak dunner dan je zou denken. Gedeelde passies zorgen er wel eens voor dat ik vrienden in de uitoefening van mijn beroep tegenkom. Wie weet worden ze ooit partijvoorzitter. Ik wens het hen in ieder geval van harte toe.

Niettemin is de democratie te belangrijk om enkel via goede afspraken te werken. Een register is nodig. En dat vereist dat we onze visie op lobbywerk moeten herzien. De democratie is geen begrip dat we om de vier/vijf jaar invullen door collectief naar de stembus te gaan. De lobbywereld vergemakkelijkt de interactie tussen burger en beleid en daar mogen we fier op zijn, zolang we onszelf aan dezelfde principes houden die we de overheid voorschrijven. Het lobbyregister is daarom ook geen maat voor niets, maar eerder een eerste stap in de goede richting. Wij kijken alvast uit naar de toekomst en helpen er graag aan mee.